ECLI:NL:RBNHO:2026:2510

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
368722
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:98 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs onrechtmatig handelen na beëindiging samenwerking dakdekkersbedrijf

Partijen hadden een affectieve relatie en werkten samen in een eenmanszaak dakdekkersbedrijf. Na beëindiging van hun relatie ontstonden geschillen over bedrijfsactiviteiten en vorderingen.

De man vorderde schadevergoeding wegens omzetverlies en kosten voor een nieuwe website, en een gebod aan de vrouw om zich niet negatief over hem uit te laten. Hij stelde dat de vrouw onrechtmatig had gehandeld door potentiële klanten te waarschuwen en bedrijfsprocessen te verstoren, waaronder het verwijderen van afspraken en het blokkeren van bedrijfsaccounts.

De vrouw erkende het bericht op Trustoo, maar betwistte schade en het verstoren van bedrijfsprocessen. De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende had onderbouwd dat de vrouw de website had verwijderd of geblokkeerd, dat het achterhouden van logins niet tot toerekenbare schade had geleid, en dat het verwijderen van afspraken niet was komen vast te staan.

Ook ontbrak causaal verband tussen het Trustoo-bericht en de gestelde schade. Het gevorderde gebod werd afgewezen wegens gebrek aan belang en te algemene formulering. De man werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Vorderingen van de man worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen en schade door de vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/368722 / HA ZA 25-489
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
[de man] ,tevens handelend onder de naam
[bedrijf 1],
te [plaats 1] ,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. M. al Omari,
tegen
[de vrouw] ,tevens handelend onder de naam
[bedrijf 2],
te [plaats 2] ,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. L . Rijsdam.
De zaak in het kort
Partijen hadden voorheen een affectieve relatie en werkten samen in de eenmanszaak, een dakdekkersbedrijf, van de man. Na beëindiging van hun relatie hebben partijen bij de kantonrechter over en weer vorderingen ingesteld. De kantonrechter heeft de vorderingen in reconventie (van de man) naar de sectie Handel en Insolventie van deze rechtbank verwezen, omdat deze de competentiegrens van de kantonrechter te boven gaan. Dit vonnis behandelt deze reconventionele vorderingen.
De man vordert schadevergoeding van de vrouw (bestaande uit omzetverlies en kosten voor het bouwen van een nieuwe website), te vermeerderen met rente. Daarnaast vordert de man een gebod aan de vrouw om zich niet negatief over hem uit te laten, op straffe van een dwangsom. Volgens de man heeft de vrouw onrechtmatig jegens hem gehandeld door via Trustoo potentiële klanten te benaderen met een waarschuwing om geen zaken met hem te doen en daarbij beschadigende beschuldigingen te uiten en door het (dreigen met) het verstoren van bedrijfsprocessen, waaronder het verwijderen van afspraken en klussen uit de bedrijfsagenda. De vrouw erkent dat zij op Trustoo potentiële klanten heeft ontraden zaken met de man te doen, en betwist dat zij bedrijfsprocessen heeft geschaad en afspraken heeft verwijderd. Ook betwist de vrouw dat de man door haar toedoen schade heeft geleden.
De rechtbank wijst de vorderingen van de man af, omdat hij niet voldoende heeft onderbouwd dat de vrouw bedrijfsprocessen heeft geschaad of bedrijfsmiddelen van de man heeft geblokkeerd noch dat hij door het handelen van de vrouw schade heeft geleden. Bij toewijzing van het door de man gevorderde gebod bestaat geen belang. Bovendien is dit gebod te algemeen geformuleerd.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 november 2025 waarbij de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen;
- productie 9 van de vrouw;
- de mondelinge behandeling van 2 februari 2026, waarbij de advocaat van de man spreekaantekeningen heeft overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in de woning van de man. Ook werkten partijen samen in de eenmanszaak ‘ [bedrijf 1] ’ van de man (hierna ook: de eenmanszaak). De taakverdeling was daarbij aldus dat de man de dakdekkerswerkzaamheden uitvoerde en de vrouw de administratieve werkzaamheden.
2.2.
De affectieve relatie van partijen is in juni 2024 geëindigd, waarna de vrouw de woning heeft verlaten.
2.3.
In de periode 20 juni tot 3 juli 2024 hebben partijen onder meer de volgende berichten uitgewisseld via WhatsApp (waarbij [de man] staat voor de berichten van de man en [de vrouw] voor de berichten van de vrouw):
20 juni 2024
“( [de man] ) Good morning [de vrouw] , (…) let me know if your up and ready to start work
( [de vrouw] ) Im not working for you anymore
( [de man] ) Well we have a deal that says you’ll stay with me until you find someone to train.
( [de man] ) If you want to be paid out keep your deal
(…)
( [de vrouw] ) Ik gonna delete your whole fucking company if you dont pay me
(…) Im not working for you(…)
(…)
( [de vrouw] ) Pay me my money
( [de vrouw] ) Or ill delete your whole company”
21 juni 2024
“( [de man] ) You have 26 mins till I get to arans ……. that’s how long you have to hand over all my company details and phone number (…)”
23 juni 2024
“( [de man] ) Im sorry I fucked up my life and drugs got the better of me
I really hope rehab helps me
24 juni 2024
“( [de man] ) Just please I’m unstable at the moment (…)
( [de man] ) I havnt been a great person lately I know it (…)”
30 juni 2024
“( [de vrouw] ) Watch me fucking delete your whole company”
1 juli 2024
“( [de vrouw] ) Ive deleted all your jobs on the calendar”
3 juli 2024

