ECLI:NL:RBNHO:2026:2320

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
25/1817
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:9 AwbArt. 6:20 AwbArt. 22.29 Omgevingsplan gemeente HaarlemArt. 1.67 bestemmingsplan Bakenes
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omgevingsvergunning buitengevelisolatie beschermd stadsgezicht Haarlem

Eiseres vroeg een omgevingsvergunning aan voor het isoleren en aanbrengen van sierpleister aan de zijgevels van haar woning, een orde 2-pand in een beschermd stadsgezicht te Haarlem. Het college wees de aanvraag af omdat de buitengevelisolatie het gevelbeeld en de historische kwaliteit van het pand aantast, wat strijdig is met de redelijke eisen van welstand.

De Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) gaf meerdere negatieve adviezen, waarin werd benadrukt dat isolatie aan de binnenzijde gebruikelijk is bij beschermde panden en dat het gevelbeeld zo veel mogelijk behouden moet blijven. Eiseres stelde dat isolatie aan de binnenzijde belastend en duur is en stelde een alternatief voor met gipspleister in plaats van kunststofpleister, maar dit alternatief werd door het college en AOK niet als passend beoordeeld.

De rechtbank oordeelde dat het college zich op zorgvuldige wijze op de welstandsadviezen heeft mogen baseren en dat er geen concrete aanknopingspunten zijn om aan de zorgvuldigheid of motivering te twijfelen. Het college hoefde geen gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid omdat er een redelijk alternatief is en het belang van behoud van het historische gevelbeeld zwaarder weegt dan het financiële belang van eiseres.

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Het beroep tegen het besluit op bezwaar werd ongegrond verklaard. Eiseres kreeg een proceskostenvergoeding toegekend voor het niet tijdig beslissen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de omgevingsvergunning voor buitengevelisolatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/1817

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Haarlem, eiseres

(gemachtigde: J.C.M. Houtzagers),
en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem

(gemachtigden: B. Kooij en mr. Z. Aygünes).

Samenvatting

1.1
Deze uitspraak gaat (wat betreft het materiële deel) over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een omgevingsvergunning voor het isoleren van en het aanbrengen van sierpleister aan de zijgevels van haar woning [adres] te Haarlem. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit op het bezwaar is ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.3
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 wordt het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar besproken. Onder 4 staat het bouwplan, onder 5 staat de motivering van de afwijzing van de aanvraag in de primaire fase, onder 6 staan de welstandsadviezen hangende bezwaar beschreven, onder 7 staat de inhoud van het bestreden besluit en onder 8 staan de daartegen gerichte beroepsgronden. De beoordeling daarvan door de rechtbank staat onder 9. Onder 10 staan de conclusie en gevolgen beschreven. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank.

Procesverloop

2.1
Eiseres heeft op 26 maart 2024 een aanvraag ingediend voor het isoleren van en het aanbrengen van sierpleister aan de zijgevels van haar woning [adres] te Haarlem.
2.2
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 10 juli 2024 afgewezen.
2.3
Eiseres heeft bij brief van 20 augustus 2024 bezwaar gemaakt.
2.4
Bij brief van 12 maart 2025 heeft eiseres het college in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar.
2.5
Bij brief van 28 maart 2025 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar. Daarbij heeft zij de rechtbank gevraagd om de hoogte van de wegens het niet tijdig beslissen door het college verbeurde dwangsommen vast te stellen.
2.6
Bij aan de rechtbank gerichte brief van 10 april 2025 heeft het college erkend dat het te laat is met beslissen en medegedeeld dat het druk bezig is met het bezwaar van eiseres, dat de volledige dwangsom is verbeurd en dat daarover nog een beslissing wordt genomen.
2.7
Bij besluit van 21 mei 2025 heeft het college het besluit van 10 juli 2024 in stand gelaten. Daarbij heeft het college verwezen naar het memo naar aanleiding van het advies van de commissie bezwaarschriften aan het college. Voorts heeft het college aan eiseres een dwangsom toegekend van totaal € 1.442,-.
2.8
Eiseres heeft bij brief van 24 juni 2025 beroepsgronden tegen het besluit op bezwaar ingediend. Bij brief van 27 november 2025 heeft eiseres nadere gronden ingediend. Bij brief van 1 december 2025 heeft zij bouwfysisch adviseur L. Rolvink als deskundige aangemeld.
2.9
Het college heeft op de beroepsgronden tegen het besluit op bezwaar gereageerd met een verweerschrift.
2.1
De rechtbank heeft de zaak op 12 december 2025 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde en Rolvink. Het college is verschenen bij gemachtigden voornoemd. Zij werden vergezeld door ir. E.L. Kuchlein, adviseur van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK).

