Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2487

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
C/15/372911
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • E.B. van den Heuvel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 474g RvArt. 2:195 lid 7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot verkoop van inbeslaggenomen aandelen Phorcys B.V. toegewezen

Verzoekster, rechtsopvolgster van een schuldeiser, heeft een executoriale titel tegen verweerder wegens een openstaande vordering van ruim €450.000. Na onbetaalde vordering en executoriaal beslag op aandelen van Phorcys B.V., waarvan verweerder enig aandeelhouder is, verzoekt verzoekster toestemming tot verkoop van deze aandelen.

De rechtbank constateert dat het beslag rechtsgeldig is gelegd en dat verzoekster voldoende belang heeft bij verkoop. De statutaire blokkeringsregeling die overdracht aan derden bemoeilijkt, wordt buiten toepassing verklaard omdat verweerder de enige aandeelhouder is en er geen medeaandeelhouders zijn.

De verkoop mag binnen twaalf maanden plaatsvinden, eerst vier maanden via onderhandse verkoop en daarna via openbare inschrijving. Verweerder moet medewerking verlenen en relevante informatie binnen veertien dagen verstrekken. Een dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van verweer. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Verzoek tot verkoop van inbeslaggenomen aandelen wordt toegewezen met buiten toepassing verklaring van de statutaire blokkeringsregeling.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/372911 / HA RK 25-195
Beschikking van 11 maart 2026
in de zaak van
QUINTET PRIVATE BANK (Europe) S.A.,
statutair gevestigd te Luxemburg (Luxemburg), mede kantoorhoudende te Amsterdam,
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat: mr. A.H. Beekhuizen,
tegen
[verweerder],
te [plaats],
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder],
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 7
- de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, van welke zitting door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden.
1.2.
Na uitroepen van de zaak is verschenen mr. Beekhuizen voornoemd namens verzoekster. Namens [verweerder] is niemand verschenen.
1.3.
Tenslotte is de beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Volgens een uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 2 december 2025 is [verweerder] enig aandeelhouder en enig bestuurder van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Phorsys B.V. (hierna ook: de vennootschap).
2.2.
In een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 mei 2018 is [verweerder] (kort gezegd) veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 453.591,71, te vermeerderen met rente en proceskosten aan [bedrijf] N.V. Verzoekster heeft verklaard dat dit haar rechtsvoorganger betreft.
2.3.
[verweerder] heeft tegen het vonnis van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. In een arrest van 28 juli 2020 heeft het gerechtshof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
2.4.
Een grosse van het vonnis van de rechtbank en van het arrest van het gerechtshof zijn op 16 juli 2021 aan [verweerder] betekend met bevel om het op dat moment verschuldigde bedrag van € 510.423,27 binnen twee dagen na de betekening te voldoen. [verweerder] heeft aan dit bevel niet voldaan. Tegen het arrest van het hof is geen cassatie ingesteld. De uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof zijn onherroepelijk geworden.
2.5.
Bij exploot van 21 november 2025 heeft Gilissen Bankiers executoriaal beslag doen leggen op de aandelen op naam van [verweerder] in Phorcys B.V.
Omdat door de deurwaarder ter plaatse niemand werd aangetroffen aan wie rechtsgeldig afschrift van het exploot kon worden gelaten, is [verweerder] in het exploot gesommeerd om
terstond zelf een aantekening in het register van aandeelhouders te plaatsen van de datum en tijdstip van het beslag, de naam van verzoekster van het beslag (Gilissen Bankiers), de titels uit kracht waarvan het beslag is gelegd en het aantal nummers van de inbeslaggenomen aandelen. Ook is [verweerder] gesommeerd die aantekening te ondertekenen en het register van aandeelhouders te tonen op het kantoor van de deurwaarder, zodat de deurwaarder de aantekening mede zou kunnen onderteken. Aan deze sommatie heeft [verweerder] niet voldaan.
2.6.
