ECLI:NL:RBNHO:2026:2502

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
23/6083
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:325 BWArt. 7:367 BWArt. 6:213 BWArt. 6.1 WnbArt. 2.9 Aanvullingswet natuur Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tegemoetkoming faunaschade op basis van pachtovereenkomst en Wet natuurbescherming

Eiseres, een melkveehouderij in een Natura 2000-gebied, vordert een tegemoetkoming voor door vogels veroorzaakte schade op haar gepachte percelen. De pachtovereenkomst uit 1995 is niet opgezegd en wordt derhalve telkens met zes jaar verlengd. Het college van gedeputeerde staten heeft slechts gedeeltelijke tegemoetkomingen toegekend, waarbij schade door niet-beschermde diersoorten en schade uitgesloten door contractuele beperkingen niet werd vergoed.

De rechtbank stelt vast dat de pachtovereenkomst nog steeds rechtsgeldig is en dat de daarin opgenomen jachtbeperking bindend is. De aanwijzing van het Natura 2000-gebied leidt niet tot een wijziging van deze contractuele verplichtingen. De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat het college deze jachtbeperking niet mee mag wegen bij de beoordeling van de tegemoetkoming.

Verder oordeelt de rechtbank dat eiseres het risico van faunaschade redelijkerwijs zelf draagt vanwege de zelfgekozen contractuele beperkingen. De vergelijking met grondeigenaren die beperkingen opgelegd krijgen door de overheid gaat niet op. Ook is niet gebleken dat overleg over schadebestrijding heeft plaatsgevonden zoals vereist in de pachtovereenkomst.

De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand. Er is geen recht op proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierechten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat eiseres geen recht heeft op volledige tegemoetkoming faunaschade vanwege de geldende pachtovereenkomst en contractuele jachtbeperkingen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 23/6083, 23/6084, 23/6093, 24/6626 en 26/541

uitspraak van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaken tussen

de vennootschap onder firma [eiseres], uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.T.A.M. van Mierlo),
en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, het college

(gemachtigde: mr. E.M. Reijnders).

Totstandkoming van de bestreden besluiten

1. De rechtbank stelt in het licht van de totstandkoming van de bestreden besluiten en het procesverloop de volgende niet in geschil zijnde feiten vast die zij tot uitgangspunt heeft genomen.
1.1.
Eiseres heeft een melkveehouderij in [plaats] . Een deel van de percelen van eiseres liggen in het Natura 2000-gebied Ilperveld. Een deel van de percelen heeft eiseres in eigendom en een deel wordt door eiseres gepacht.
1.2.
In 1995 is tussen de Stichting [naam Stichting] (hierna: de Stichting) en eiseres een pachtovereenkomst gesloten. In de overeenkomst staat, voor zover hier van belang, het volgende:

Artikel 1 (pachtduur):

De pacht is aangegaan voor de duur van 6 jaar, ingaande op 1 januari 1995 derhalve eindigende op 31 december 2000.

Artikel 25 (jacht en visserij):