( [de vrouw] ) And im not handing anything over before we sort out our agreements( [de man] ) I want [betrokkene 1] to start getting trained when your back from your holiday( [de man] ) And I want all my logins and back end before you leave for holiday( [de vrouw] ) You are not getting anything
2.4.
Bij e-mail van 9 juli 2024 heeft [betrokkene 2] , de boekhouder van de eenmanszaak, namens de man de vrouw het volgende bericht:

Hierbij stel ik u in gebreke wegens het niet retourneren van essentiële bedrijfslogins en – eigendommen. Het betreft de volgende zaken:
1. Logins voor mijn e-mailaccounts.2. Logins voor mijn Trustoo-account.3. Logins voor mijn website en GoDaddy-account voor de domeinnaam en e-mail.4. De bedrijfstelefoon met simkaart.
Het niet teruggeven van deze zaken veroorzaakt aanzienlijke schade en inkomstenverlies voor mijn bedrijf. Ik eis dan ook dat u uiterlijk morgen, 10 juli 2024 , vóór 12:00 uur, alle genoemde logins en eigendommen retourneert.
(…)
2.5.
Bij e-mail van 17 juli 2024 heeft de man het volgende aan de vrouw geschreven:

Thank you for your proposal. I am willing to pay you a total amount of €10,000. However, due to my current financial situation, it is not possible for me to pay this amount in one lump sum.
(…)
However, I do expect that you will immediately hand over all mentioned company logins and properties after receiving the first payment. This includes:
1. Logins for my email accounts2. Logins for my Trustoo account3. Logins for my website and GoDaddy account for the domain name and email4. The company phone with SIM card.”
2.6.
Op enig moment heeft de moeder van de vrouw het volgende WhatsAppbericht aan de man gestuurd:

(…)We have sent more trustoo quotes but we haven’t received any payments. There is a quote for 100 m2 shingles not from trustoo but directly, if you want to keep receiving quotes and get this one you need to pay what you owe as promised. We are expecting an immediate payment of 5000 euros and the other 5000 at a later date. Also you need to calculate the 25% profit on all jobs you still have to pay [de vrouw] for her work (…) These jobs include [betrokkene 3] Hit [betrokkene 4] job of which the contact person was the VVE [betrokkene 1] , [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [betrokkene 7] and [betrokkene 8] , and 500 euro cash from [betrokkene 9] of which there are 2 more payments to follow in the future.”
Hierop heeft de man geantwoord:
“Go fuck yourself
I got my passwords (…)”
2.7.
Op 28 augustus 2024 heeft de vrouw op het platform Trustoo het volgende bericht gestuurd naar verschillende potentiële klanten van de man:
“Beste klanten,
Ik wil jullie waarschuwen voor het zakendoen met [de man] . Uiteraard is de keuze aan jullie, maar ik voel de verantwoordelijkheid om jullie op de hoogte te stellen. Ik heb dit bedrijf samen met hem opgebouwd, we waren al drie jaar een stel en woonden samen. Van de ene op de andere dag heeft hij me met dreigementen uit huis gezet. Hij is gestopt met samenwerken zonder mijn laatste werkzaamheden te betalen. Het is nu al twee maanden geleden en ik probeer mijn facturen betaald te krijgen. Ook het geld wat ik in het bedrijf, het huis en de meubels heb geïnvesteerd wil hij niet terug betalen. Hij weigerde zelfs mijn eigen bezittingen van mijn vorige huis aan mij terug te geven, wat uiteindelijk met behulp van de politie toch gelukt is. Er zijn nu meerdere aangiftes tegen hem gedaan en er begint binnenkort ook een rechtzaak hierover. Hij accepteert geen enkele overeenkomst en blijft dreigen, niet alleen mij, maar mijn hele familie, vrienden en zelfs zijn eigen moeder. Hij heeft gedreigd met fysiek geweld.
Houd er rekening mee dat hij niet betrouwbaar, stabiel en eerlijk is.
Ik wens jullie het allerbeste.
Met vriendelijke groet,
[de vrouw] ”
2.8.
Het bedrijf [bedrijf 3] heeft in opdracht van de man een – ongedateerde – rapportage gemaakt over omzetverlies van de eenmanszaak in de maanden juli en augustus 2024 ten opzichte van de maanden juli en augustus 2023.
2.9.
In een e-mail van 1 februari 2025 aan de man heeft [betrokkene 10] het volgende geschreven:

Attaching screenshots proving that [de man] ’s company – [bedrijf 1] – had a website registered at [url 1] , which was deleted by [de vrouw] in August of 2024, thus actively damaging the business as it was the main point of contact for potential customers.
I, [betrokkene 10] , rebuilt de website on a new address, [url 2] , for a discount of 3000 euros, incurring [de man] and his business extra costs.
2.10.
Bij dagvaarding van 28 januari 2025 heeft de vrouw de man voor de kantonrechter van deze rechtbank gedagvaard en gevorderd dat de kantonrechter de man veroordeelt tot betaling aan de vrouw van een bedrag van in hoofdsom € 15.600,00. Op 13 maart 2025 heeft de man een vordering in reconventie ingesteld. Bij vonnis van 31 juli 2025 heeft de kantonrechter zich onbevoegd verklaard van de vordering in reconventie van de man kennis te nemen en deze eis in reconventie naar de sectie Handel en Insolventie van deze rechtbank verwezen.

