ECLI:NL:RBNHO:2026:2295

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
12065199
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:233 BWArt. 6:710 BWArt. 1:10 BWArt. 110 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling doorbelasting schade na verkeersongeval tussen professionele partijen

Op 10 augustus 2025 vond een kopstaartbotsing plaats met een bedrijfsauto van eiseres, bestuurd door een werknemer die de plaats van het ongeval verliet zonder gegevens achter te laten. Ayvens, de beheerder van het wagenpark, heeft de schade conform polisvoorwaarden en algemene voorwaarden aan eiseres doorbelast.

Eiseres vordert terugbetaling van deze kosten en een verbod op verdere incasso, stellende dat de doorbelasting onrechtmatig is. Ayvens betwist dit en beroept zich op relatieve onbevoegdheid van de kantonrechter en op de polisuitsluiting.

De kantonrechter oordeelt dat ondanks de verhuizing van Ayvens naar Amsterdam, de kantonrechter te Haarlem relatief bevoegd is vanwege tijdstip van dagvaarding en mededeling zitting. Inhoudelijk wordt geoordeeld dat de doorbelasting terecht is, omdat de polisuitsluiting geldt bij verlaten plaats ongeval zonder toestemming verzekeraar en de algemene voorwaarden bepalen dat niet-gedekte schade voor rekening van eiseres komt.

De stelling dat de risicoverdeling onredelijk bezwarend is, wordt verworpen gezien de professionele aard van partijen en gebruikelijkheid in verzekeringsrelaties. Eiseres kan regres nemen op de bestuurder, maar kan zich niet op de gebruikersovereenkomst beroepen tegenover Ayvens.

Uiteindelijk wordt de vordering afgewezen behalve een bedrag van €2.123,96 dat ten onrechte is doorbelast en terugbetaald moet worden. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van eiseres wordt grotendeels afgewezen omdat de schade terecht is doorbelast, behalve een bedrag van €2.123,96 dat terugbetaald moet worden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12065199 \ VV EXPL 26-9
Uitspraakdatum: 9 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.
gevestigd te [plaats 1]
eiseres
hierna te noemen: [eiseres]
gemachtigde: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]
tegen
de besloten vennootschap
Axus Nederland B.V.,handelend onder de naam
Ayvens Nederland
gevestigd te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: Ayvens
gemachtigde: mr. H.A.C. Trimbach
De zaak in het kort
De kantonrechter te Haarlem is relatief bevoegd, ondanks dat de gedaagde partij (sinds kort) in Amsterdam is gevestigd. De vordering in kort geding wordt (grotendeels) afgewezen, omdat de gedaagde partij de schade na een verkeersongeval terecht heeft doorbelast aan de eisende partij.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [eiseres] tevens akte vermeerdering van eis;
- de pleitnota van Ayvens.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Feiten

