ECLI:NL:RBNHO:2026:2292

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
12004929
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 sub e BWArt. 7:669 lid 3 sub g BWArt. 7:669 lid 3 sub i BWArt. 195 RvArt. 194 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens grootschalig onterecht declareren reiskosten is rechtsgeldig

Een werknemer van KLM is op staande voet ontslagen wegens het op grote schaal onterecht declareren van reiskosten over een periode van 11 maanden. De werknemer voerde onder meer dubbele woon-werkreizen in, declaraties op ziekte- en vrije dagen, en verkeerde voertuiggegevens. Hij betwistte het frauduleuze handelen en stelde het systeem niet goed te begrijpen.

De kantonrechter oordeelde dat KLM voldoende heeft aangetoond dat de werknemer herhaaldelijk en bewust onjuiste declaraties heeft ingediend, ondanks uitgebreide voorlichting en controles. De werknemer had het hogere salaris moeten opmerken en hulp moeten zoeken, wat hij naliet. Zijn verklaring dat het per ongeluk was, werd niet geloofd.

Het ontslag op staande voet is daarmee rechtsgeldig gegeven. Het verzoek tot vernietiging, wedertewerkstelling en loonbetaling wordt afgewezen. Ook is geen transitievergoeding verschuldigd vanwege ernstig verwijtbaar handelen. Het voorwaardelijke tegenverzoek van KLM tot ontbinding behoeft geen beslissing. De proceskosten worden aan de werknemer opgelegd.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens grootschalig onterecht declareren van reiskosten is rechtsgeldig en het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 12004929 \ AO VERZ 25-160
Beschikking van 24 februari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [plaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. A.P. van Geffen en mr. J. Dewor,
tegen
de naamloze vennootschap
KONINKLIJKE LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJ N.V.
gevestigd te Amstelveen,
verwerende partij,
hierna te noemen: KLM,
gemachtigde: mr. L. Gorte
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om een werknemer die op staande voet is ontslagen vanwege het op grote schaal onterecht declareren van reiskosten
.De werknemer verzoekt vernietiging van dat ontslag. De kantonrechter wijst het verzoek af. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag namelijk (rechts)geldig. Op het voorwaardelijk tegenverzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst hoeft daarom niet meer te worden beslist. Het incidentele verzoek tot het verstrekken van informatie wordt eveneens afgewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met een incidenteel verzoek en producties;
- het verweerschrift met een voorwaardelijk tegenverzoek en producties;
- de pleitnotitie van [verzoeker];
- de pleitnotitie van KLM;
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Het verzoek van [verzoeker] is op deze zitting gelijktijdig behandeld met het verzoek van KLM om een gefixeerde schadevergoeding toe te kennen (12007215 \ AO 25-161).
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. Feiten
2.1.
[verzoeker], geboren [geboortedatum] 2000, is sinds 13 november 2023 in dienst bij KLM. De functie van [verzoeker] is Team Member Operations.
2.2.
KLM heeft per 1 november 2024 een nieuw vervoersregistratiesysteem ingevoerd. In dit systeem kunnen werknemers zelf tot drie maanden terug ritten (woon-werkverkeer en/of dienstreizen) invoeren op een speciale pagina op MyKLM, het intranet van KLM. De uitbetaling van de reiskosten vindt plaats in de maand nadat men de betreffende ritten heeft ingevoerd.
2.3.
Bij brief van 3 oktober 2025 is [verzoeker] vrijgesteld van werk in het kader van een onderzoek naar onregelmatigheden in zijn dienstverband.
2.4.
Op 6 oktober 2025 heeft een hoor- en wederhoorgesprek met [verzoeker] plaatsgevonden, waarbij namens KLM dhr. [betrokkene 1] (Unitmanager Bagageservices) en mw. [betrokkene 2] (HR Adviseur) aanwezig waren. Aan het einde van dat gesprek is [verzoeker] op staande voet ontslagen.
2.5.
Het ontslag is bij brief van 8 oktober 2025 schriftelijk aan [verzoeker] bevestigd. In de ontslagbrief staat (onder meer):
“(…) Bij een controle is gebleken dat u het systeem op ernstige wijze heeft misbruikt en op grote schaal reizen heeft ingevoerd die u niet heeft gemaakt. U deed onder meer het volgende niet goed:

Woon-werkreizen invoeren op uw MV-dagen;

Woon-werkreizen invoeren op dagen waarop u arbeidsongeschikt was en niet werkte;

Woon-werkreizen invoeren op dagen waarop u roostervrij was;

Dagelijks twee keer woon-werkverkeer opvoeren, alsof u die dag tweemaal naar KLM heen en weer was gereisd;

Opvoeren dat u met een elektrische auto reisde, terwijl u in werkelijkheid met een benzineauto naar KLM kwam;

Opvoeren dat u recht had op een reis ten behoeve van een (super)vroege dienst of nachtdienst had, terwijl u daadwerkelijk een dagdienst had (en andersom).
U bent in de gelegenheid gesteld om aan KLM te laten weten waarom u dit heeft gedaan. (…)
Wat vindt KLM?
Wij hebben u voorgehouden dat wij, uw verhaal gehoord hebbende, niet anders kunnen concluderen dan dat uw verklaring volstrekt ongeloofwaardig is. Het is u min of meer overkomen, u wist niet dat u iets fout deed. De invoer van het systeem vereist echter een aantal eenvoudige actieve handelingen die niet als vanzelf “niet goed” gaan. Het systeem is sterk visueel met een overzichtelijke maandagenda. U ziet dus direct of u al een invoer heeft gedaan op een bepaalde dag. U koos er in sommige periodes dan ook bewust voor om tweemaal een reis in te voeren. U heeft er zelf voor gekozen om in sommige periodes zelfs dagelijks een dubbele reis in te voeren. Daarnaast had u kunnen en moeten weten dat u alleen de daadwerkelijk gereden reizen/kilometers kan declareren. Het is volstrekt onlogisch dat u een reis woon/werkverkeer mag declareren op een vrije dag of tijdens ziekte. Dat moest u ook wel erkennen in ons gesprek. U heeft daarnaast bewust ingevuld dat u meestal met een elektrische auto komt (staat standaard op benzine), ook hiervan vindt KLM het onaannemelijk dat u hierbij een onbewuste fout heeft gemaakt. KLM kan het verhaal rondom uw auto’s ook niet helemaal plaatsen nu u het kenteken van de Tesla niet weet en u niet weet dat u in een Up rijdt en niet in een Polo.
U wordt zelf fors beter van uw foutieve invoer. U weet wel hoe het moet, want soms doet u het een korte periode wel goed.
Al met al valt dit u ernstig aan te rekenen.
KLM wijst op de vele manieren waarop het vervoersregistratiesysteem bij alle KLM-collega’s onder de aandacht is gebracht en de uitgebreide uitleg die is gegeven. (…)
Zou u de invoer al per ongeluk niet goed hebben gedaan – hetgeen KLM nogal ongeloofwaardig voorkomt – dan had u moeten weten dat u iets niet goed had gedaan toen u uw loonstroken zag/uw loon ontving. U ontving voor 1 november 2024 meestal zo’n EUR 275 aan vervoersvergoeding. Na 1 november 2024 ontving u in de meeste maanden meer dan het dubbele en soms zelfs EUR 1.100 en bijna EUR 1.400. (…)
Ontslag op staande voet
Wij hebben u voorgehouden dat uw verklaring uw handelwijze niet kan rechtvaardigen. Voor ons staat vast dat u door frauduleuze invoer in het vervoersregistratiesysteem maandelijks aanzienlijke bedragen van KLM heeft ontvangen waar u geen recht op heeft. U had moeten weten dat uw invoer niet juist was en kon zijn. U had ook moeten weten dat de bedragen die u van KLM ontving, te hoog waren in vergelijking met uw reiskostenvergoeding van voor 1 november 2024. U heeft zichzelf bevoordeeld ten nadele van KLM door middel van de frauduleuze invoer. U heeft hiermee de CAO en de KLM Gedragsregels overtreden. Dat is voor ons onacceptabel. Als werkgever moeten wij blindelings op uw eerlijkheid en integriteit kunnen vertrouwen. Helaas hebben wij moeten constateren dat u dit vertrouwen ernstig en onherstelbaar hebt beschaamd. Door uw handelswijze hebben wij geen enkel vertrouwen meer in een vruchtbare samenwerking. Dit geldt te meer nu u in een vertrouwensfunctie achter de douane werkt.
De hiervoor omschreven handelingen vormen ieder afzonderlijk, maar in ieder geval gezamenlijk genomen, voldoende reden om tot een onmiddellijke opzegging van uw arbeidsovereenkomst vanwege een dringende reden over te gaan. Dit betekent dat uw arbeidsovereenkomst op 6 oktober 2025 is geëindigd.
(…)”
2.6.
Bij de ‘vragen en antwoorden’ (hierna: Q&A) over het vervoersregistratiesysteem staat als antwoord op de vraag ‘
Hoe worden mijn ritregistraties gecontroleerd?’ het volgende:
“Er vindt op reguliere basis controle plaats. Hoewel KLM erop vertrouwt dat je jouw registraties naar waarheid invult, is het ook vanuit fiscaal perspectief noodzakelijk controles te verrichten. KLM mag immers alleen onbelaste vervoersvergoeding uitkeren voor woon-werkkilometers op basis van de gebruikelijke route. Wij moeten in dat verband aannemelijk kunnen maken dat wij niet meer dan fiscaal toegestaan vergoeden. Daarbij kan het voorkomen dat het – zeker omdat het een nieuwe werkwijze en systeem is – per ongeluk een keer niet goed gaat. We zullen dan contact met je opnemen om te kijken of en waar we je kunnen helpen.”
2.7.
Op pagina 9 van het vervoersbeleid van KLM staat (onder meer):
“(…) Er zal door KLM controle worden uitgevoerd. Naar aanleiding van eventuele afwijkende reizen / excessen zal (via de leidinggevende) contact met je worden opgenomen om de achtergrond van de geconstateerde afwijking(en) te bespreken. Indien hiervoor geen verklaring en/of gegronde reden is, en/of KLM komt tot de conclusie dat sprake is van fraude dan kan een (disciplinaire) maatregel worden opgelegd, waaronder mogelijk het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Onterechte vergoedingen en eventuele loonheffingen zullen in dat geval worden teruggevorderd dan wel verrekend met het salaris.”

