Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2484

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
C/15/370515 / FA RK 25-5166
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:251a BWArt. 1:253n BWArt. 1:253t BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en benoeming bijzondere curator voor minderjarige kinderen

De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak over het gezag over twee minderjarige kinderen. De moeder en de stiefvader verzochten de beëindiging van het gezamenlijk gezag met de vader, die in het buitenland woont en weinig contact onderhoudt met de kinderen. De kinderen hebben specifieke medische behoeften die snelle gezagsbeslissingen vereisen, wat door de afstand en zwakke band met de vader problematisch is.

De rechtbank oordeelde dat het gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is en kende het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. De rechtbank benoemde tevens een bijzondere curator om nader onderzoek te doen naar het verzoek om het gezamenlijk gezag toe te kennen aan de moeder en de stiefvader en naar de geslachtsnaamswijziging van de kinderen. Dit onderzoek is nodig omdat de wensen van de kinderen, met name van de minderjarige 1 die beperkt contact heeft met de vader en moeilijk zijn gevoelens kan uiten, nog onvoldoende duidelijk zijn.

De bijzondere curator zal binnen acht weken verslag uitbrengen, waarna partijen hun standpunten kunnen geven. De beslissing over het gezamenlijk gezag en de geslachtsnaamswijziging wordt aangehouden in afwachting van dit verslag. De beschikking is direct uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag van de ouders wordt beëindigd en de moeder krijgt eenhoofdig gezag; een bijzondere curator wordt benoemd voor nader onderzoek naar gezamenlijk gezag met de stiefvader en geslachtsnaamswijziging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
Locatie Haarlem
gezag, geslachtsnaamswijziging, bijzondere curator
zaak-/rekestnr.: C/15/370515 / FA RK 25-5166
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 11 maart 2026
in de zaak van:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
en
[de stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader,
hierna samen ook te noemen: de verzoekers,
allebei wonende in [plaats] ,
advocaat mr. L.J.W. van Kesteren uit Zoetermeer,
tegen
[de vader],
wonende in [plaats] ( [land] ),
hierna te noemen: de vader.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek, met producties, van de verzoekers, ontvangen op 1 oktober 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 februari 2026 in aanwezigheid van de verzoekers, met hun advocaat, en de vader (in de loop van de zitting per telefonische verbinding aanwezig). Ook was tijdens de zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
1.3.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben op 10 februari 2026 met de kinderrechter gesproken om hun mening kenbaar te maken.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn op [huwelijksdatum] in [plaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2015.
2.2.
De minderjarige kinderen van de moeder en de vader zijn:
­
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ;
­
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] .
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] worden hierna samen ook genoemd: de kinderen.
2.3.
Bij genoemde echtscheidingsbeschikking is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald. Ook is aan de beschikking een ouderschapsplan gehecht, waarin de moeder en de vader een zorgregeling hebben afgesproken.
2.4.
De verzoekers wonen volgens de Basisregistratie Personen sinds [datum] samen. Zij zijn op [huwelijksdatum] met elkaar gehuwd.