3.Het geschil

3.1.
De man vordert in reconventie – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. de vrouw veroordeelt tot betaling aan hem van een schadevergoeding bestaande uit:
a. € 25.560,00 voor gederfde inkomsten en
b. € 3.000,00 voor de kosten voor het bouwen van een nieuwe website,
een en ander te vermeerderen met wettelijke rente;
II. de vrouw veroordeelt om zich niet negatief over de man te uiten tegenover derden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per overtreding.
Een en ander met veroordeling van de vrouw in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
De man legt – samengevat – het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. De vrouw heeft onrechtmatig jegens de man gehandeld en hem daarmee ernstig benadeeld door: 1. potentiële klanten actief te benaderen via Trustoo met waarschuwingen die de reputatie van zijn onderneming schaadden en 2. (te dreigen met) het verstoren van bedrijfsprocessen van de onderneming van de man, door bedrijfsmiddelen te blokkeren en te manipuleren. Meer concreet verwijt de man de vrouw dat zij hem de toegang tot zijn online (Gmail, Google en Trustoo) accounts en website heeft ontzegd, afspraken uit de
Google Calendarvan de man heeft verwijderd waardoor hij in juli en augustus 2024 geen werkzaamheden kon uitvoeren, en heeft bewerkstelligd dat de onderneming onbereikbaar was doordat de website uit de lucht was en het bedrijfstelefoonnummer niet meer bereikbaar was. De man kon door het handelen van de vrouw geen werkzaamheden meer uitvoeren hetgeen leidde tot de omzetdaling in de maanden juli en augustus 2024. Daarnaast heeft hij door toedoen van de vrouw een nieuwe website moeten laten maken, aldus de man.
3.3.
De vrouw voert verweer. De vrouw erkent het onder 2.7 genoemde bericht op Trustoo te hebben verzonden, maar dit heeft volgens haar geen schade veroorzaakt. Trustoo is een laagdrempelig platform om bedrijven in contact te brengen met potentiële klanten en de man heeft niet aangetoond dat er met de potentiële klanten die het Trustoo bericht van 28 augustus 2024 hebben gekregen, onderhandelingen lopende waren. Voor toewijzing van het door de man gevorderde gebod bestaat volgens de vrouw geen grond; het bericht is inmiddels van een tijd geleden (28 augustus 2024) en daarna is niks meer tussen partijen voorgevallen. De vrouw wil namelijk niks meer met de man te maken hebben.
Verder betwist de vrouw dat zij de man de toegang tot zijn bedrijfsmiddelen heeft ontzegd of deze heeft gemanipuleerd of geblokkeerd. Zij betwist dat zij de website heeft geblokkeerd en de afspraken uit de
Google Calendarheeft verwijderd. Wel beschikte de vrouw over de logins voor de Trustoo, Gmail en Google accounts en kon ze op de website van de man inloggen. De man bezat niet de vaardigheden om in te loggen op deze accounts en de website. De vrouw (en haar moeder) gebruikte(n) deze logins en vaardigeden dan ook als wisselgeld voor betaling van haar openstaande facturen (waarover partijen bij de kantonrechter procederen); wanneer de man een deel van de openstaande facturen betaalde, gaf de vrouw hem gegevens over klanten. Het is de man uiteindelijk, zonder hulp van de vrouw en zonder dat de vrouw hem de wachtwoorden heeft verstrekt, gelukt om weer toegang tot zijn bedrijfsaccounts te krijgen. De vrouw had daarnaast inderdaad de simkaart van de eenmanszaak in haar privételefoon. Op een gegeven moment heeft zij die simkaart uit haar telefoon gehaald. Voordat zij dit deed, heeft zij alle klanten van de man laten weten dat zij stopte met werken voor de eenmanszaak en dat deze klanten contact konden opnemen met de eenmanszaak via het nummer van de man. De vrouw stelt verder dat zij alleen heeft gedreigd met het verwijderen van de (website van de) eenmanszaak van de man en afspraken in de
Google Calendar, maar dat zij dit dreigement niet heeft doorgezet. De eenmanszaak is altijd vindbaar geweest op Google en voor zover dit niet het geval is, kan het niet bereikbaar zijn van de website andere oorzaken hebben, zoals het niet betalen voor de diensten van Google, aldus de vrouw.
3.4.