3.Het verzoek in het incident en de hoofdzaak

3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter in het incident om KLM te bevelen een afschrift te verstrekken van de schriftelijke waarschuwing die zij aan mevrouw [betrokkene 3] (een collega van [verzoeker]) heeft opgelegd, op verbeurte van een dwangsom.
3.2.
In de hoofdzaak verzoekt [verzoeker] de kantonrechter om het ontslag op staande voet te vernietigen en KLM te veroordelen tot betaling van loon en wedertewerkstelling, op verbeurte van een dwangsom.
Subsidiair verzoekt [verzoeker] om KLM te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, een billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding, alles vermeerderd met wettelijke rente.
Volgens [verzoeker] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig, omdat de dringende reden ontbreekt. [verzoeker] betwist dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen en/of het bewust benadelen van KLM. Hij heeft zijn reisdeclaraties zo goed mogelijk ingevuld, maar hij begreep het vervoersregistratiesysteem niet goed en heeft hierover ook geen uitleg van KLM gekregen. KLM had, net zoals zij bij collega [betrokkene 3] heeft gedaan, voor een minder zware sanctie moeten kiezen. Bovendien heeft KLM ten onrechte te weinig controle uitgeoefend en heeft zij onvoldoende hoor wederhoor toegepast.

4.Het verweer en het tegenverzoek

4.1.
KLM verweert zich tegen de verzoeken van [verzoeker]. Zij heeft – kort samengevat – het volgende aangevoerd. KLM kan uit het oogpunt van privacy en wegens gebrek aan belang niet verplicht worden om enige brief uit het dossier van een andere werknemer in de procedure te brengen. Er is ook geen grond voor vernietiging van het aan [verzoeker] gegeven ontslag op staande voet. De dringende reden is gelegen in het onrechtmatig en frauduleus gebruik van het vervoersregistratiesysteem van KLM, waarmee [verzoeker] zichzelf aanzienlijk financieel heeft bevoordeeld ten nadele van KLM. Het ontslag is ook onverwijld gegeven.
4.2.
Voor het geval het ontslag op staande voet geen standhoudt, heeft KLM de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen of nalaten door [verzoeker] [1] , een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding [2] , althans een combinatie van deze gronden [3] .