2.1.
Op 13 september 2016 hebben [eiseres] en LeasePlan (de rechtsvoorganger van Ayvens) een overeenkomst gesloten. Deze overeenkomst houdt in dat Ayvens het wagenpark met bedrijfsauto’s van [eiseres] in beheer houdt en bemiddelt bij de verzekering daarvan.
2.2.
De Verzekeringsvoorwaarden Motorrijtuigen maken integraal deel uit van de overeenkomst. In de verzekeringsvoorwaarden staat (voor zover van belang):
UitsluitingenArtikel 9Deze verzekering biedt geen dekking indien:(…)
9.11
Verlaten plaats aanrijdingBestuurder, indien er sprake is van schade aan derden en/of het verzekerd voertuig niet meer rijdbaar is, zonder toestemming van verzekeraar de plaats van de aanrijding verlaat.”
2.3.
Daarnaast zijn de Algemene Voorwaarden Beheer LeasePlan Nederland N.V. 2010 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing op de overeenkomst. Daarin staat (voor zover van belang):
19. Risico, verzekering en aansprakelijkheid
1. Alle schade van welke aard dan ook toegebracht aan het Object en bijbehorende accessoires en gereedschappen alsmede alle schade van weke aard dan ook ontstaan als gevolg van het gebruik van het Object, voor zover niet gedekt door de verzekering van het Object, zal voor rekening van Cliënt zijn, met inbegrip van schade die wel door een verzekering wordt gedekt, maar niet wordt vergoed als gevolg van enig handelen of nalaten van Cliënt of de Berijder.”
2.4.
Op 10 augustus 2025 heeft een ongeval (kopstaartbotsing) plaatsgevonden met een van de bedrijfsauto’s van [eiseres] (een Peugeot Partner met kenteken [kenteken 1]). In het proces-verbaal van de politie staat over de toedracht van het ongeval het volgende:
“Op 10 augustus 2025 reed bestuurder, ■ , in de Skoda , [kenteken 2], over de Europaweg-Noord richting de Peelo. Achter haar reed het voertuig [kenteken 3](de kantonrechter leest: [kenteken 1])
met de bestuurder ■. ■ gaf aan dat ze snelheid minderde voor een papiertje op de weg, hierbij benadrukte ze dat ze niet remde. ■ was de hele tijd aan het bumperkleven en slinger en knalde achterop de Skoda. Beide voertuigen zijn toen gestopt. Na een kort gesprek is de bedrijfsauto weggereden zonder alle gegevens achter te laten. Daarna is de Skoda naar een parkeerplaats gereden en heeft de politie gebeld. Omdat het een bedrijfsauto was, met de naam van het bedrijf op het voertuig zijn we achter de bestuurder, ■ gekomen. De politie is bij zijn woning geweest. ■ zat met een open biertje in de tuin. Uiteindelijk is hij naar de parkeerplaats, op de fiets, gekomen om de formulieren in te vullen. Aangekomen bij de parkeerplaats kon ■ niet recht fietsen. ■ vertelde zelf dat hij tijdens het rijden niet had gedronken en pas bij thuiskomst. De adem van ■ rook naar alcohol en zijn ogen waren bloeddoorlopend. Bij ■ is geen blaastest afgenomen. De bestuurder van de bedrijfsauto was mondig erg aanwezig en schold de tegenpartij meerdere keren uit. Hierdoor zijn de schadeformulieren niet volledig ingevuld.”
2.5.
De auto werd ten tijde van het ongeval bestuurd door een werknemer van [eiseres]. De betreffende werknemer heeft op 5 augustus 2025 een gebruikersovereenkomst ondertekend. In de gebruikersovereenkomst staat (voor zover van belang):
Artikel 2 – Gebruik en kosten voor rekening van berijder2.1 De werkgever stelt de berijder een auto ter beschikking voor het uitoefenen van de functie (zakelijk gebruik).Het is de berijder niet toegestaan om de auto voor privédoeleinden te gebruiken.
Artikel 4- Verzekering(…)
4.3
Kosten ontstaan door onoordeelkundig of slordig gebruik, zijn niet verzekerd en zullen op de berijder worden verhaald.”
Artikel 5 – Schade
(…)5.4 De berijder is gehouden als een goed huisvader met het beschikbaar gestelde voertuig om te gaan. Schade aan het voertuig, zowel in- als uitwendig, veroorzaakt door onzorgvuldig handelen, komen geheel voor rekening van de berijder en worden direct met het salaris en
eventuele tegoeden verrekend.”
2.6.
Ayvens heeft de tegenpartij van het verkeersongeval schadeloos gesteld op grond van de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM).
2.7.
Ayvens heeft deze kosten aan [eiseres] doorbelast. Bij brief van 12 november 2025 is dat als volgt toegelicht:

“Bij het ongeval met bovengenoemde kenmerken heeft de bestuurder van uw leaseauto schade veroorzaakt. (…) Uit de beschikbare informatie blijkt dat er sprake is van een niet onder de polis gedekte schade. Hieronder leest u welke gevolgen dit heeft voor de afwikkeling van de schade.De verzekeraar biedt geen dekkingVolgens de geldende dekkingsbepalingen komt deze schade niet voor vergoeding in aanmerking. Dat betekent dat o.a. de expertisekosten van € 105,00 excl. BTW niet verzekerd zijn en bij u in rekening worden gebracht.Normaal gesproken zou de dagwaarde minus restwaarde en aftrekposten, in dit geval, € 2136,96, voor vergoeding in aanmerking komen. Gezien er sprake is van een uitsluiting op de polis zal dit bedrag niet aan u worden uitgekeerd. De restwaarde wordt uiteraard wel nog aan u uitgekeerd. Dit is een bedrag van € 4830,00 incl. BTW. Voor de volledigheid stuur ik u bijgevoegd het expertiserapport mee.Eventuele schade aan anderen wordt ook in rekening gebrachtEr is door het toedoen van de bestuurder ook schade toegebracht aan een tegenpartij. Deze schade bedraagt € 8526,63. Deze kosten brengen wij bij u in rekening.”

