ECLI:NL:RBNHO:2026:2361

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
13-728135-19
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:10 SvArt. 6:6:12 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens recidiverisico

De betrokkene is in 2017 veroordeeld tot terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden wegens twee pogingen tot doodslag en een poging tot zware mishandeling. In 2019 is deze maatregel omgezet naar tbs met verpleging van overheidswege, welke in hoger beroep is bevestigd. De tbs is sindsdien meerdere malen verlengd, de laatste keer in december 2024.

In de procedure tot verlenging van maart 2026 heeft de rechtbank kennisgenomen van adviezen van de kliniek en de reclassering. De kliniek adviseert verlenging vanwege het matige tot hoge recidiverisico en de noodzaak van voortzetting van dwangverpleging. De reclassering benadrukt dat proefverlof nog onderzocht wordt en dat een voorwaardelijke beëindiging nog niet aan de orde is.

De rechtbank concludeert dat de veiligheid van anderen en het algemene veiligheidsbelang verlenging van de tbs met dwangverpleging rechtvaardigen. De betrokkene verblijft inmiddels in begeleid wonen en maakt positieve ontwikkelingen door, maar het resocialisatieproces is nog niet ver genoeg gevorderd voor beëindiging. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de tbs met één jaar.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak van voortzetting van de maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/810005-17
Uitspraakdatum: 10 maart 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
thans verblijvende bij [adres] ,
hierna: de betrokkene,
met één jaar.

1.De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 3 oktober 2017 is aan de betrokkene de maatregel van
terbeschikkingstelling (tbs) met voorwaarden opgelegd, wegens, zakelijk weergegeven, twee
pogingen tot doodslag en een poging tot zware mishandeling.
De termijn van de tbs ving aan op 30 oktober 2017.
Bij beslissing van deze rechtbank van 24 oktober 2019 is de tbs met voorwaarden omgezet naar de tbs met verpleging van overheidswege. Deze beslissing is in beroep op 19 maart 2020 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd.
De termijn van de tbs is voor het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 16 december 2024 met één jaar.
De onderhavige vordering is op 7 november 2025 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder a Sv, van 27 oktober 2025, afkomstig van [kliniek] (hierna: de kliniek) en ondertekend door J.M. de Jonge, regiebehandelaar, F.H.A. Corsten, behandelend psychiater en S. Wopereis, GZ-psycholoog en plaatsvervangend hoofd van de instelling;
  • een afschrift van de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene als bedoeld in artikel 6:6:12, lid 1, aanhef en onder b Sv;
  • een reclasseringsadvies van 19 december 2025, opgesteld door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker.
Op 2 december 2025 is de vordering op een openbare terechtzitting behandeld. Betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten J.M. de Jonge. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van betrokkene mr. J.M.J.H. Coumans,
advocaat te Amsterdam-Duivendrecht.
De rechtbank heeft op 2 december 2025 de behandeling van de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs voor maximaal drie maanden aangehouden en de officier van justitie opdracht gegeven de reclassering een rapport te laten uitbrengen waarin wordt onderzocht of het mogelijk is om de tbs voorwaardelijk te beëindigen.
Op 24 februari 2026 is de behandeling van de vordering ter terechtzitting voortgezet. Betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige van de reclassering, [reclasseringswerker] . Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van betrokkene mr. Coumans voornoemd.
Van het verhandelde tijdens deze zittingen is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2.Het advies van de kliniek

Het advies van de kliniek houdt, voor zover relevant, het volgende in:
‘De betrokkene kent een verleden van psychiatrische/persoonlijkheidsproblematiek en
disfunctioneren op vrijwel alle leefgebieden. Ook heeft hij een uitgebreide justitiële en
hulpverleningsgeschiedenis. De betrokkene is niet gewend op een prosociale wijze zijn leven in te richten. Het inslijpen van nieuwe denk- en gedragspatronen en het anders om leren gaan met heftige emoties is in ontwikkeling, maar zal nog verder moeten bestendigen. Zelf wenst de betrokkene snel zijn traject te doorlopen. Daarin heeft hij het afgelopen jaar de nodige tegenslagen gehad, waar hij beter dan in het verleden mee om is gegaan. Hij heeft zijn frustraties bespreekbaar gemaakt, waarmee hij laat zien dat hij in ontwikkeling is. Het zal de nodige inspanning van betrokkene en tact, geduld en herhaaldelijke uitleg vergen van
behandelaars om de oude dynamiek in goede banen te blijven leiden. Dit dient binnen het kader van TBS met dwangverpleging vooralsnog gecontinueerd te worden.
In geval van voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging wordt het recidiverisico als matig tot hoog ingeschat en in geval van beëindiging toezicht of maatregel hoog.
De betrokkene zal naar verwachting medio november 2025 overgeplaatst worden naar begeleid wonen van [adres] . De reclassering zal daarbij betrokken zijn en ook het extramurale team van het [kliniek] zal contact houden. Na enkele maanden zal er geëvalueerd worden of proefverlof aangevraagd kan worden, om zo een overgang naar een voorwaardelijke beëindiging te toetsen en voor te bereiden.’
Geadviseerd wordt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging te verlengen met één jaar.