De rechtbank zal op de stellingen van partijen hierna, voor zover nodig, nader ingaan.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal de vorderingen van de man afwijzen. Zij zal hierna per vordering toelichten hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
De vordering tot het betalen van schadevergoeding
4.2.
De rechtbank gaat hieronder in op de (vermeende) handelingen van de vrouw die de man ten grondslag legt aan zijn betoog dat de vrouw onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank zal uitleggen dat van een aantal van deze handelingen onvoldoende is onderbouwd dat de vrouw ze heeft verricht en dat voor zover wel vaststaat dat de vrouw de verweten gedragingen heeft verricht onvoldoende is onderbouwd dat deze tot aan de vrouw toerekenbare en de door de man opgevoerde schade hebben geleid. Het gaat achtereenvolgens om de volgende verwijten:
- verwijderen of blokkeren van de website van de eenmanszaak;
  • achterhouden van logins van bedrijfsaccounts van de eenmanszaak;
  • achterhouden van de simkaart van de eenmanszaak;
  • verwijderen van afspraken uit de
  • het plaatsen van het bericht op Trustoo.
Onvoldoende onderbouwd dat de website door toedoen van de vrouw is verwijderd of geblokkeerd
4.3.
De man heeft onvoldoende onderbouwd dat en wanneer de website door onrechtmatig handelen van de vrouw is verwijderd of geblokkeerd, zodat de rechtbank aan deze stelling voorbij gaat. Uit de door de man overgelegde screenshots blijkt weliswaar dat er in de drie jaren voorafgaand aan 1 augustus 2024 een aantal wijzigingen hebben plaatsgevonden, waaronder twee keer een wijziging van het IP-adres, maar hieruit valt – zoals tijdens de mondelinge behandeling ook is erkend van de zijde van de man – niet op te maken of de vrouw enige actieve handeling met betrekking tot de website heeft verricht, laat staan dat deze handelingen zouden hebben geleid tot verwijdering of blokkering van de website. Bovendien kan, zoals de vrouw tijdens de mondelinge behandeling onweersproken heeft gesteld, een wit scherm bij een website verschillende oorzaken hebben, zoals het niet betalen van de domeinkosten. Ook uit de e-mail van [betrokkene 10] kan niet worden afgeleid dat de website door toedoen van de vrouw is geblokkeerd of verwijderd, want hij stelt slechts dat de vrouw de website heeft geblokkeerd zonder uit te leggen hoe hij tot de conclusie is gekomen dat zij dit heeft gedaan. In dit verband weegt de rechtbank mee dat noch in de sommatie van 9 juli 2024 noch in de e-mail van 17 juli 2024 iets staat over verwijdering of blokkering van de website. Nu niet is komen vast te staan dat de website door toedoen van de vrouw is verwijderd of geblokkeerd, valt ook niet in te zien dat de kosten voor het bouwen van een nieuwe website voor rekening van de vrouw moeten komen.
Het achterhouden van de logins van bedrijfsaccounts heeft niet tot aan de vrouw toerekenbare schade geleid
4.4.
De vrouw heeft niet betwist dat zij logins van de bedrijfsaccounts heeft achtergehouden. Naar eigen zeggen gebruikte zij dit als machtsmiddel (wisselgeld) in een poging facturen betaald te krijgen. Dat de vrouw logins heeft achtergehouden, vindt bevestiging in de sommatie van 9 juli 2024 en in de e-mail van 17 juli 2024, waarin immers om deze logins wordt gevraagd. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de (eventuele) gevolgen van het achterhouden van deze logins niet aan de vrouw kunnen worden toegerekend, omdat ook is komen vast te staan dat de man uiteindelijk zonder hulp van de vrouw weer toegang had tot zijn bedrijfsaccounts. Dit wordt bevestigd door het antwoord van de man op het WhatsAppbericht van de moeder van de vrouw: “
I got my passwords”(zie onder 2.6). Hiermee staat vast dat de man het in zijn macht had weer toegang te krijgen tot zijn bedrijfsaccounts, en daarvoor dus niet afhankelijk was van de vrouw. Dat het hem enige moeite heeft gekost (hij heeft ter zitting verklaard dat er twaalf telefoontjes voor nodig waren), doet hier niet aan af. Voor zover de man deze moeite niet eerder heeft genomen en hij daardoor naar eigen zeggen geen werkzaamheden heeft kunnen verrichten, komt dit voor zijn eigen rekening en risico. Afgezien van de vraag of het achterhouden van de logins door de vrouw onrechtmatig is geweest – de rechtbank kan dit in het midden laten – ontbreekt het vereiste causaal verband in de zin van artikel 6:98 BW Pro tussen het gestelde onrechtmatig handelen en de beweerdelijk hierdoor geleden schade.