Voorts heeft de deurwaarder in het exploot [verweerder] aangezegd om binnen acht dagen na de betekening aan de deurwaarder schriftelijk mededeling te doen omtrent eventueel gevestigde rechten van derden op de beslagen aandelen, voor zover deze rechten zijn gevestigd voor dit beslag, zulks met opgaaf van namen en woonplaatsen van deze gerechtigden. Ook aan deze verplichting heeft [verweerder] niet voldaan.
2.7.
In hoofdstuk 4 van de statuten van de vennootschap is een blokkeringsregeling in de vorm van een aanbiedingsplicht aan de medeaandeelhouders opgenomen. Artikel 4.1 lid 1 van de statuten luidt:
Overdracht van Aandelen kan slechts geschieden nadat zij met toepassing van lid 2 van dit artikel en artikelen 4.2 tot en met 4.4. zijn aangeboden (…)
In artikel 4.5 wordt een uitzondering gemaakt voor het geval de overdracht plaatsvindt met de schriftelijke toestemming van de medeaandeelhouders, binnen drie maanden nadat zij allen hun toestemming hebben verleend. Dan hoeft de aandeelhouder zijn aandelen niet aan de medeaandeelhouders aan te bieden.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Om haar vordering op [verweerder] betaald te krijgen wenst verzoekster (als rechtsopvolgster van [bedrijf]) over te gaan tot verkoop van de beslagen aandelen in Phorcys B.V.
3.2.
Verzoekster verzoekt de rechtbank om haar toe te staan de in executoriaal beslag genomen aandelen te verkopen en haar toe te staan voor een periode van vier maanden te trachten onderhandse verkoop van de aandelen te realiseren en haar daarna, bij onvoldoende slagingskans van de onderhandse verkoop, toe te staan de aandelen te veilen. Voorts verzoekt zij de rechtbank de voorwaarden te bepalen waaronder de verkoop zal dienen plaats te vinden, kosten rechtens.
3.3.
Verzoekster voert hierbij aan dat op [verweerder] uit hoofde van het eerder genoemde vonnis van de rechtbank Amsterdam en het arrest van het gerechtshof Amsterdam een betalingsverplichting rust voor een bedrag van € 453.591,71, vermeerderd met rente en kosten. [verweerder] heeft niet aan die verplichting voldaan en zij heeft ook niets van [verweerder] vernomen. Verzoekster is van mening dat de door haar voorgestelde wijze van verkoop van de aandelen de meeste kans op de hoogste opbrengst geeft, hetgeen in het belang van beide partijen is. Omdat [verweerder] volgens het overgelegde uittreksel uit het handelsregister enig aandeelhouder is, mist de aanbiedingsplicht uit de statuten toepassing. Ter zitting heeft verzoekster de rechtbank aanvullend verzocht deze aanbiedingsplicht volledigheidshalve buiten toepassing te verklaren, omdat - vanwege het niet nakomen van de verplichtingen jegens de deurwaarder opgenomen in het exploot -- niet uitgesloten kan worden - dat [verweerder] (een deel van) de aandelen alsnog heeft verkocht.
3.4.
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank stelt vast dat verzoekster als rechtsopvolgster van [bedrijf] een vordering heeft op [verweerder] op grond van het vonnis van de rechtbank van 30 mei 2018, bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam op 28 juli 2020 en dat [verweerder] tot op heden niet heeft betaald.
Beslag rechtsgeldig gelegd en aan de voorwaarden van 474g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is voldaan
4.2.
Op grond van artikel 474g lid 1 Rv moet een verzoek om bij beschikking te bepalen, dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan, op straffe van verval van het gelegde beslag, binnen één maand na het exploot van beslag worden gedaan. Het beslag dateert van 21 november 2025 en het onderhavige verzoek is op 17 december 2025 (en dus op tijd) ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De rechtbank constateert aan de hand van de overgelegde beslagexploten verder dat het beslag op rechtsgeldige wijze is gelegd.
Belang
4.3.
Hoewel verzoekster dus een executoriale titel heeft, kan een gevraagde toestemming om aandelen te verkopen worden geweigerd, als de executant onvoldoende belang heeft bij de executie. Verzoekster heeft voldoende onderbouwd dat zij belang heeft bij de verkoop van de aandelen. [verweerder] heeft de vordering niet voldaan en er is geen contact met [verweerder].
