ECLI:NL:RBNHO:2026:2277

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
11758904 \ CV EXPL 25-2317
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:232 BWArt. 6:233 BWArt. 6:272 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Leverancier moet onverschuldigde aanbetaling zonnepanelen terugbetalen

De zaak betreft een geschil over de terugbetaling van een aanbetaling voor zonnepanelen. De klant had een offerte geaccepteerd voor 16 zonnepanelen, maar de leverancier kon uiteindelijk slechts 14 zonnepanelen leveren tegen een hogere prijs. De klant weigerde de nieuwe offerte te accepteren en vorderde de terugbetaling van de aanbetaling.

De kantonrechter stelt vast dat er een overeenkomst tot stand is gekomen op basis van de eerste offerte en dat de leverancier tekort is geschoten in de nakoming door niet het afgesproken aantal zonnepanelen te leveren. De nieuwe offerte wordt gezien als een nieuw aanbod dat niet is geaccepteerd, waardoor de oorspronkelijke overeenkomst is ontbonden.

De leverancier kan zich niet beroepen op algemene voorwaarden om de prijsverhoging te rechtvaardigen, omdat de wijziging niet slechts meerwerk betrof maar een wezenlijke wijziging van de overeenkomst. De klant heeft de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden en heeft recht op terugbetaling van de aanbetaling, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 juli 2023 en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.