(…) de pachter verbindt zich om op het gepachte niet op schadelijk wild te jagen of daartoe aan derden een vergunning te verlenen op grond van artikel 8, lid 3 van de Jachtwet, dan na voorafgaand overleg met de verpachtster of haar vertegenwoordiger ter plaatsen. (…) Ingeval vogels of andere dieren schadelijk optreden, zullen de Stichting en de pachter evenwel overleggen op welke wijze daartegen maatregelen getroffen kunnen worden.
Ten aanzien van HAA 23/6083
1.3.
Eiseres heeft op 14 maart 2022 een aanvraag ingediend bij uitvoeringsorganisatie BIJ12 (hierna: BIJ12), dat in deze zaken optreedt namens verweerder, om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in geleden schade die vogels hebben aangericht.
1.4.
De schade is getaxeerd op een bedrag groot € 59.006,64.
1.5.
Met het besluit van 24 november 2022 heeft het college aan eiseres een gedeeltelijke tegemoetkoming toegekend voor een bedrag groot € 29.215,74. Geen tegemoetkoming is toegekend voor de geleden schade veroorzaakt door de nijlgans, omdat dit geen beschermde diersoort is (code 24). Ook is geen tegemoetkoming toegekend voor de geleden schade die volgens het college is uitgesloten voor een tegemoetkoming, vanwege de in de pachtovereenkomst opgenomen beperking (code 37).
Ten aanzien van zaak HAA 23/6084
1.6.
Eiseres heeft op 22 juni 2022 een tweede aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in geleden schade.
1.7.
De schade is getaxeerd op een bedrag groot € 38.182,20.
1.8.
Met het besluit van 6 februari 2023 heeft het college, onder verwijzing naar de afwijscodes 24 en 37, eiseres een gedeeltelijke tegemoetkoming toegekend voor een bedrag groot € 17.280,24.
Ten aanzien van zaak HAA 23/6093
1.9.
Eiseres heeft op 9 oktober 2022 een derde aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in schade.
1.10.
De schade is getaxeerd op een bedrag groot € 4.883,25.
1.11.
Met het besluit van 6 februari 2023 heeft het college, onder verwijzing naar de afwijscode 37, aan eiseres een gedeeltelijke tegemoetkoming toegekend voor een bedrag groot € 1.379,00.
Ten aanzien van HAA 24/6626
1.12.
Eiseres heeft op 2 oktober 2023 een vierde aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in schade.
1.13.
De schade is getaxeerd op een bedrag groot € 5.287,44
1.14.
Met het besluit van 15 december 2023 heeft het college, onder verwijzing naar afwijscode 37, aan eiseres een gedeeltelijke tegemoetkoming toegekend voor een bedrag groot €1.626,48.
Ten aanzien van HAA 26/541
1.15.
Eiseres heeft op 21 juni 2021 een vijfde aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in schade.
1.16.
De schade is getaxeerd op een bedrag groot € 42.536,33.
1.17
Met het besluit van 8 december 2023 heeft het college, onder verwijzing naar afwijscode 37, aan eiseres een gedeeltelijke tegemoetkoming toegekend voor een bedrag groot € 22.154,75.
1.18
Eiseres heeft in alle zaken bezwaar gemaakt.
1.19
Eiseres heeft met de bestreden besluiten van 11 augustus 2023 en 9 september 2024 de bezwaren ongegrond verklaard.
1.2
Tegen deze bestreden besluiten heeft eiseres beroep ingesteld.
1.21
Op 2 augustus 2025 en 6 februari 2026 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
1.22
Op de zitting van 14 augustus 2025 is een deel van de beroepen behandeld.
1.23
Met de uitspraak van 1 september 2025 is het onderzoek ter zitting heropend en zijn de zaken verwezen naar de meervoudige kamer.
1.24
De rechtbank heeft alle vijf zaken op de zitting van 19 februari 2026 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres de gemachtigde van eiseres en [naam 1] . Namens verweerder waren aanwezig de gemachtigde van verweerder en [naam 2] .

Standpunt college

2. Het college stelt primair dat de pachtovereenkomst is geëindigd op 31 december 2000. Er is naast de overgelegde pachtovereenkomst uit 1995 geen ander schriftelijk stuk overgelegd. Zonder een actuele pachtovereenkomst kan het college niet beoordelen welke bepalingen en voorwaarden in het heden rusten op het gebruik van de gepachte gronden.
2.1.
Subsidiair, uitgaande van de rechtsgeldigheid van de pachtovereenkomst, stelt verweerder dat er een rechtstreeks verband is tussen de mate waarin de grondgebruiker door de overheid wordt beperkt in diens mogelijkheden tot voorkoming van de schade en de mate waarin wordt voorzien in een tegemoetkoming. In dit geval heeft eiseres, met het aangaan van de pachtovereenkomst in 1995, zélf gekozen voor de beperkingen in het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten op deze gronden. Het college acht het redelijk dat de faunaschade in zulke gevallen voor risico en rekening van eiseres blijft.
2.2.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt ook niet. Het feit dat sprake is van een Natura 2000-gebied maakt niet dat grauwe ganzen niet bejaagd mogen worden, aldus het college.

