3.3.In het incident vordert [eiser]:
I [gedaagde] te bevelen binnen veertien dagen na het vonnis in incident, een afschrift te verstrekken, althans inzage te verstrekken van:
a. alle huurovereenkomsten met betrekking tot de studio’s, vanaf aankoopdatum van het
Vastgoedobject in 2010 tot en met de laatste en thans lopende huurovereenkomst,
b. huurovereenkomst(en) met betrekking tot de winkelruimte, vanaf aankoopdatum van
het Vastgoedobject in 2010 tot en met de laatste en thans lopende huurovereenkomst,
c. bankafschriften waarop de ontvangsten van de huurbetalingen zijn te zien over de
periode van 1januari 2024 tot en met 30 november 2025,
d. alle verzonden facturen voor de verhuur van de winkelruimte over de periode van 1
januari 2024 tot en met 30 november 2025,
e. een overzicht van de ontvangen huurinkomsten met betrekking tot de winkelruimte, per
jaar, over de periode van 2010 tot en met heden,
f. jaaroverzichten van de Rabohypotheekbank N.V. en de Coöperatie Rabobank “Regio
Schiphol” U.A., van het jaar 2010 tot en met 2024, met betrekking tot de afgeloste
bedragen, verrichte rentebetalingen en het dan nog openstaand bedrag.
Eén en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag en/of dagdeel dat [gedaagde]
in gebreke blijft volledig de achter a tot en met f genoemde afschriften, althans inzage te
verstrekken, met een maximum van € 250.000,00.
II. [gedaagde] te bevelen tot betaling aan [eiser] van de kosten van dit geding, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis in incident - voor het geval voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn van voldoening.