ECLI:NL:RBNHO:2026:2541
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toepassing 30%-regeling bij nulurencontract zonder vast loon
Eiser maakte aanspraak op toepassing van de 30%-regeling bij zijn dienstverband met een werkgever, waarbij hij aanvankelijk een nulurencontract had zonder gegarandeerd vast loon, gevolgd door een vast contract met een vast salaris. Verweerder wees het verzoek af omdat op het moment van aanvang van het dienstverband geen vast loon was overeengekomen, een vereiste voor de regeling.
De rechtbank stelde vast dat het toetsmoment voor de looneis het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst is. Het nulurencontract voorzag in een uurloon maar niet in een gegarandeerde minimum werktijd, waardoor niet werd voldaan aan de looneis. De latere omzetting naar een vast contract met een vast salaris kon dit niet corrigeren.
Eiser voerde aan dat het nulurencontract en het vaste contract samen één samenhangende rechtshandeling vormden en dat de economische werkelijkheid boven de juridische vorm moest prevaleren. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat nergens uit blijkt dat vanaf het begin een vast contract met vast salaris was beoogd.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van toepassing van de 30%-regeling terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de toepassing van de 30%-regeling af vanwege het ontbreken van vast loon bij aanvang dienstverband.