4.4.
De rechtbank is niet gebleken van zwaarwegende gronden die zich tegen verkoop van de aandelen verzetten en zal daarom bepalen dat tot verkoop kan worden overgegaan.
Wijze van verkoop
4.5.
Op grond van artikel 474g lid 3 Rv moet de rechtbank in de beschikking bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht van de aandelen moeten plaatsvinden. Op grond van artikel 474g lid 4 Rv moeten zoveel mogelijk de wettelijke en statutaire bepalingen over vervreemding en overdracht in acht genomen worden. Ook de beschikking van de rechtbank mag ten aanzien van deze wettelijke en statutaire bepalingen geen afwijkingen inhouden, behalve voor zover inachtneming van deze bepalingen de executoriale verkoop onmogelijk zou maken.
4.6.
Op grond van artikel 2:195 lid 7 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter bij executoriaal beslag op verzoek van de executerende partij bepalingen in de statuten over overdraagbaarheid, geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren. De rechter wijst het verzoek alleen toe als dit in het belang is van verzoekster en de belangen van anderen daardoor niet onevenredig worden geschaad. Uit de formulering en uit hetgeen naar voren is gebracht tijdens de parlementaire behandeling van artikel 2:195 lid 7 BW Pro blijkt dat het daarin neergelegde criterium voorrang heeft boven artikel 474g lid 4 Rv.
4.7.
Als overwogen, is in artikel 4 van Pro de statuten van Phorcys B.V. een blokkeringsregeling (aanbiedingsregeling) opgenomen. Deze regeling brengt mee dat de aandelen eerst te koop moeten worden aangeboden aan de medeaandeelhouders, vóórdat kan worden overgegaan tot de door verzoekster gewenste verkoop. [verweerder] is volgens het uittreksel uit het handelsregister de enige aandeelhouder van de vennootschap en omdat er geen medeaandeelhouders zijn, kunnen de aandelen daarom ook zonder een van artikel 4 van Pro de statuten afwijkende regeling vrijelijk worden overgedragen aan een derde.
4.8.
Om onzekerheid op dit punt weg te nemen zal de rechtbank, zoals door verzoekster ter zitting verzocht, artikel 4 van Pro de statuten buiten toepassing verklaren. De belangen van verzoekster maken dat zij de aandelen kan verkopen zonder dat de uitgebreide aanbiedingsregeling van artikel 4, met een mogelijke vaststelling van de prijs door één of meer onafhankelijke deskundigen, hoeft te worden gevolgd. Gesteld noch gebleken is dat de belangen van [verweerder] of eventuele anderen daardoor onevenredig worden geschaad door onderhandse of openbare verkoop van de aandelen met passeren van de blokkeringsregeling.
4.9.
De rechtbank zal de termijn waarbinnen tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen kan worden overgegaan, overeenkomstig het verzoek en de toelichting daarop ter zitting, bepalen op twaalf maanden na de datum van deze beschikking, met dien verstande dat deze termijn, indien nodig, op een gemotiveerd verzoek van (één van) de partijen door de rechtbank kan worden verlengd. Een verlengingsverzoek moet de rechtbank uiterlijk binnen twaalf maanden na de datum van deze beschikking, te weten op 10 maart 2027, bereiken.
4.10.
De wijze waarop en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht moeten plaatsvinden zal de rechtbank verder als volgt bepalen. Verzoekster mag de verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen gedurende de periode van vier maanden na de datum van deze beschikking via onderhandse verkoop proberen te bewerkstelligen. De deurwaarder is in het executierecht gewoonlijk degene die met de executieverkoop is belast. Om deze reden zal de heer [betrokkene 1] (toegevoegd gerechtsdeurwaarder op het kantoor van [betrokkene 2], gerechtsdeurwaarder, hierna: de deurwaarder) met de uitvoering van de verkoop worden belast, dan wel bij zijn ontstentenis een door hem aan te wijzen vervangende gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder zal de leiding moeten nemen bij de verkoop. Hij moet daarbij de verdere voorwaarden voor de verkoop vaststellen, om een zo hoog mogelijke opbrengst voor de aandelen te realiseren. Als de aandelen niet binnen de hiervoor genoemde termijn van vier maanden onderhands zijn verkocht, zullen gedurende de resterende acht maanden de niet verkochte aandelen door middel van openbare verkoop bij inschrijving kunnen worden verkocht.
