Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
mr. R. Funke Küpper en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J. de Haan, advocaat te Koog aan de Zaan, naar voren hebben gebracht.
1.Tenlastelegging
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
van cocaïne (ingevoerd door koeriers [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B]), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
- contact gehad en/of advies gegeven met/aan die koeriers en/of zijn mededader(s) omtrent de smokkel(methode) van die cocaïne en/of
- afspraken gemaakt en/of inlichtingen verstrekt met/aan die koeriers en/of zijn mededader(s) met betrekking tot de smokkel van de cocaïne en/of
- de cocaïne aan die koeriers verstrekt/laten verstrekken en/of
- een beloning aan die koeriers aangeboden/in het vooruitzicht gesteld en/of
- de vliegtickets en/of visa heeft verzorgd en/of
- met die koeriers meegereisd van Suriname naar Schiphol.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
F. [medeverdachte C] twee telefoons inbeslaggenomen. [medeverdachte C] was op de camerabeelden van de luchthaven Schiphol van 6 oktober 2025 herkend door verbalisanten en gezien was dat hij contact had gemaakt met bandleden van [Naam-band]. In de telefoons van [medeverdachte A], [medeverdachte B] en [medeverdachte C] zijn gesprekken aangetroffen met de verdachte. Uit de inhoud van de gesprekken met [medeverdachte A] en [medeverdachte C] volgt dat de verdachte al geruime tijd contact met hen onderhield.
4 oktober 2025 tot en met 2 december 2025.
3 oktober 2025 naar de verdachte: “(…) luister morgen vroeg moeten die mannen naar een ander appartement gaan want zij willen overzicht houden.” Op 4 oktober 2025 stuurde [medeverdachte C] vervolgens aan de verdachte: “Dalijk moet je aan die pikien nifoh (kleine neef) van jou laten weten dat hij uhh hij die dingen per twaja (25) voor die mannen moet zetten.” En: “Dan moet hij het schema bijhouden. Alles moet in het zicht van die mannen gebeuren. (…) 10.. 10… 10. Je moet alles tellen voordat je begint. Alles van een ieder moet apart. Hij moet die telling goed bijhouden.” Op 5 oktober 2025 stuurde de verdachte naar [medeverdachte C]: “Ja je kan die man wenken. (…) Al die mannen/iedereen is klaar.”
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
30 (dertig) maanden.