Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een object bestaande uit een woonwagen, drie opbergruimten en een perceel grond. Verweerder had de waarde van het object vastgesteld op €155.000 voor het kalenderjaar 2024 en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Tijdens de zitting, waar eiser niet aanwezig was maar wel tijdig was uitgenodigd, heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser gebruiker is van het object, maar geen eigenaar. Het object is voor eiser geen eigen woning of beleggingsobject in de zin van de Wet IB 2001. Bovendien is er geen aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) opgelegd voor het object waarop eiser woont.
De rechtbank concludeert dat eiser geen materieel belang heeft bij het beroep en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.