3.Het advies van de reclassering

Het advies van de reclassering houdt, voor zover van belang, het volgende in.
‘Op 4 december 2025 werd de betrokkene extramuraal bij [adres] geplaatst. Bij plaatsing in [adres] ontving GGZ reclassering Fivoor ook de opdracht voor een Forensisch Psychiatrisch Toezicht (FPT). In dat kader hebben wij betrokkene voor het eerst bezocht op 9 december 2025. FPT is een samenwerkingsverband tussen het [kliniek] en de reclasseringsorganisaties. Over het algemeen zal een voorwaardelijke beëindiging van de TBS volgen op een periode van proefverlof welke minimaal een jaar duurt. De periode proefverlof dient er voor om te onderzoeken of het vangnet van de [kliniek] kan worden losgelaten.
Op dit moment is er sprake van transmuraal verlof. En wordt ons gevraagd of de stap van proefverlof kan worden overgeslagen en hierover binnen een hele krappe termijn te rapporteren. Wij stellen ons op het standpunt dat een cruciale stap in het proces wordt overgeslagen als wij hier aan voldoen. Wij hebben nog geen onderzoek kunnen doen naar het proefverlof.
GGZ Reclassering Fivoor adviseert [kliniek] om een advies proefverlof bij GGZ Reclassering aan te vragen. Volgens de gangbare richtlijn zal GGZ Reclassering Fivoor middels het FPT-toezicht het komende half jaar trachten de betrokkene goed te leren kennen, een werkalliantie opbouwen en een actieve rol begint te vervullen binnen het traject, in de samenwerking met de kliniek. Volgens de geldende richtlijn zal GGZ Reclassering Fivoor binnen een half jaar na aanvraag een advies geven over de mogelijkheid tot proefverlof. Het mag duidelijk zijn dat GGZ Reclassering Fivoor van mening is dat een advies voorwaardelijke beëindiging nog niet aan de orde is, hier kunnen we dan ook geen advies over geven.’
De deskundige [reclasseringswerker] heeft bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting, namens de reclassering, dit advies gehandhaafd en nader toegelicht dat de reclassering de mogelijkheid tot proefverlof aan het onderzoeken is en verwacht binnen een maand een adviesrapport hierover uit te kunnen brengen.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs met bevel tot verpleging van overheidswege met één jaar.

5.Het standpunt van betrokkene

Namens de betrokkene heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat geen sprake meer is van recidivegevaar.

6.De beoordeling

De rechtbank is, gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de termijn van de tbs van de betrokkene vereist met één jaar. De rechtbank acht het tbs-kader op dit moment nog noodzakelijk om het recidiverisico te beperken. Uit het advies van de kliniek volgt immers dat bij beëindiging van de maatregel het risico op een nieuw delict als hoog wordt ingeschat. Daarmee is aan de wettelijke vereisten voor verlenging voldaan.
De rechtbank ziet in het door de reclassering uitgebrachte advies geen aanleiding om hier anders over te oordelen.
De betrokkene is inmiddels op 4 december 2025 overgeplaatst naar begeleid wonen van [adres] . Het gaat daar goed. Op dit moment doet de reclassering onderzoek naar de mogelijkheid van proefverlof, de volgende zeer belangrijke fase in het resocialisatieproces van de betrokkene. De periode van het proefverlof dient er namelijk voor om te onderzoeken of het vangnet van de [kliniek] kan worden losgelaten en de betrokkene een volgende stap kan maken in zijn resocialisatieproces. Een voorwaardelijke beëindiging is op dit moment dan ook nog niet aan de orde. Het komende jaar zal moeten blijken of de goede ontwikkeling van de betrokkene zich continueert en dan kan worden gekeken of een voorwaardelijke beëindiging in beeld is, dan wel komt.
De rechtbank neemt bij het vorenstaande in aanmerking dat de tbs is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

7.De beslissing

De rechtbank:
Wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege van
[betrokkene]met
één jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.E. Francke, voorzitter,
mr. H.H.E. Boomgaart en mr. G.D. Kleijne, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Dommershuijzen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.