Beoordeling door de rechtbank

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar
3.1
Het beroep is primair gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaarschrift van 20 augustus 2024. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
3.2
Het college heeft bij besluit van 21 mei 2025 alsnog op het bezwaar van eiseres beslist. Daarbij heeft het college erkend dat het de beslistermijn heeft overschreden en heeft het college de maximale dwangsom van € 1442,- aan eiseres toegekend. Daarom bestaat er geen procesbelang meer om het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit te beoordelen. De rechtbank zal dit beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
3.3
Ingevolge artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoetkomt. Gelet op dit artikel is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit van rechtswege mede gericht tegen het alsnog genomen besluit van 21 mei 2025 op het bezwaar van eiseres. Met dit besluit op bezwaar heeft het college het besluit van 10 juli 2024 in stand gelaten, waarbij de hierna te bespreken bouwaanvraag is afgewezen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag en heeft daartegen inhoudelijke beroepsgronden aangevoerd.
Het bouwplan
4. De aanvraag voor een omgevingsvergunning betreft het isoleren van en het aanbrengen van sierpleister aan de zijgevels van de woning [adres] te Haarlem. Het gaat om een aanvraag voor de activiteit: het (ver)bouwen van een bouwwerk (bouwactiviteit omgevingsplan). Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat zij de aanvraag heeft gedaan omdat vroeger de woning onderdeel vormde van twee aan elkaar gebouwde woningen maar een daarvan is tijdens de oorlog verloren gegaan waardoor de linkerzijmuur van de woning een binnenmuur is. Hierdoor heeft zij ontzettend veel last van vocht en kan het heel koud zijn. Zij wil graag verduurzamen.
De afwijzing van de aanvraag in de primaire fase
5. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat het college het isoleren en het aanbrengen van sierpleister aan de zijgevels van de woning in strijd met de redelijke eisen van welstand acht. Daarbij heeft het college verwezen naar het advies van de AOK van 18 juni 2024. Daaruit blijkt het volgende:
“De aanvraag betreft een aanvraag omgevingsvergunning[voor]
het isoleren van de gevel. De aanvraag is beoordeeld op grond van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) van de gemeente Haarlem.
Bevindingen: De aanvraag[betreft]
een aanvraag omgevingsvergunning voor het isoleren van de zijgevels van de woning, een orde2 pand gelegen in beschermd stadsgezicht. De ingreep is goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte. De zijgevels worden voorzien van isolatiemateriaal en gestuukt met kunsthars stucwerk afgewerkt met een waterafstotende laag. De commissie is van mening dat met de ingreep de historische kwaliteit van de buitenzijde van het pand en van haar omgeving worden aangetast. Deze kwaliteit is de reden van de orde 2 bescherming en het beschermd stadsgezicht. Het plan voldoet daarmee niet aan de relevante criteria. Ze kan zich de wens tot isolatie voorstellen, maar adviseert deze aan de binnenzijde te plaatsen. Verder merkt zij op dat vochtproblemen aan de binnenzijde veelal veroorzaakt wordt door vochtproductie in de woning. Ze adviseert hier een bouwfysisch adviseur gespecialiseerd in historische panden voor te consulteren. Op basis van bovenstaande overwegingen geldt een negatief advies ten aanzien van het betreffende bouwplan.”
De adviezen van de AOK hangende bezwaar
6.1
Omdat eiseres tijdens de hoorzitting hangende bezwaar had aangegeven dat zij bereid is om het stucwerk in gips uit te voeren en dat de wand 10 centimeter dik wordt in plaats van 15 centimeter en de kieren hetzelfde blijven, heeft het college de AOK gevraagd of dit de zaak verandert. De AOK heeft als volgt gereageerd.
“Buitengevelisolatie is in dit geval niet voorstelbaar, inderdaad vanwege de artificiële tactiliteit en esthetiek. Dit heeft te maken met de afwerking, maar ook het onderliggend materiaal. In de meegestuurde brochure wordt aangegeven hoe er een goede oplossing gevonden kan worden voor de isolatie. Er zijn dus alternatieven voorhanden. Mochten er nog vragen zijn dan hoor ik ze graag.”