3.Het verzoek

3.1.
De verzoekers verzoeken:
I. het gezamenlijk gezag van de moeder en de vader te beëindigen en te bepalen dat de moeder het gezag over de kinderen toekomt;
II. te bepalen dat de verzoekers gezamenlijk met het gezag over de kinderen worden belast;
III. te bepalen dat de geslachtsnaam van de kinderen wordt gewijzigd in “ [geslachtsnaam] ”.
Zij verzoeken de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De verzoekers hebben het verzoek als volgt onderbouwd. De vader is de afspraken uit het ouderschapsplan over de zorgregeling onvoldoende nagekomen en is in 2020 naar [land] verhuisd. In 2023 stemde hij niet in met [de minderjarige 2] ’s wens om haar geslachtsnaam te wijzigen in “ [geslachtsnaam] ”, ondanks de afspraak daarover in het ouderschapsplan. Daarna heeft [de minderjarige 2] de vader niet meer gezien. [de minderjarige 1] heeft minimaal contact met de vader. In de afgelopen twee jaar heeft hij de vader vier keer gezien. De vader is al jaren niet betrokken bij de opvoeding en verzorging van de kinderen en informeert niet naar hen. De moeder en de vader hebben alleen contact over gezagsbeslissingen waarvoor de vader zijn toestemming moet verlenen, wat soms tot een stressvolle situatie leidt. De kinderen worden al negen jaar opgevoed en verzorgd door de verzoekers. Hoewel aan de wettelijke vereiste van artikel 1:253t, tweede lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) voor het gezamenlijk gezag van de verzoekers niet wordt voldaan, kan daaraan worden voorbijgegaan. Daarbij is van belang dat de moeder en de vader al jaren uit elkaar zijn, de moeder al jaren feitelijk alleen het gezag over de kinderen uitoefent, de verzoekers een bestendige relatie hebben en er geen sprake is van lichtvaardig gebruik zoals genoemd in de wetsgeschiedenis. Tot slot zorgt de huidige geslachtsnaam van de kinderen soms voor vervelende situaties. Net als de moeder, willen de kinderen, ook de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ”.
3.3.
De verzoekers en hun advocaat hebben hier tijdens de zitting aan toegevoegd dat de vader niet gereageerd heeft op de brieven en e-mails over deze gerechtelijke procedure. De vader toonde geen interesse in [de minderjarige 1] op de momenten dat [de minderjarige 1] bij hem was. [de minderjarige 1] kan zijn gevoel vanwege zijn taal-spraak-stoornis en hersenletsel lastig verwoorden. Dat kan ervoor gezorgd hebben dat hij niet duidelijk heeft benoemd wat zijn wensen en gevoelens zijn tijdens het kindgesprek. De kinderen hebben speciale medische ondersteuning nodig, waardoor er vaker gezagsbeslissingen genomen moeten worden. De verzoekers nemen deze beslissingen nu feitelijk samen, maar zij moeten de toestemmingsformulieren daarvoor door de vader laten ondertekenen. Dat kost soms moeite en bovendien houdt niet de vader, maar zijn huidige partner zich daarmee bezig. Als de stiefvader samen met de moeder wordt belast met het gezag over de kinderen, kan hij ook zaken overnemen van de moeder, waardoor zij wordt ontlast. [de minderjarige 1] noemt zichzelf sinds een jaar bij onofficiële zaken “ [geslachtsnaam] ” en [de minderjarige 2] doet dat nu al drie jaar. De verzoekers kunnen zich desgevraagd vinden in het benoemen van een bijzondere curator voor een onderzoek naar hun verzoeken II. en III.

4.Het verweer

4.1.
De vader heeft aangegeven dat hij niet op de zitting is verschenen, omdat hij moet werken. Als er in de toekomst nog een zitting komt, zal de vader daarbij aanwezig zijn. Tijdens de zitting heeft de vader telefonisch verweer gevoerd. Hij is het niet eens met de geslachtsnaamswijziging van de kinderen. Toen de vader nog in Nederland woonde, zag hij de kinderen ongeveer één of twee weekenden per maand en ondernamen zij leuke activiteiten samen. Ook toen de vader naar [land] verhuisde, verbleef [de minderjarige 1] een aantal dagen/weken bij de vader. De vader wilde graag een grotere rol vervullen in het leven van de kinderen, maar de moeder belemmerde dat. Toen [de minderjarige 2] op achtjarige leeftijd aangaf dat zij haar geslachtsnaam wilde wijzigen en de vader daar niet mee instemde, wilden de kinderen plotseling geen contact meer met de vader. Volgens de vader werden en worden de kinderen daarbij beïnvloed door de moeder. Hij respecteert hun wensen maar betreurt het dat hij geen of weinig contact heeft met hen. Als er een bijzondere curator wordt benoemd, zal de vader daaraan meewerken.

5.De mening van de kinderen

5.1.
[de minderjarige 1] heeft soms nog contact met de vader, vaak op [de minderjarige 1] ’s initiatief. De vader doet weinig moeite om het contact en de band met [de minderjarige 1] te onderhouden. [de minderjarige 1] vindt dat jammer. Verder is het soms lastig dat [de minderjarige 1] en de vader verschillende religies hebben. Als de verzoeken worden toegewezen, bestaat het risico volgens [de minderjarige 1] dat hij het beperkte contact met de vader verliest. Hij zou dat jammer vinden, maar vindt tegelijkertijd dat hij weinig verliest, omdat het contact nog maar zeer beperkt is. [de minderjarige 1] ziet de stiefvader als vaderfiguur, maar hij herkent zichzelf niet in hem qua uiterlijk en kan ook niet goed duiden wat hij in zijn hart wil.
5.2.
[de minderjarige 2] heeft nu ongeveer drie jaar geen contact met de vader, wat zij ook niet wil. Zij voelt geen band met de vader en ziet de stiefvader als haar vader. Zij vindt het erg vervelend dat de vader nu om toestemming moet worden gevraagd voor gezagsbeslissingen. Zij schrok erg van de boosheid van de vader toen zij hem vertelde dat zij haar geslachtsnaam wil wijzigen in “ [geslachtsnaam] ”. Op onofficiële documenten gebruikt [de minderjarige 2] de naam “ [geslachtsnaam] ”.