Standpunt eiseres

3. Eiseres voert aan dat de pachtovereenkomst ingevolge het bepaalde in artikel 7:325, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) steeds van rechtswege met zes jaren wordt verlengd. Noch verpachter, noch pachter is tot opzegging overgegaan (artikel 7:367 van Pro het BW). De pachtovereenkomst is dan ook nog steeds rechtsgeldig van kracht.
3.1.
Wel voert eiseres aan dat de beperking uit artikel 25 van Pro de pachtovereenkomst inmiddels achterhaald is. Nadien is het Ilperveld aangewezen als Natura 2000-gebied voor de Vogelrichtlijn (soort: grauwe gans). Inmiddels geldt dat in Natura 2000-gebieden nooit gejaagd mag worden. Artikel 25 is Pro dus geen bepaling meer die eiseres onderscheidt van andere grondgebruikers.
3.2.
Eiseres voert verder aan de toepassing van de Beleidsregel tegemoetkomingschade Noord-Holland (hierna: de Beleidsregel) en de uitvoering daarvan met de bestreden besluiten, gelet op bovenstaande, strijdig zijn met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
3.3.
Tenslotte is ter zitting nog een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel, omdat een vertegenwoordiger van BIJ12, de heer [naam 3] , op de hoorzitting van 14 juni 2023 heeft verteld dat in het Natura-2000-gebied, met of zonder vergunning, nooit bejaagd mag worden. Eiseres is op deze mededeling afgegaan en mocht daar ook op afgaan.