6.2
Naar aanleiding van het advies van de bezwaarschriftencommissie heeft het college nader advies opgevraagd bij de AOK. Op 27 april 2025 brengt de AOK wederom advies uit. Het advies staat opgenomen in het ambtelijk stuk van de vakafdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving: ‘Memo Bezwaarprocedure geweigerde omgevingsvergunning ’ [adres] ’ van 15 mei 2025.
“De aanvraag betreft een aanvraag omgevingsvergunning voor het isoleren van de gevel. De aanvraag is beoordeeld op grond van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK) van de gemeente Haarlem. Het betreft een aanvullende vraag naar aanleiding van het advies d.d. 18-06-2024, 17-09-2024 en 03-02-2025.
Bevindingen:
een aanvraag omgevingsvergunning voor het isoleren van de zijgevels van de woning, een orde2 pand gelegen in beschermd stadsgezicht. De ingreep is goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte. De zijgevels worden voorzien van kunststof isolatiemateriaal en gestuukt met een gipspleister.
De gebiedsgerichte criteria Binnenstad en Spaarndam (beschermende regie) uit de NRK, paragraaf Materiaal kleur en detaillering bebouwing geeft aan:
Materiaal, kleur en detaillering bebouwingdetaillering bebouw
-Duurzaam materiaal toepassen.
Detaillering, materiaal- en kleurgebruik is conform het oorspronkelijke of benadert dit
visueel zo dicht mogelijk.
Materiaalgebruik is traditioneel: passend (verschillende kleuren baksteen, wit of grijs pleisterwerk, hout, matte rode of donkere keramische pannen of leien), duurzaam en mooi-verouderend. Materialen die niet zichtbaar verouderen (geen ‘patina’ krijgen) zijn niet toegestaan (bijvoorbeeld kunststof, trespa).
Bijzondere detaillering en ornamentiek bij verbouw handhaven.
En bij de paragraaf gevelwijziging
gevelindeling, profielen, materiaal- en kleurgebruik en detaillering passend zijn bij het gebouw.
Het betreft een orde2 pand gelegen in een beschermd stadsgezicht. De waarde van het pand is gelegen in haar architectuur als onderdeel van de historische binnenstad van Haarlem. Het doel is met name de architectuur en haar locatie te behouden en door te geven aan de toekomstige generaties. De waarde van architectuur ligt in het ontwerp, de detaillering, materialisering en kleur.
De voorgestelde duurzaamheidsaanpassingen zijn een tijdsmoment.
Technieken veranderen en het klimaat veranderd. Een aanpassing aan de huidige normen is over enkele jaren gedateerd en vraagt dan weer om een aanpassing. Deze aanpassingen volgen elkaar in steeds hoger tempo op. Historische panden vragen om een ‘langzame’ benadering: kijken en analyseren, een zijn met de situatie.
Details en materialen zijn belangrijk voor een monument en dreigen in de duurzaamheidsdiscussie het loodje te leggen. De meeste gebouwde monumenten komen uit een tijd dat van de echte materialen en ambachten. Dit geeft ze een tactiele kwaliteit, de dingen zijn wat ze zijn en doen zich niet anders voor. Imitaties maken het tot een pastiche. Het is dan niet wat het is, het lijkt erop, waarmee de reden van bescherming ter discussie staat.
Ter plekke is het parapluplanbehoud omgevingskwaliteiten van toepassing. Wat er in het kort op neer komt dat er bij orde2 panden originele gevelelementen zoveel mogelijk behouden blijven en dat er een restauratieve aanpak gevraagd wordt. Dit sluit aan bij de eerder beschreven criteria uit de NRK.
De Sto Therm buitengevelisolatie op basis van een 100mm fenolhars-hardschuim, afgewerkt met een gipspleister afgewerkt met een waterafstotend verfsysteem voldoet hier niet aan. Het heeft een artificiële tactiliteit en afwijkende esthetiek. De commissie is van mening dat met de ingreep de historische kwaliteit van de buitenzijde van het pand en van haar omgeving worden aangetast. Deze kwaliteit is de reden van de orde 2 bescherming en het beschermd stadsgezicht. Het plan voldoet daarmee niet aan de relevante criteria. Ze ziet op basis van aanvullend materiaal geen reden af te wijken van het eerder geven advies. Ze kan zich de wens tot isolatie voorstellen, maar adviseert deze aan de binnenzijde te plaatsen. Dit is gebruikelijk bij panden met een bescherming en er zijn vele ontwerp en detailleringsoplossingen voorhanden.
