Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage voor de WIA-uitkering is vastgesteld op 47,48%. Hij betwist de juistheid van het onderzoek en de beoordeling van zijn medische beperkingen, onder meer omdat bepaalde medische rapporten niet zouden zijn meegenomen.
De rechtbank stelt vast dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd door verzekeringsartsen die het dossier hebben bestudeerd, eiser hebben onderzocht en de medische informatie hebben betrokken. De aanvullende rapportages zijn meegenomen in de beoordeling en de beperkingen zijn gemotiveerd vastgesteld. De rechtbank volgt de verzekeringsarts in haar oordeel over de belastbaarheid en de geschiktheid van de aan eiser voorgehouden functies.
Eiser voert aan dat de functies ongeschikt zijn vanwege beperkingen zoals urenbeperking, recuperatietijd en temperatuurgevoeligheid. De arbeidsdeskundige rapportages onderbouwen echter dat de functies binnen de belastbaarheid passen. De rechtbank ziet geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en wijst het af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.