Het achterhouden van de simkaart van de eenmanszaak heeft niet tot aantoonbare schade geleid
4.5.
De vrouw heeft onbetwist gesteld dat zij voordat zij de bedrijfssimkaart uit haar telefoon haalde, alle klanten van de eenmanszaak heeft laten weten dat zij stopte met werken voor de eenmanszaak en dat deze klanten contact konden opnemen via het nummer van de man, zodat dit feit komt vast te staan. Deze klanten hadden de man dus kunnen bellen. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet is aangetoond dat de man schade heeft geleden doordat de vrouw de simkaart niet aan hem heeft teruggegeven.
Niet is komen vast te staan dat de vrouw afspraken uit de Google Calendar heeft verwijderd
4.6.
De rechtbank is gelet op de stellingen over en weer van oordeel dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat de vrouw daadwerkelijk afspraken uit de
Google Calenderheeft verwijderd en dat hij daardoor omzetverlies heeft geleden, zodat dit niet is komen vast te staan. Weliswaar heeft de vrouw op enig moment in de WhatsAppconversatie geschreven dat zij de agenda had verwijderd, maar ter zitting heeft zij toegelicht dat dit – naar de rechtbank begrijpt – ‘in the heat of the moment’ is gezegd en slechts als dreigement was bedoeld, hetgeen de rechtbank in het licht van de verdere toonzetting en context van de Whatsappconversatie niet ongeloofwaardig voorkomt. In dit verband weegt de rechtbank mee dat de man in het geheel niet heeft gespecificeerd welke afspraken hij heeft gemist doordat afspraken zouden zijn verwijderd uit de agenda, terwijl in de rede ligt dat klanten hem zouden bellen indien hij niet op een afspraak zou zijn verschenen. Daar komt nog bij dat de moeder van de vrouw kennelijk klanten naar hem doorverwees, waarop de man antwoordt met de strekking dat hij dit niet nodig heeft omdat hij zelf weer over zijn wachtwoorden beschikt. Kennelijk bestond er toen dus wel een agenda met afspraken.
Geen schade aangetoond door het bericht van de vrouw op Trustoo
4.7.
Tussen partijen staat vast dat de vrouw op 28 augustus 2024 het onder 2.7 geciteerde bericht op Trustoo heeft geplaatst. De vrouw erkent dat dit niet verstandig is geweest. De rechtbank laat in het midden of het plaatsen van dit bericht onrechtmatig is geweest (dit vergt een belangenafweging), omdat zij van oordeel is dat een causaal verband ontbreekt tussen het bericht op Trustoo en de door de man gestelde schade. De door de man gestelde schade ziet namelijk – wat daar verder ook van zij – op de periode juli en augustus 2024 terwijl de vrouw het bericht op 28 augustus 2024 op Trustoo heeft geplaatst. Niet valt daarom in te zien hoe het bericht (mede) tot de door de man gestelde schade kan hebben geleid.
Het door de man gevorderde gebod
4.8.
De rechtbank zal het gevorderde gebod aan de vrouw om zich niet negatief over de man te uiten bij gebrek aan belang afwijzen. De vrouw heeft erkend dat het plaatsen van dit bericht niet verstandig was en heeft ter zitting onbetwist verklaard dat er na 28 augustus 2024 niks meer tussen partijen is voorgevallen. Bovendien heeft de vrouw op de mondelinge behandeling verklaard dat zij zich niet meer negatief over de man zal uitlaten, omdat zij niks meer met de man te maken willen hebben. Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank geen belang bij het door de man gevorderde gebod. Bovendien is het gebod zodanig algemeen geformuleerd dat het een ontoelaatbare inbreuk op de vrijheid van meningsuiting van de vrouw zou zijn.
De rechtbank zal de man in de proceskosten veroordelen
4.9.
De man is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van de vrouw op:
- salaris advocaat € 1.672,00 (2 punten × 836,00)
- nakosten €
189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.861,00

5.De beslissing

De rechtbank
In reconventie
5.1.
wijst de vorderingen van de man af,
5.2.
veroordeelt de man in de proceskosten van € 1.861,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de man niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de man € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.
1835