Ter informatie bijgaande link met onder andere informatie over het isoleren van de buitengevel in een dergelijke situatie […]. Deze handleiding bevat vele voorbeelden en details hoe een dergelijke gevel aan de binnenzijde te isoleren en is een uitgave van de stichting Erkende Restauratie kwaliteit monumentenzorg.
Verder merkt zij op dat vochtproblemen aan de binnenzijde veelal veroorzaakt wordt door vochtproductie en ventilatieproblemen in de woning. Ze adviseert hier een onafhankelijk bouwfysisch adviseur gespecialiseerd in historische panden voor te consulteren. Op basis van bovenstaande overwegingen geldt een negatief advies ten aanzien van het betreffende bouwplan.”,aldus de AOK.
6.3
Vervolgens is in het memo door de vakafdeling aangegeven dat eiseres op geen enkele wijze heeft aangetoond (bijvoorbeeld een verklaring van een arts) dat zij daadwerkelijk gezondheidsproblemen ondervindt en dat daarom haar gezondheidsbelang niet zwaarder kan worden gewogen dan het belang van het behoud van het orde 2-pand, temeer omdat isolatie aan de binnenzijde nog altijd mogelijk is. Bij orde 2-panden dienen oorspronkelijke gevelelementen zo veel mogelijk behouden te blijven. Er zijn geen andere opties voor buitengevelisolatie die de kwaliteit van de woning wél zullen behouden. Dat voor eiseres isolatie aan de binnenzijde niet de voorkeur verdient, betekent niet dat het blijvend onmogelijk is, aldus het memo.
Het bestreden besluit
7. Het college heeft in bezwaar de weigering van de bouwaanvraag gehandhaafd en voor zijn motivering verwezen naar het hiervoor weergegeven memo.
De gronden van het beroep tegen het bestreden besluit
8. Eiseres heeft aangevoerd dat van binnenuit isoleren een voor haar belastende en dure maatregel is en dat om die reden het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel is. Zij heeft in bezwaar als alternatief aangedragen de buitengevelisolatie met gipspleister af te werken in plaats van kunststofpleister. Rolvink heeft dit alternatief technisch onderbouwd en toegelicht waarom binnenisolatie in dit geval risicovoller is onder meer vanwege dampspanning en ventilatieproblemen. Het veroorzaakt geen visuele schade aan het gevelbeeld. De bezwaarschriftencommissie heeft het alternatief als reëel en potentieel passend beoordeeld. Het college heeft dit alternatief afgewezen zonder te motiveren waarom dit niet aan de welstandseisen zou voldoen. Het college heeft nagelaten om voldoende onderzoek te doen naar minder bezwarende alternatieven voor het bereiken van het gestelde doel, namelijk het behoud van het historische straatbeeld. Verder heeft het college geen evenwichtige belangenafweging gemaakt, waarbij het belang van eiseres bij verduurzaming van haar woning en het voorkomen van gezondheidsklachten tegenover het welstandsbelang is gewogen. De enkele constatering dat geen medische verklaring is overgelegd, volstaat niet als motivering om het belang van eiseres terzijde te schuiven. Tot slot heeft het college nagelaten gebruik te maken van zijn afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 22.29, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (de rechtbank begrijpt: van het Omgevingsplan gemeente Haarlem) ondanks concrete en onderbouwde omstandigheden die daartoe aanleiding geven, namelijk dat eiseres gemotiveerd heeft aangevoerd dat zij vanwege gezondheidsklachten en bouwfysische omstandigheden een zwaarwegend belang heeft bij buitengevelisolatie.
Beoordeling
9.1
De rechtbank stelt vast dat de AOK het bouwplan heeft getoetst aan de redelijke eisen van welstand aan de hand van de in het memo weergegeven criteria neergelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
9.2
Ingevolge bestendige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag - hoewel het college niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij het college berust - het college op dat advies afgaan, nadat het is nagegaan dat dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van Pro de Awb voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van Pro de Awb voor andere adviseurs. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.