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert na vermeerdering van eis - samengevat - veroordeling van Ayvens tot (terug)betaling van € 12.618,66, vermeerderd met rente en kosten. Daarnaast wil [eiseres] dat het Ayvens verboden wordt om enige verdere incasso, verrekening of doorbelasting ter zake van het ongeval van 10 augustus 2025 jegens [eiseres] uit te voeren.
3.2.
Ayvens betwist de vordering. Zij beroept zich in de eerste plaats op de relatieve onbevoegdheid van de kantonrechter van deze rechtbank. Volgens Ayvens is alleen de kantonrechter van de woonplaats van Ayvens bevoegd om deze zaak te behandelen. Verder heeft Ayvens aangevoerd dat een polis uitsluiting van toepassing is. Ayvens heeft de schade daarom conform de algemene voorwaarden aan [eiseres] doorbelast. Deze incasso is niet onrechtmatig.

4.De beoordeling

De (relatieve) bevoegdheid van de Haarlemse kantonrechter
4.1.
[eiseres] heeft zich op tijd op de relatieve onbevoegdheid van de kantonrechter bij deze rechtbank beroepen. [1] De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of zij relatief bevoegd is om deze zaak te behandelen. Dat is het geval. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
4.2.
Ayvens heeft primair een beroep gedaan op de forumkeuze zoals opgenomen in de algemene voorwaarden. [2] Op grond van die forumkeuze is de rechtbank Amsterdam (exclusief) bevoegd. De wet [3] beperkt in een aantal gevallen de werking van een forumkeuze. Uitgangspunt is dat een forumkeuze geen gevolg heeft als sprake is van vorderingen tot € 25.000,00. Dat is in deze zaak het geval. Van een uitzonderingssituatie is niet gebleken. Dat betekent dat Ayvens zich in deze zaak niet op het forumkeuzebeding kan beroepen.
4.3.
De hoofdregel is dat de (kanton)rechter van de woonplaats van de gedaagde partij (Ayvens) bevoegd is om de zaak te behandelen. [4] De woonplaats van een rechtspersoon is daar waar hij zijn wettelijke of statutaire zetel heeft. [5] Ayvens is blijkens het (door [eiseres] bij dagvaarding overgelegde) uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 13 februari 2026 op het moment van het uitbrengen van de dagvaarding statutair gevestigd in Amsterdam, zodat Amsterdam heeft te gelden als woonplaats. Amsterdam ligt niet in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, maar in het arrondissement van de rechtbank Amsterdam.
4.4.
Op de zitting heeft [eiseres] echter betoogd dat de kantonrechter bij de rechtbank Noord-Holland locatie Haarlem, in afwijking van hetgeen hiervoor is overwogen, relatief bevoegd is om van de zaak kennis te nemen, omdat Ayvens ten tijde van het aanvragen van het kort geding nog kantoor hield in [plaats 3]. Tussen partijen is niet in geschil dat Ayvens op 9 februari 2026 is verhuisd van [plaats 3] naar Amsterdam.
Hoewel een procedure over het algemeen aanvangt met het uitbrengen van de dagvaarding, heeft de Hoge Raad bepaald dat in geval van een kort geding de zaak aanhangig kan zijn zodra aan de gedaagde partij mededeling is gedaan van de dag en het tijdstip van de zitting. [6] Uit het digitale dossier bij de rechtbank is gebleken dat op 22 januari 2026 bij de rechtbank een dossier is aangemaakt naar aanleiding van de aanvraag van een kort geding door [eiseres]. Diezelfde dag heeft de griffie van de rechtbank een e-mail naar [eiseres] gestuurd waarin de dag en het tijdstip van de zitting aan haar zijn medegedeeld. Uit het procesreglement [7] volgt dat de eisende partij ([eiseres]) vervolgens zo spoedig mogelijk (doch uiterlijk binnen 2 dagen na ontvangst van dit bericht) aan de wederpartij (Ayvens) mededeling dient te doen van de datum en het tijdstip van de zitting. Ayvens heeft niet betwist dat deze mededeling tijdig aan haar is gedaan.
4.5.
De conclusie is dat de kantonrechter te Haarlem (en niet de kantonrechter te Amsterdam) bevoegd is om van de zaak kennis te nemen. De zaak zal hierna dan ook inhoudelijk worden beoordeeld.
De inhoudelijke beoordeling
4.6.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarom niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van [eiseres] op Ayvens voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
4.7.