4.11.
Tegen de verzoeken om te bepalen dat [verweerder] medewerking moet verlenen en dat hij op eerste verzoek van de deurwaarder alle relevante gegevens ter beschikking moet stellen is geen verweer gevoerd. Omdat deze medewerking kan bijdragen aan een zo hoog mogelijke verkoopopbrengst zullen deze verzoeken worden toegewezen. Verzoekster heeft geen termijn genoemd waarbinnen [verweerder] aan een verzoek daartoe van de deurwaarder zijn medewerking moet verlenen. De rechtbank acht hiervoor een termijn van twee weken een redelijke termijn.
4.12.
Ter zitting is door verzoekster nog aanvullend verzocht aan de verplichting van [verweerder] om relevante informatie te verstrekken een dwangsom te verbinden. Dit verzoek is niet opgenomen in het verzoekschrift dat aan [verweerder] is toegestuurd. Aangezien [verweerder] niet ter zitting is verschenen, is hij niet bekend met dit aanvullende verzoek en heeft hij hiertegen desgewenst geen verweer kunnen voeren. Om die reden wordt dit aanvullende verzoek afgewezen.
Conclusie
4.13.
Op grond van het vorenstaande zal het verzoek worden toegewezen. De rechtbank zal bepalen dat de aandelen verkocht moeten worden op de wijze en onder de voorwaarden zoals hierna bepaald.
Proceskosten
4.14.
[verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van verzoekster begroot op:
griffierecht € 714,00
salaris advocaat € 1.306,00 (2 punten à € 653,00)
nakosten
€ 189,00(plus de verhoging zoals in de beslissing vermeld)
Totaal € 2.209,00

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
bepaalt dat tot verkoop en overdracht van de ten laste van [verweerder] in executoriaal beslag genomen aandelen in het kapitaal van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Phorcys B.V. kan worden overgegaan, met inachtneming van hetgeen hierna is bepaald,
5.2.
wijst gerechtsdeurwaarder [betrokkene 1], dan wel een door hem aan te wijzen vervangende deurwaarder, aan als deurwaarder met de executie belast en belast hem voorts met de in de wet aan hem opgedragen taken,
5.3.
bepaalt dat de aandelen binnen twaalf maanden na de datum van deze beschikking, althans op een zo kort mogelijke termijn, mogen worden verkocht,
5.4.
bepaalt dat de hiervoor in 5.3 genoemde termijn van twaalf maanden, indien nodig, op verzoek door de rechtbank kan worden verlengd en dat een verzoek hiertoe de rechtbank uiterlijk op 10 maart 2027 moet bereiken,
5.5.
bepaalt dat de verkoop zal plaatsvinden met inachtneming van de wettelijke en statutaire bepalingen ter zake van vervreemding van aandelen, waarbij artikel 4 van Pro de statuten van Phorcys B.V. (blokkeringsregeling) geen toepassing zal hebben (buiten toepassing verklaard),
5.6.
bepaalt dat de aandelen eerst gedurende vier maanden onderhands mogen worden verkocht,
5.7.
bepaalt dat, indien en voor zover het na vier maanden niet gelukt is om de aandelen op deze wijze te verkopen, de niet verkochte aandelen gedurende de resterende termijn van acht maanden door middel van openbare verkoop bij inschrijving kunnen worden verkocht,
5.8.
bepaalt dat de deurwaarder nadere regels kan stellen om een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen,
5.9.
bepaalt dat [verweerder] alle medewerking moet verlenen aan de verkoop en levering van de aandelen,
5.10.
bepaalt dat [verweerder] op eerste verzoek van de deurwaarder binnen 14 dagen aan hem ter beschikking moet stellen alle naar het oordeel van de deurwaarder voor de waardering en verkoop van de aandelen relevante gegevens,
5.11.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van Quintet private bank (Europe) S.A. van € 2.209,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.12.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.13.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.B. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.