9.3
Eiseres heeft geen tegenadvies overgelegd van een deskundige op het gebied van de redelijke eisen van welstand. De door eiseres ingeschakelde deskundige Rolvink is een bouwfysisch adviseur en geen deskundige op het terrein van de redelijke eisen van welstand. Ten aanzien van het betoog van eiseres dat de bezwaarschriftencommissie het alternatief (dus gips in plaats van kunsthars) als reëel en potentieel passend beoordeelt, wordt overwogen dat ook de bezwaarschriftencommissie geen deskundige is op het gebied van de redelijke eisen van welstand. Dat Rolvink en de bezwaarschriftencommissie tot een andere conclusie dan de AOK zijn gekomen, brengt derhalve op zichzelf niet mee dat het college zich bij het bestreden besluit niet op voornoemde welstandsadviezen heeft mogen baseren.
9.4
De rechtbank stelt vast dat de AOK gelet op de hiervoor weergegeven adviezen meerdere keren heeft geadviseerd niet akkoord te gaan met het bouwplan. Kern van de hiervoor weergegeven negatieve adviezen van de AOK is dat het gaat om een orde 2-pand in een beschermd stadsgezicht waarbij de originele gevelelementen als onderdeel van het straatbeeld (zo veel mogelijk) behouden moeten blijven. Ingevolge artikel 1.67 van het bestemmingsplan Bakenes (dat deel uitmaakt van het Omgevingsplan gemeente Haarlem) zijn orde 2-bouwwerken bouwwerken ouder dan 50 jaar die op grond van hun architectonische kwaliteit op grond van hun plaats in de stedenbouwkundige structuur of als toonaangevend element behoudenswaardig zijn. Met de buitengevelisolatie op basis van 100 mm dik fenolharshardschuim afgewerkt met een gipspleister en een waterafstotend verfsysteem wordt niet voldaan aan de eis dat de originele gevelelementen als onderdeel van het straatbeeld zo veel mogelijk behouden blijven en wordt de historische kwaliteit van de buitenzijde van de woning (en van haar omgeving) aangetast. De rechtbank begrijpt uit de hiervoor weergegeven adviezen van de AOK en de toelichting ter zitting daarop dat als gevolg van het isolatieproject het aangezicht van het orde 2-pand als onderdeel van het beschermd stadsgezicht ingrijpend zal veranderen. Zo zal door het isoleren aan de buitenzijde van de noordelijke zijgevel de thans nog zichtbare baksteenstructuur door de isolatie niet meer zichtbaar zijn, komen de kozijnen dieper te liggen en zal het beeld onder de dakrand van de woning veranderen. Het vorenstaande is in strijd met het uitgangspunt dat het oorspronkelijke gevelbeeld van de woning moet worden behouden, zo leidt de rechtbank uit de adviezen af.
9.5
Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de welstandsadviezen, de begrijpelijkheid van de in de welstandsadviezen gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. In de welstandadviezen wordt begrijpelijk en inzichtelijk gemotiveerd waarom het isoleren aan de buitenzijde vanwege het wijzigen van het gevelbeeld van het orde 2-pand dat deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht geen optie is. Het betoog van eiseres dat de afwerking van de isolatiewand met gips in plaats van kunstharsstucwerk geen visuele schade aan het gevelbeeld zal veroorzaken, wordt blijkens de welstandadviezen om begrijpelijke redenen niet gedeeld door de AOK en leidt dan ook niet tot het oordeel dat het college zich bij het bestreden besluit niet op voornoemde welstandsadviezen heeft mogen baseren. Het betoog van eiseres dat het college het ‘gipsalternatief’ heeft afgewezen zonder te motiveren waarom dit niet aan de welstandseisen zou voldoen, wordt gelet op de uitgebrachte welstandsadviezen verworpen.
9.6
Tussenconclusie is derhalve dat het college zich op grond van de uitgebrachte welstandsadviezen in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door eiseres voorgestane werkzaamheden in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand.
9.7
