Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 14 januari 2026
2.De feiten
3.Het geschil
[gedaagden] staan in hun discussie over de eventuele sloop en nieuwbouw tegenover meerdere organisaties die gebruik maken van de naam “Welwonen”. Dat is verwarrend voor [gedaagden] en dat ondermijnt hun rechtspositie.
[gedaagden] wonen aan de rand van het te ontwikkelen gebied. De keuze van WDE om de woning van [gedaagden] wel te slopen maar verschillende ander nabijgelegen vergelijkbare woningen niet, is onredelijk. WDE heeft de noodzaak voor de sloop van de woning van [gedaagden] onvoldoende onderbouwd. Zij hebben al energielabel C. Eventuele onderhoudsproblemen heeft WDE zelf laten ontstaan door het plegen van achterstallig onderhoud. Voor het behalen van de door WDE nagestreefde klimaatdoelen is sloop en nieuwbouw niet noodzakelijk, maar zou behoud en renovatie van de door [gedaagden] gehuurde woning ook volstaan. Sloop en nieuwbouw draagt evenmin bij aan de andere door nagestreefde stedenbouwkundige, sociaaleconomische of volkshuisvestelijke doelen. Hierbij komt dat WDE niet heeft aangetoond dat voor [gedaagden] vervangende woonruimte daadwerkelijk beschikbaar is. WDE heeft in 2023 en 2025 nog in de woning geïnvesteerd door het plaatsen van een nieuwe keuken en het aanleggen van glasvezel. Hierdoor is bij [gedaagden] gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat zij in de woning konden blijven wonen. [gedaagden] worden nu voor de tweede maal geconfronteerd met een noodzakelijke verhuizing vanwege een sloopwens van WDE. Al met al wegen de belangen van [gedaagden] bij behoud van hun huidige woonruimte zwaarder dan de belangen van WDE bij sloop en nieuwbouw.
4.De beoordeling
Onder eigen gebruik in voormelde zin, wordt mede begrepen sloop met vervangende nieuwbouw, die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is [2] .