5.De beoordeling

het incident
5.1.
Voor toewijzing van een verzoek tot het verstrekken van informatie [4] moet worden voldaan aan de wettelijke vereisten. In de wet [5] is bepaald dat een partij die betrokken is bij een rechtsbetrekking recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens die betrekking hebben op die rechtsbetrekking, voor zover zij daarbij een voldoende belang heeft. De partij die over de verzochte informatie beschikt kan van deze verplichting worden ontheven indien gewichtige redenen zich tegen verstrekking verzetten.
5.2.
De kantonrechter oordeelt dat [verzoeker] onvoldoende belang heeft bij zijn verzoek om een afschrift van de schriftelijke waarschuwing die door KLM aan mevrouw [betrokkene 3] is gegeven. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
5.3.
KLM heeft aangevoerd dat de situatie van mevrouw [betrokkene 3] niet vergelijkbaar is met die van [verzoeker]. Het feitencomplex en de omstandigheden in beide situaties verschillen wezenlijk. [betrokkene 3] heeft een lang dienstverband en een relatief hoge leeftijd. Bovendien betreft de onjuiste invoer in het systeem een incident over één maand, gerelateerd aan één oorzaak, met een beperkte financiële impact. [verzoeker] daarentegen is jong, relatief kort in dienst en heeft over een langere periode fouten gemaakt, die samenhangen met meerdere oorzaken en hebben geleid tot een aanzienlijk financiël nadeel voor KLM. Tegenover dit gemotiveerde betoog van KLM heeft [verzoeker] onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat sprake is van gelijke gevallen waarin hij ongelijk is behandeld. Daarmee heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij voldoende belang heeft bij de verstrekking van een afschrift van de waarschuwing van KLM aan [betrokkene 3], bij welk oordeel in het midden blijft of sprake is van afschrift dat betrekking heeft op de rechtsbetrekking in de zin van de wet.. Het verzoek in het incident wordt daarom afgewezen.
5.4.
De proceskosten in het incident komen voor rekening van [verzoeker], omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de proceskosten in het incident op nihil, aangezien de zaak in het incident gelijktijdig is behandeld met de hoofdzaak en KLM daarvoor geen extra kosten heeft moeten maken.
het verzoek
5.5.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] niet de switch gemaakt naar de subsidiaire verzoeken tot toekenning van een billijke vergoeding en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging. De kantonrechter komt daarom niet toe aan beoordeling van die verzoeken. Het gaat in deze zaak dus om de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd en of KLM moet worden veroordeeld tot wedertewerkstelling en betaling van loon.
Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig
5.6.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.
5.7.
Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is. [6] De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen, in onderling verband en samenhang. [7] Daarbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de aard en de ernst van de dringende reden. Verder zijn onder meer van belang de aard en de duur van de dienstbetrekking, het functioneren van de werknemer, en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet heeft.
5.8.
Met ingang van 1 november 2024 heeft KLM een nieuw vervoersregistratiesysteem in gebruik genomen, waarmee werknemers zelfstanding hun reiskosten kunnen declareren. KLM heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd dat [verzoeker] op grote schaal reiskosten heeft gedeclareerd waar hij geen recht op had. Zo heeft hij gedurende een lange periode (11 maanden) woon-werkverkeer gedeclareerd voor dagen waarop hij niet heeft gewerkt, dubbele declaraties ingediend, nachtvergoedingen gedeclareerd voor dagdiensten en vrijwel uitsluitend het gebruik van een elektrische auto (resulterend in een hogere vergoeding) opgevoerd. [verzoeker] heeft de door KLM gestelde onregelmatigheden niet betwist, maar heeft aangevoerd dat hij het vervoersregistratiesysteem niet goed begreep en onvoldoende door KLM is voorgelicht en gecontroleerd.
5.9.