In deze zaak gaat het om de vraag of Ayvens de schade na een verkeersongeval terecht aan [eiseres] heeft doorbelast. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Daartoe wordt als volgt overwogen.
4.8.
Vaststaat dat de bestuurder van de bedrijfsauto van [eiseres] de plaats van het ongeval heeft verlaten zonder zijn identiteit achter te laten. Dat betekent dat de schade niet door de verzekeraar wordt gedekt (zie 2.2). Daarbij is, anders dan door [eiseres] wordt gesteld, niet van belang of sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid bij de bestuurder en/of er een causaal verband bestaat tussen de overtreding van de polis uitsluiting en de schade.
4.9.
De kantonrechter stelt vast dat in de algemene voorwaarden (waarvan [eiseres] de toepasselijkheid niet heeft betwist) expliciet is bepaald dat niet-gedekte schade voor rekening van ‘de cliënt’ komt (zie 2.3). Dat is in dit geval [eiseres]. Daarmee is sprake van een contractueel overeengekomen risicoverdeling tussen [eiseres] en Ayvens. De vraag of wel of geen sprake is van werkgeversaansprakelijkheid [8] , doet daarom niet ter zake.
4.10.
De stelling van [eiseres] dat de contractueel overeengekomen risicoverdeling onredelijk bezwarend is omdat [eiseres] geen controle heeft over privégebruik door de bestuurder buiten werktijd, slaagt naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet. Het gaat om een overeenkomst tussen twee professionele partijen in het handelsverkeer. Ayvens heeft (onbetwist) aangevoerd dat risicoverdeling waarop zij zich beroept, gebruikelijk is in verzekeringsrelaties. [eiseres] heeft daartegenover vooralsnog onvoldoende onderbouwd waarom het beding, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend voor haar is. [9] De redelijkheid en billijkheid noopt niet tot een andere conclusie.
4.11.
Volgens [eiseres] had Ayvens regres moeten nemen op de bestuurder, omdat de bestuurder in strijd met de gebruikersovereenkomst heeft gehandeld door de auto buiten werktijd te gebruiken. In de gebruikersovereenkomst is bepaald dat schade als gevolg van onzorgvuldig gebruik op de bestuurder wordt verhaald. [eiseres] ziet daarbij echter over het hoofd dat de gebruikersovereenkomst uitsluitend geldt tussen [eiseres] en de bestuurder. Ayvens is daarbij geen partij. [eiseres] kan zich in haar (rechts)verhouding tot Ayvens dan ook niet op die overeenkomst beroepen. Voor zover [eiseres] meent dat de schade voor rekening van de bestuurder behoort te komen, ligt het op haar weg om zélf regres op de bestuurder te nemen.
4.12.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat aannemelijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de door Ayvens verrichte incasso niet onrechtmatig is. Dat betekent dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen, behoudens het navolgende.
4.13.
Ayvens heeft erkend dat een bedrag van € 2.123,96 ten onrechte bij [eiseres] in rekening is gebracht. Dit bedrag is de schade aan de eigen auto van [eiseres]. [eiseres] heeft geen recht op vergoeding van die schade, maar dat wil nog niet zeggen dat die kosten bij haar in rekening gebracht hadden moeten worden. Ayvens heeft toegelicht dat zij inmiddels opdracht heeft gegeven om een bedrag van € 2.123,96 aan [eiseres] te crediteren. Aangezien niet is gebleken dat deze creditering inmiddels door Ayvens is uitgevoerd, zal de vordering van [eiseres] tot dit bedrag worden toegewezen.
4.14.
[eiseres] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ayvens worden begroot op:
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.009,00

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Ayvens om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.123,96, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 22 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Kleij en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 110 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (hierna: Rv).
2.Artikel 24 lid 6 van Pro de algemene voorwaarden.
3.Artikel 108 lid 2 Rv Pro.
4.Artikel 99 lid 1 Rv Pro.
5.Artikel 1:10 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
6.Hoge Raad van 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087, overweging 3.3.4. en 3.3.5.
7.Artikel 4.2. van het Landelijk Procesreglement kort gedingen.
8.In de zin van artikel 6:710 BW Pro.
9.Artikel 6:233 aanhef Pro en onder a BW.