Beoordeling door de rechtbank

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Op een aanvraag om een besluit op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), die is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft op grond van artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet het recht zoals dat gold op het moment van de aanvraag van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt.
4.1.
Eiseres heeft de aanvragen ingediend op 14 maart 2022, 22 juni 2022, 9 oktober 2022, 19 juni 2023 en 2 oktober 2023. Dit betekent dat in deze zaak de Wnb, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Toetsingskader
5. In onderhavige zaak betrekt de rechtbank het navolgende toetsingskader bij de beoordeling van het geschil.
5.1.
Artikel 6.1 van de Wnb luidt als volgt:
1. Gedeputeerde staten verlenen in voorkomende gevallen tegemoetkomingen in schade, geleden in hun provincie, aangericht door natuurlijk in het wild levende:
a. vogels van vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van Pro Vogelrichtlijn, of
b. dieren die worden genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn of de bijlage, onderdeel a, bij deze wet.
2. Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren als bedoeld in het eerste lid, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald.
5.2.
Artikel 6, aanhef en onder l, sub ii, van de Beleidsregel luidt als volgt:
In de volgende gevallen wordt geen tegemoetkoming verleend:
Indien schade is aangericht aan gewassen op gronden waarvoor een (erf)pachtovereenkomst is gesloten en aan deze gronden beperkingen in het landbouwkundig gebruik, of beperkingen ten aanzien van het bestrijden van schadeveroorzakende diersoorten zijn verbonden.
Verlenging van rechtswege
6. In geschil is of aan de in 1995 gesloten pachtovereenkomst thans nog rechtsgeldige werking toekomt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Het standpunt van het college wordt daarom ook niet gevolgd. Daartoe het volgende.
6.1.
Artikel 7:325 van Pro het BW luidt als volgt:
1. De pachtovereenkomst geldt voor een bepaalde tijd. Deze tijd bedraagt (…) zes jaren voor los land.
5. De pachtovereenkomst die geldt voor de duur van ten minste (…) zes jaren voor los land, wordt telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.
6.2.
Uit artikel 1 van Pro de pachtovereenkomst volgt uitdrukkelijk dat de pacht is aangegaan voor de duur van zes jaren, ingaande op 1 januari 1995. Verder volgt uit de pachtovereenkomst dat de pacht ziet op percelen grasland (los zand). Nu de pachtovereenkomst niet is opgezegd, volgt uit het bepaalde in artikel 7:325, vijfde lid, van het BW dat de pachtovereenkomst telkens van rechtswege met zes jaren wordt verlengd, zodra de termijn van zes jaren is verstreken.
6.3.
Het gaat niet om een stilzwijgende (mondelinge) verlenging, zoals het college veronderstelt. De eis van het college dat eiseres had moeten beschikken over een actuele pachtovereenkomst mist dan ook een juridische en feitelijke grondslag. Dit betekent dat bij de beantwoording van de vraag of eiseres redelijkerwijs recht heeft op een tegemoetkoming in de geleden schade uitgegaan dient te worden van de tekst van de pachtovereenkomst. Aan de orde is dan vervolgens de vraag hoe het bepaalde in artikel 25 uit Pro de pachtovereenkomst dient te worden geduid in het licht van het gerezen geschil. Daartoe wordt het volgende overwogen.
Artikel 25 van Pro de pachtovereenkomst
7. Uitgangspunt is – zoals overwogen – een rechtsgeldig overeengekomen pachtovereenkomst, waarin partijen over en weer verbintenissen zijn aangegaan (artikel 6:213 van Pro het BW). Zo is eiseres de verbintenis aangegaan om op het gepachte – kort gezegd – niet op schadelijk wild te jagen of dit te laten doen door derden. Een dergelijke overeengekomen contractsbepalingen blijft volledig bindend, zolang zij niet rechtsgeldig is gewijzigd of anderszins is beëindigd. Dat is gesteld, noch gebleken.
7.1.
In de kern verlangt eiseres van het college, als derde – een niet bij de overeenkomst betrokken partij, om de jachtbeperking niet mee te wegen bij de vraag of eiseres redelijkerwijs recht heeft op een tegemoetkoming in de geleden schade. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. Daarvoor biedt het gegeven dat Ilperveld is aangewezen als Natura 2000-gebied geen grondslag. Dit omdat een deel van de gronden die eigendom zijn van eiseres, zich niet bevinden in het aangewezen Natura 2000-gebied. Het beginsel van rechtszekerheid brengt bovendien met zich dat het college, als derde, moet kunnen afgaan op wat partijen in de pachtovereenkomst zijn overeengekomen. Dit geldt temeer nu alleen dan door het college kan worden beoordeeld of binnen het toetsingskader van de Beleidsregel recht bestaat op een tegemoetkoming.
Aanvaarding van de schade/ evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel
8. Uitgaande van de aangegane jachtbeperking, is vervolgens de vraag aan de orde of eiseres, desondanks, redelijkerwijze recht heeft op een volledige vergoeding in de geleden schade, zoals zij stelt. Ook hierin volgt de rechtbank eiseres niet. Daarvoor is het volgende van belang.
8.1.
In het geval van eiseres vloeit, in tegenstelling tot grondeigenaren die in Natura-2000 gebieden hun bedrijf uitoefenen, de jachtbeperking rechtstreeks voort uit de pachtovereenkomst. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het om een zelfgekozen contractuele beperking en eiseres heeft daarmee in redelijkheid het risico van faunaschade aanvaard. [1] Daarin onderscheidt zich de situatie van grondeigenaren in de Natura 2000-gebieden, waarbij het gaat om door de overheid opgelegde beperkingen en waarbij de tegemoetkoming van de schade daarin zijn grondslag vindt.
8.2.
De vergelijking die eiseres maakt met grondeigenaren in Natura 2000-gebieden gaat ook anderszins niet op. Het college heeft namelijk gemotiveerd onderbouwd dat ook binnen Natura 2000-gebieden jacht en schadebestrijding onder, zij het strenge, voorwaarden wél degelijk mogelijk zijn en dat dit ook al het geval was vóórdat de gebieden werden aangewezen als Natura 2000-gebieden. Anders dan eiseres stelt, is van een absoluut jacht- of bestrijdingsverbod dus geen sprake.
8.3.
De rechtbank wijst in dit verband nog op het bepaalde in artikel 25 van Pro de pachtovereenkomst, waarin uitdrukkelijk wordt aangegeven dat bij schadelijk optreden van vogels de Stichting en eiseres overleggen op welke wijze daartegen maatregelen getroffen kunnen worden. Gesteld, noch gebleken is dat dergelijk overleg heeft plaatsgevonden. De enkele niet onderbouwde stelling dat nooit gejaagd mag worden en overleg dus geen zin heeft, maakt niet dat daarom sprake zou zijn van een volledig jachtverbod. Het had op zijn minst op de weg van eiseres gelegen om dat te onderbouwen bijvoorbeeld met correspondentie die is gevoerd met de Stichting. De ter zitting door eiseres naar voren gebrachte uiting van de heer [naam 3] maakt dat niet anders, omdat deze BIJ12 vertegenwoordigde en niet de Stichting.

Conclusie

9. Gelet op bovenstaande is de conclusie dat de beroepsgronden falen. Dit betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Ook bestaat er geen recht op een proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierechten.

Beslissing:

De beroepen zijn ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzitter en mr. S.M. van Velsen en
mr. H.H. Riemeijer, leden, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
griffier voorzitter

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verwezen zij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3482, r.o. 19.