6.Het advies van de Raad

6.1.
De Raad is het ermee eens dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen, omdat de vader al jarenlang op een te grote afstand van de kinderen staat. Uit wat de verzoekers naar voren hebben gebracht blijkt dat de vader zijn ouderlijke plichten niet wil vervullen. Daarvoor is op zijn minst betrokkenheid bij de kinderen nodig en dat wordt niet gezien. [de minderjarige 2] wil niet dat de vader kan meebeslissen over gezagsbeslissingen. Ook is zij volledig duidelijk in haar wens om haar geslachtsnaam te wijzigen, maar voor [de minderjarige 1] geldt dat niet.
6.2.
De Raad adviseert om een bijzondere curator te benoemen voor een onderzoek naar de verzoeken over het gezamenlijk gezag van de verzoekers en de geslachtsnaamswijziging van de kinderen. Het is onduidelijk wat een geslachtsnaamswijziging zal betekenen voor het contact tussen de kinderen (vooral [de minderjarige 1] ) en de vader en het is onduidelijk welke rol de vader wil vervullen in het leven van de kinderen. De kinderen lijken nu teleurgesteld en zich afgewezen te voelen door de vader. De vader geeft aan dat hij wel graag een rol in hun leven wil spelen, maar naar hun wensen luistert en afstand houdt. De Raad geeft de vader mee dat hij het initiatief moet nemen tot contact met de kinderen.

7.De beoordeling

Van gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag
7.1.
De rechtbank kan het gezamenlijk gezag beëindigen en één van beide ouders met het gezag over een kind belasten, als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt of als dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. [1]
7.2.
Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg ter zake en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, of in ieder geval in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren raakt tussen de ouders.
7.3.
Bij de beoordeling van het verzoek van de verzoekers stelt de rechtbank voorop dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders in beginsel gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen. Er kunnen zich alleen situaties voordoen waarin het noodzakelijk is dat slechts één van de ouders na het uiteengaan het ouderlijk gezag uitoefent.
7.4.
In dit geval ziet de rechtbank voldoende grond om van het genoemde wettelijke uitgangspunt af te wijken en legt uit waarom. De kinderen worden het grootste deel van hun leven opgevoed door de moeder en de stiefvader. De vader is al jaren niet betrokken bij de kinderen en woont in [land] . Hij weet (bijna) niet wat er gebeurt in het leven van de kinderen en informeert daar ook nauwelijks naar. De band tussen (vooral) [de minderjarige 2] en de vader is verstoord geraakt, waardoor zij al ongeveer drie jaar geen contact meer hebben met elkaar. [de minderjarige 2] wil ook geen contact met de vader in de toekomst en zij wil niet dat de vader gezagsbeslissingen over haar neemt. Tussen [de minderjarige 1] en de vader is er ook al lange tijd bijna geen contact. Als er contact is, verloopt dat vooral via Whatsapp. Verder is de communicatie tussen de moeder en de vader verstoord. Daarbij is van belang dat de kinderen specifieke medische behoeften hebben, waardoor er vaak gezagsbeslissingen over hen genomen moeten worden. De vader beslist daar niet inhoudelijk over mee. Vanwege de afstand van de vader tot de kinderen en zijn (op dit moment) zwakke band met de kinderen en de moeder, ongeacht de oorzaak daarvan, is de vader niet in staat om samen met de moeder – en met voldoende snelheid – gezagsbeslissingen te nemen in het belang van de kinderen. Dit, terwijl dat vanwege de specifieke behoeften van de kinderen, wel belangrijk is. Ook valt niet te verwachten dat er binnen afzienbare tijd verbetering komt in deze situatie. De rechtbank concludeert gelet op het voorgaande dat het toekennen van eenhoofdig gezag recht doet aan de situatie van de kinderen.
7.5.
De rechtbank wijst het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag – conform het advies van de Raad – dan ook toe en verklaart deze beslissing ook uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Benoeming bijzondere curator
7.6.
De rechtbank stelt ten aanzien van de verzoeken om gezamenlijk gezag en geslachtsnaamwijziging het volgende vast. Op grond van de kindgesprekken, de stukken en wat ter zitting is besproken, is duidelijk geworden voor de rechtbank dat de band tussen [de minderjarige 2] en de vader duurzaam lijkt te zijn verbroken en dat zij de stiefvader als haar enige vader beschouwt. Zij wil dan ook dat de juridische situatie (gezag en achternaam) bij haar feitelijke situatie aansluit. Hieruit zou geconcludeerd kunnen worden dat deze verzoeken in haar geval voor toewijzing gereed liggen. Voor [de minderjarige 1] ligt het echter wat complexer. Hij heeft nog beperkt contact met de vader en lijkt het daar moeilijk mee te hebben. Hij lijkt zich afgewezen te voelen door de vader en lijkt het ergens toch moeilijk te hebben met het verliezen van de juridische band met de vader en beseft dat