De leverancier heeft geen onderbouwde tegenvordering ingediend voor gemaakte kosten en wordt veroordeeld tot betaling van de aanbetaling, rente, incassokosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Leverancier moet aanbetaling van € 2.204,25 terugbetalen met rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11758904 \ CV EXPL 25-2317
Vonnis van 25 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. van Steenwijk,
tegen
[gedaagde] , M.H.O.D.N. [naam],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of een leverancier van zonnepanelen een door een klant gedane aanbetaling moet terugbetalen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is, omdat de leverancier de oorspronkelijke overeenkomst niet is nagekomen en de klant niet verplicht was de tweede offerte, die zag op de levering van minder zonnepanelen tegen een hogere prijs, te accepteren. De aanbetaling is daardoor onverschuldigd betaald en de leverancier moet deze dan ook terugbetalen. De vordering wordt daarom toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 juni 2025 van [eiser]
- de conclusie van antwoord van [gedaagde]
- het tussenvonnis van 17 september 2025
- de akte aanvulling rechtsgrond van [eiser] van 21 januari 2026.
- de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 12 april 2023 heeft [eiser] van [gedaagde] een offerte ontvangen voor het leveren en plaatsen van 16 zonnepanelen inclusief één omvormer op het dak van [adres] te [plaats 3] voor een bedrag van € 8.817,00. In de offerte staat vermeld dat de levertijd 6 weken bedraagt en dat er op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn.
2.2.
[eiser] heeft de offerte op 20 april 2023 geaccepteerd en heeft vervolgens een aanbetaling van € 2.204,25 aan [gedaagde] gedaan.
2.3.
Op 27 juni 2023 stuurt [gedaagde] [eiser] een e-mail waarin hij onder andere aangeeft dat, anders dan de bedoeling was, slechts 14 zonnepanelen op het dak geplaatst kunnen worden
2.4.
[gedaagde] stuurt [eiser] vervolgens een nieuwe offerte voor 14 zonnepanelen met 3 omvormers voor een bedrag van € 9.697,00. [eiser] heeft deze nieuwe offerte niet geaccepteerd.
2.5.
Op 28 juni 2023 stuurt [eiser] [gedaagde] een e-mail waar in staat ‘
Stort mijn aanbetaling volledig terug, dit (is) en wordt niets meer’. [gedaagde] heeft de aanbetaling tot op heden niet terugbetaald.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.204,25, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten van € 330,63 en de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt primair aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de aanbetaling die [eiser] heeft gedaan moet terugbetalen, omdat deze onverschuldigd is betaald. [gedaagde] heeft door het aanbieden van een nieuwe offerte een nieuw aanbod gedaan. [eiser] heeft deze offerte niet geaccepteerd, omdat deze, ondanks dat er twee zonnepanelen minder geplaatst zouden worden, hoger uitviel. Door het nieuwe aanbod is de eerste overeenkomst door [gedaagde] geannuleerd en de aanbetaling is daardoor zonder rechtsgrond verricht. Subsidiair legt [eiser] aan zijn vordering ten grondslag dat uit de e-mail van [gedaagde] van 27 juni 2023 volgt dat [gedaagde] geen uitvoering kon geven aan de eerste offerte. Daardoor is [gedaagde] in verzuim komen te verkeren, waarna [eiser] de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden. Als gevolg van deze ontbinding heeft [eiser] recht op terugbetaling van de door haar verrichte aanbetaling. Omdat [gedaagde] de aanbetaling niet heeft terugbetaald, heeft [eiser] ook recht op wettelijk rente en vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering en voert aan dat hij op grond van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden gerechtigd is de prijs met maximaal 10% te verhogen. Omdat het bedrag in de tweede offerte minder dan 10% hoger ligt dan het bedrag uit de eerste offerte, had [eiser] de tweede offerte moeten accepteren. [eiser] heeft er daarentegen voor gekozen de overeenkomst te annuleren. In dat geval geldt op basis van de algemene voorwaarden dat [gedaagde] 10% van de geoffreerde prijs in rekening mag brengen. [gedaagde] hoeft de aanbetaling daarom niet terug te betalen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze procedure draait het om de vraag of [gedaagde] de aanbetaling die [eiser] heeft gedaan, moet terugbetalen. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.2.
[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat hij op grond van zijn algemene voorwaarden de door [eiser] gedane aanbetaling niet hoeft terug te betalen. Volgens [eiser] zijn er echter geen algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing, omdat [gedaagde] deze algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst niet aan [eiser] heeft verstrekt. Dat betoog faalt. Uit de wet volgt namelijk dat algemene voorwaarden ook van toepassing zijn, indien een gebruiker bij het sluiten van de overeenkomst begreep of moest begrijpen dat de wederpartij de inhoud daarvan niet kende. [1] Het niet ter hand stellen van algemene voorwaarden kan hooguit leiden tot vernietiging van één of meerdere bedingen in de algemene voorwaarden. [2] [eiser] heeft echter geen beroep gedaan op vernietiging van (bedingen uit) de algemene voorwaarden.
4.3.
Dat in de offerte duidelijk is aangegeven dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn, is dus voldoende om deze van toepassing te laten zijn. Welke algemene voorwaarden er precies van toepassing zijn, is overigens onduidelijk. De algemene voorwaarden die [gedaagde] in deze procedure heeft overgelegd dateren namelijk van een latere datum dan de datum waarop de overeenkomst is gesloten. Deze algemene voorwaarden kunnen daardoor sowieso niet op de overeenkomst van toepassing zijn.
4.4.
Dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn, neemt echter niet weg dat [gedaagde] in dit geval geen beroep kan doen op die algemene voorwaarden. Niet in geschil is namelijk dat op basis van de eerste offerte een overeenkomst voor het leveren en installeren van 16 zonnepanelen en 1 omvormer tot stand is gekomen. Voorafgaande aan deze offerte is [gedaagde] langs geweest op het adres waar de zonnepanelen geplaatst moesten worden. Na het sluiten van de overeenkomst is er ook nog een monteur van [gedaagde] gaan kijken en toen bleek dat er slechts 14 zonnepanelen op het dak geplaatst konden worden en dat er 3 omvormers nodig waren, omdat er in het pand drie separate appartementen zijn gevestigd. Dit heeft geleid tot een aangepaste offerte die bijna € 900,00 hoger was dan de eerste offerte.
4.5.
In tegenstelling tot hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van een situatie waarbij [gedaagde] vanwege meerwerk gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid die de algemene voorwaarden biedt om een geoffreerde prijs met 10% te verhogen. Niet alleen de prijs, maar ook andere essentiële kenmerken van de oorspronkelijke opdracht zijn namelijk gewijzigd, te weten 2 zonnepanelen minder en 2 omvormers meer. Hierdoor is er geen sprake van meerwerk, maar van een nieuw aanbod. [eiser] heeft dit nieuwe aanbod niet geaccepteerd, waardoor er geen nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen.
4.6.
Aangezien uit de e-mail van 27 juni 2023 en de nadien toegestuurde tweede offerte volgt dat [gedaagde] de oorspronkelijke overeenkomst niet kon nakomen, staat vast dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van die overeenkomst. [eiser] was daardoor gerechtigd de overeenkomst te ontbinden, hetgeen zij, zo begrijpt de kantonrechter, met haar e-mail van 28 juni 2023 heeft gedaan. Bij ontbinding zijn partijen verplicht om de reeds ontvangen prestaties ongedaan te maken. Dit betekent dat [gedaagde] de aanbetaling die [eiser] heeft gedaan moet terugbetalen.
4.7.
Op de zitting heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat hij voorafgaande aan de ontbinding kosten heeft gemaakt voor het voorbereiden van de montage van de zonnepanelen en dat die kosten voor rekening van [eiser] dienen te komen. Deze kosten zouden overeen komen met het bedrag van de aanbetaling. [gedaagde] heeft echter geen tegenvordering ingediend en ook heeft hij de kosten die hij zou hebben gemaakt op geen enkele wijze onderbouwd. Alleen al daarom wordt dit verweer gepasseerd. Daar komt nog bij dat als een prestatie niet aan een overeenkomst beantwoord, de ontvanger alleen de waarde die de prestatie voor hem werkelijk heeft gehad moet vergoeden. [3] Aangezien [gedaagde] tekort is geschoten en eventuele al verrichte werkzaamheden voor [eiser] geen enkele waarde hebben gehad, rust er op [eiser] geen ongedaanmakingsverplichting en hoeft zij ook daarom geen kosten te vergoeden.
4.8.
De conclusie is dat de vordering van [eiser] wordt toegewezen.
4.9.
[eiser] maakt aanspraak op de wettelijke handelsrente over de toewijsbare hoofdsom vanaf 30 juni 2023. [eiser] heeft de overeenkomst echter pas op 28 juni 2023 ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de aanbetaling. De kantonrechter acht het redelijk dat [gedaagde] vanaf dat moment nog 14 dagen de tijd had om de aanbetaling terug te betalen. De rente zal daarom worden toegewezen vanaf 13 juli 2023, omdat [gedaagde] vanaf dat moment in verzuim is met de terugbetaling. Daarnaast zal slechts de wettelijke rente worden toegewezen, omdat de hoofdsom na ontbinding een schadevergoeding betreft waarover slechts wettelijke rente verschuldigd is.
4.10.
[eiser] vordert tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 330,63 worden toegewezen.
4.11.
[gedaagde] is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
123,16
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.269,66

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.204,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 juli 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 330,63 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.269,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
het anders of meer gevorderde wordt afgewezen,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:232 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)
2.Zie artikel 6:232 jo Pro artikel 6:233 onder Pro b Burgerlijk Wetboek (BW)
3.Artikel 6:272 onder Pro b BW