Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- Het paaltje staat er volgens de gemeente om foutparkeren tegen te gaan. Dit is een legitiem doel. Het staat de gemeente in beginsel vrij om om deze reden paaltjes te plaatsen. Volgens [eiser] had de gemeente het paaltje ook dichterbij de muur kunnen plaatsen, maar het paaltje zou daardoor minder effectief worden.
- Omdat het paaltje wit is geschilderd en vlakbij het paaltje straatverlichting aanwezig is, is het paaltje (‘s avonds) beter zichtbaar.
- Een automobilist die richting de parkeergarage rijdt, komt veel vergelijkbare paaltjes tegen. Bij het uitrijden van de parkeergarage moet een automobilist daarom eerder bedacht zijn op de aanwezigheid van paaltjes.
- Zelfs als een automobilist het paaltje bij het uitrijden van de parkeergarage over het hoofd ziet, is geen ernstige schade te verwachten. Een redelijk handelend automobilist neemt de bocht naar rechts namelijk op lage snelheid. De uitgang van de garage is bovendien zodanig breed dat het in de meeste van de denkbare omstandigheden mogelijk is om een ruime bocht te maken.
- Van de gemeente kon niet worden verwacht dat zij meer veiligheidsmaatregelen zou nemen. Het plaatsen van een waarschuwing binnen de parkeergarage is niet aan de gemeente, maar aan de eigenaar van de parkeergarage. Anders dan [eiser] betoogt, hoefde de gemeente ook geen spiegel schuin tegenover de uitgang van de parkeergarage te bevestigen. Zelfs als het plaatsen van een spiegel effectief zou zijn (hetgeen de gemeente betwist), geldt dat het paaltje niet zodanig gevaarlijk is dat de gemeente deze maatregel moest nemen.
- [eiser] voert aan dat, omdat het paaltje scheef stond in de richting van de muur, de onderkant van het paaltje omhoog is gekomen. De kans om het paaltje met een auto te raken is daardoor echter niet of amper groter geworden. [eiser] heeft het paaltje geraakt met de rechteronderkant van haar auto. Als het paaltje recht had gestaan, had [eiser] het paaltje zeer waarschijnlijk alsnog geraakt, maar was het raakpunt met de auto misschien anders geweest.
- Het feit dat tegenover de uitgang van de parkeergarage een auto (fout)geparkeerd stond en [eiser] de bocht daardoor krap heeft genomen, leidt niet tot aansprakelijkheid. Dit komt namelijk niet voor risico van de gemeente.
- Volgens [eiser] is het paaltje tijdens het uitrijden van de parkeergarage vanuit de auto niet zichtbaar. De gemeente betwist dit. Aannemelijk is dat het van de lengte van de bestuurder, het type auto en de wijze waarop de bocht wordt genomen afhangt of het paaltje zichtbaar is. Zelfs als het paaltje (onder omstandigheden) vanuit een auto niet of nauwelijks zichtbaar is, betekent dat niet dat het paaltje gebrekkig is. Een automobilist die een parkeergarage uitrijdt en een deel van de weg niet kan zien, mag er namelijk niet zonder meer van uitgaan dat daar geen obstakels aanwezig zijn.