Vervolgens ligt de vraag voor of het college ondanks dat de isolatiewerkzaamheden aan de buitenzijde in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand de omgevingsvergunning had dienen te verlenen. Daartoe is het college bevoegd op grond van artikel 22.29, tweede lid, aanhef en onder b, van het Omgevingsplan gemeente Haarlem. Voor de beoordeling van deze grief is vooreerst van belang dat meermaals in de welstandsadviezen is aangegeven dat de woning van binnenuit kan worden geïsoleerd waarbij is opgemerkt dat isoleren aan de binnenzijde gebruikelijk is bij panden met een bescherming en dat er vele ontwerp- en detailleringsoplossingen voorhanden zijn waarbij ter zake ook nadere informatie is gegeven. Er is dus een alternatief voorhanden om een einde te maken aan de gestelde vochtproblemen en koude. Het betoog van eiseres dat het van binnenuit isoleren een voor haar belastende en dure maatregel is, is niet onbegrijpelijk maar het college heeft in redelijkheid geen aanleiding kunnen zien om het financiële belang van eiseres zwaarder te laten wegen dan het belang van het behoud van de architectonische kwaliteit van de woning in haar bestaande vorm, zoals hiervoor besproken. Naar de rechtbank heeft begrepen betwist het college in essentie niet dat in zijn algemeenheid het isoleren van een woning aan de buitenzijde de voorkeur verdient maar dat ligt blijkens de welstandsadviezen - uit de aard der zaak - anders als het gaat om de woning die deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht. Daarbij wordt nog opgemerkt dat blijkens het verhandelde ter zitting weliswaar bij het aanbrengen van binnenisolatie ventilatiegaten moeten worden aangebracht in het metselwerk maar dat dit visueel beperkt kan worden opgelost door deze aan te brengen achter of vlak onder het boeideel en onderaan bij de grond. Ter zitting is nog aangegeven dat het college bereid is om mee te denken als het gaat om problemen waartegen eiseres aanloopt bij het aanbrengen van binnenisolatie. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het college in redelijkheid geen doorslaggevende betekenis heeft kunnen hechten aan het belang van eiseres bij het voorkomen van haar (niet medisch onderbouwde) gezondheidsklachten nu zij haar woning van binnen kan isoleren.
Conclusie en gevolgen
10.1
Het betoog van eiseres dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar minder bezwarende alternatieven, geen evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt
en ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn afwijkingsbevoegdheid op grond van artikel 22.29, tweede lid, voornoemd, wordt verworpen gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. Het college heeft afdoende onderbouwd dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand en heeft in redelijkheid kunnen besluiten om geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de omgevingsvergunning toch te verlenen.
10.2
Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar is niet-ontvankelijk. Het van rechtswege ontstane beroep tegen het alsnog genomen besluit op bezwaar is ongegrond.
10.3
Eiseres krijgt een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het college moet die vergoeding betalen, omdat het procesbelang bij dat beroep door zijn toedoen is vervallen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een beroepsmatige rechtsbijstandverlener als gemachtigde levert één punt op voor het indienen van het beroepschrift. De waarde van een punt is € 934,- met een wegingsfactor van 0,5 omdat het gaat om het niet tijdig nemen van een besluit. Voor het verschijnen ter zitting wordt geen punt toegekend omdat ter zitting het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet meer behandeld hoefde te worden. Het griffierecht hoeft het college niet aan eiseres te vergoeden omdat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling het griffierecht moet worden toegerekend aan het beroep van rechtswege, welk beroep ongegrond is.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar niet-ontvankelijk;
- verklaart het van rechtswege ontstane beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. J. Poggemeier, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.