dit ook van invloed kan zijn op het feitelijke contact tussen hem en de vader. Het is voor de rechtbank niet voldoende duidelijk geworden wat zijn eigen, werkelijke wensen zijn in het contact met de vader, zijn achternaam en het gezamenlijk gezag. Hierbij is ook van belang dat [de minderjarige 1] , zoals de moeder heeft uitgelegd, vanwege zijn beperkingen moeite heeft om zijn gevoelens goed te duiden. De vader heeft aangegeven dat hij graag een grotere rol in het leven van de kinderen wil spelen en graag zijn band met hen wil behouden. De rechtbank acht het bij deze stand zaken nodig om meer onderzoek te laten uitvoeren naar de huidige situatie en de werkelijke wensen van de betrokkenen, door een professionele derde (bijzondere curator). Dit geldt niet alleen voor [de minderjarige 1] , maar ook voor [de minderjarige 2] . Zij zijn namelijk een eenheid omdat zij tweeling zijn. Als het belang van [de minderjarige 1] zich verzet tegen gezamenlijk gezag en geslachtsnaamwijziging, dan moet daar ook rekenschap van worden genomen bij de beslissingen die voor haar genomen moeten worden.
7.7.
Nu de rechtbank op basis van de stukken en de zitting van oordeel is dat zij nog onvoldoende informatie heeft om te beslissen over het verzoek van de verzoekers over het gezamenlijk gezag van de verzoekers en over de geslachtsnaamswijziging van de kinderen, zal er conform het advies van de Raad een bijzondere curator worden benoemd. [2] De bijzondere curator moet als wettelijke vertegenwoordiger van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] alleen hun belangen behartigen en adviseren over wat het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in deze zaak verlangt, waarbij zij acht moet slaan op de wettelijke regeling en jurisprudentie. Het is daarbij zeer waarschijnlijk dat ten aanzien van ieder kind verschillende rechtsbelangen spelen, waarmee de bijzondere curator rekening dient te houden.
7.8.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator daarom te onderzoeken of het in het belang is van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] dat 1) de moeder en de stiefvader het gezamenlijk gezag over hen uitoefenen en 2) hun geslachtsnaam wordt gewijzigd in “ [geslachtsnaam] ”.De rechtbank verzoekt daartoe onder meer te onderzoeken wat de situatie nu is, wat de werkelijke wensen van de kinderen zijn en advies uit te brengen over wat in hun belang beslist moet worden aangaande deze verzoeken. De rechtbank kan zich daarbij voorstellen dat de wensen en de mogelijkheden van de vader aangaande zijn ouderrol worden onderzocht en meegewogen.
7.9.
De bijzondere curator kan gesprekken hebben met partijen (de vader, de moeder en de stiefvader) en met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op de manier die zij geschikt vindt. Ook wordt aan de bijzondere curator verzocht alles te doen wat het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] vraagt. Als het nodig is, kan de bijzondere curator daarbij ook gesprekken hebben met derden. Partijen zijn verplicht hun medewerking aan de bijzondere curator te verlenen.
7.10.
[de bijzondere curator] , gevestigd in [plaats] , is bereid gevonden om als bijzondere curator op te treden en wordt door de rechtbank benoemd. De namens de moeder en de stiefvader aangedragen bijzondere curatoren zijn helaas niet meer werkzaam of niet beschikbaar de komende periode.
7.11.
De rechtbank verzoekt de bijzondere curator om over acht weken verslag te doen. De beslissing op de verzoeken over het gezamenlijk gezag van de verzoekers en de geslachtsnaamswijziging van de kinderen worden aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.

8.De beslissing

De rechtbank:
8.1.
bepaalt dat het gezamenlijk gezag van de moeder en de vader over de minderjarigen:
­
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
­
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
wordt beëindigd en bepaalt dat de moeder alleen het gezag over voornoemde minderjarigen toekomt;
8.2.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
8.3.
benoemt tot bijzondere curator voor voornoemde minderjarigen [de bijzondere curator]
, gevestigd in [plaats] ( [website] );
8.4.
verzoekt de bijzondere curator binnen acht weken na vandaag (
6 mei 2026) aan de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen conform wat is overwogen onder 7.8. en daarbij een standpunt in te nemen over het verzoek van de verzoekers over het gezamenlijk gezag van de verzoekers en de geslachtsnaamswijziging van voornoemde minderjarigen.;
8.5.
verzoekt de advocaat van de verzoekers en de vader binnen twee weken na ontvangst van het advies van de bijzondere curator (
20 mei 2026), schriftelijk hun standpunt kenbaar te maken;
8.6.
houdt de beslissing over het gezamenlijk gezag van de verzoekers en de geslachtsnaamswijziging van voornoemde minderjarigen aan tot
20 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag en de reacties daarop.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing.
2.Op grond van artikel 1:250 BW Pro.