De kantonrechter is van oordeel dat KLM voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij alle medewerkers herhaaldelijk per e-mail over de nieuwe werkwijze heeft geïnformeerd en daarbij heeft verwezen naar zowel de via een link daarin beschikbare handleiding van het vervoersregistratiesysteem als de speciale ‘vervoerspagina’ op MyKLM, op welke pagina (via een tegel) niet alleen kan worden gekozen voor de invoer van ritten, maar ook (via een tegel) voor toelichting op het vervoersregistratiesysteem. Daarnaast heeft zij op de digitale schermen op de werkvloer reclame gemaakt voor informatiebijeenkomsten over het gebruik van het nieuwe vervoersregistratiesysteem. [verzoeker] heeft gedurende de eerste twee maanden na invoering van het systeem (afgezien van enkele onregelmatigheden met betrekking tot de dag- en nachtvergoeding) zijn ritten correct ingevoerd. Met KLM is de kantonrechter van oordeel dat dit erop duidt dat de informatie over het systeem hem wel degelijk heeft bereikt, dat hij het systeem begreep en dat hij in staat was om het systeem op de juiste wijze te gebruiken.
Maar zelfs indien de voorlichting van KLM over het nieuwe vervoersregistratiesysteem [verzoeker] niet zou hebben bereikt, had hij kunnen en moeten begrijpen dat uitsluitend daadwerkelijk gemaakte ritten mochten worden gedeclareerd. Bovendien had het hem moeten opvallen dat hij bij de salarisuitbetaling een aanzienlijk hoger bedrag uitgekeerd kreeg dan voorheen, waardoor hij had moeten beseffen dat zijn invoer van de vervoersregistratie onjuist was. Het had vervolgens op de weg van [verzoeker] gelegen om zelf aan de bel te trekken. Dit heeft hij niet gedaan. De stelling van [verzoeker] dat hij uitging van een vast maandsalaris en daarom voor iedere dag reiskosten heeft gedeclareerd, treft geen doel. Juist bij een vast maandsalaris had een aanzienlijk hogere uitbetaling moeten opvallen. Weliswaar heeft [verzoeker] aangevoerd dat hij het hogere salaris toeschreef aan onregelmatigheden in zijn diensten, maar KLM heeft daartegenover voldoende aannemelijk gemaakt dat wordt gewerkt met een vast zomer- en winterrooster en een vaste ploegentoeslag, zodat ook deze uitleg van [verzoeker] niet kan worden gevolgd. [verzoeker] heeft op de zitting op een vraag van de kantonrechter nog verklaard dat hij het systeem niet begreep en dat de naar het inzicht van KLM juist ingevoerde maanden naar zijn inzicht onjuist zijn ingevoerd. Omdat [verzoeker] de weg naar het invoeren van ritten op myKLM heeft kunnen vinden is naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk dat hij de weg naar de toelichting op het systeem niet heeft kunnen vinden. Maar zelfs indien hij die toelichting over het hoofd heeft gezien ontslaat dat hem niet van zijn verantwoordelijkheid om zo nodig hulp in te schakelen, hetgeen hij dan ten onrechte heeft nagelaten.
5.10.
KLM heeft toegelicht dat voor woon-werkverkeer met een eigen vervoermiddel geen afzonderlijke goedkeuring vereist is. De datum die in het declaratieoverzicht onder het kopje “
approved at” wordt vermeld, correspondeert daarom met de datum waarop de rit in het systeem is ingevoerd. De kantonrechter stelt vast dat uit het declaratieoverzicht blijkt dat [verzoeker] de daadwerkelijk gemaakte ritten doorgaans op de werkdag zelf of binnen enkele dagen na de gewerkte dag heeft gedeclareerd. De onrechtmatige ritten zijn daarentegen steeds op een aanzienlijk later moment ingevoerd. [verzoeker] heeft, ondanks dat KLM hem in het hoor- en wederhoorgesprek voldoende gelegenheid heeft geboden en hij ook ter zitting daartoe de mogelijkheid heeft gehad, geen verklaring gegeven voor de onregelmatigheden in zijn reisdeclaraties, anders dan dat het “per ongeluk” zou zijn gegaan. De kantonrechter acht deze verklaring, alle hiervoor genoemde omstandigheden in aanmerking genomen, niet geloofwaardig. Van onvoldoende hoor en wederhoor is geen sprake. Over het gebruik van zijn eigen benzineauto en de elektrische auto van zijn vader heeft [verzoeker] bijvoorbeeld wisselend verklaard, zonder toe te lichten op welke data hij welke auto heeft gebruikt of welk kenteken daarbij hoort. Ook op dit punt heeft [verzoeker] dus geen openheid van zaken gegeven.
5.11.
De kantonrechter is van oordeel dat het systematische, langdurige en herhaalde karakter van de onjuiste declaraties niet aannemelijk maakt dat sprake is van een vergissing of een incident, maar juist wijst op het doelbewust benadelen van KLM. [verzoeker] kan daarom geen geslaagd beroep doen op de passage uit het Q&A-document waarin is opgenomen dat het kan voorkomen dat het per ongeluk een keer niet goed gaat en dat in dat geval hulp zal worden geboden. Ook de stelling van [verzoeker] dat KLM de ingediende declaraties niet tijdig en voldoende heeft gecontroleerd, gaat niet op. Nog afgezien van het feit dat KLM heeft aangevoerd dat het systeem is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en dat met de in het vervoersbeleid genoemde ‘controles’ uitsluitend steekproeven en gerichte controles worden bedoeld, doet dit namelijk niets af aan de ernst en aard van het handelen van [verzoeker].
5.12.
Het structureel onterecht declareren van reiskosten levert naar het oordeel van de kantonrechter een dringende reden op die een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Met zijn handelen heeft [verzoeker] zich gelden toegeëigend waarop hij geen aanspraak had en daarmee heeft hij KLM benadeeld. Van KLM kon redelijkerwijze niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Zij hoefde dan ook niet met een minder zware sanctie te volstaan. Dit geldt te meer nu van [verzoeker] als medewerker in het beveiligde gebied op Schiphol een verhoogde mate van integriteit mag worden verwacht. [verzoeker] heeft geen persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht die tot een andere afweging moeten leiden.
5.13.
Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat het feit dat KLM aan een andere medewerker bij wie ook onregelmatigheden in de reisdeclaraties zijn geconstateerd (mw. [betrokkene 3]) een minder zware sanctie heeft opgelegd, het oordeel in deze zaak niet anders maakt. Zoals hiervóór (zie r.o. 5.3) is overwogen is immers niet gebleken van gelijke of vergelijkbare gevallen.
5.14.
De conclusie is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Dat betekent dat de verzoeken van [verzoeker] tot vernietiging van dat ontslag, wedertewerkstelling en doorbetaling van het salaris worden afgewezen.
Geen transitievergoeding
5.15.
Het verzoek om KLM te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens afgewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoeker] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarom is geen transitievergoeding verschuldigd. [8]
Proceskosten
5.16.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker], omdat [verzoeker] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker]. De proceskosten aan de zijde van KLM worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
het tegenverzoek
5.17.
Op het voorwaardelijke tegenverzoek van KLM om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, hoeft niet te worden beslist. De voorwaarde waaronder KLM dat verzoek heeft gedaan, is namelijk niet vervuld doordat hiervoor is beslist dat het ontslag op staande voet niet wordt vernietigd.

6.De beslissing

De kantonrechter
in het incident:
6.1.
wijst het verzoek af;
6.2.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van KLM tot en met vandaag vaststelt op nihil;
in het verzoek:
6.3.
wijst het verzoek af;
6.4.
veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoeker] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [9] ;
in het tegenverzoek:
6.6.
stelt vast dat de voorwaarde waaronder het verzoek is ingediend niet is vervuld.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7:669 lid 3 sub e van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.Artikel 7:669 lid 3 sub g BW Pro.
3.Artikel 7:669 lid 3 sub i BW Pro.
4.In de zin van artikel 195 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
5.Artikel 194 Rv Pro.
6.Artikel 7:677 lid 1 BW Pro.
7.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2022:860 (
8.Artikel 7:673 lid Pro 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
9.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.