Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2601

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
12 maart 2026
Zaaknummer
C/15/373498 / JU RK 26-44
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij pleegouders

De kinderrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 18 februari 2026 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige woont sinds augustus 2024 volledig bij haar pleegouders, de grootouders aan moederszijde. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en stemt in met de verlenging.

De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt om verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar, onderbouwd met het belang van continuïteit, stabiliteit en veiligheid voor de minderjarige. De moeder werkt aan haar persoonlijke situatie en accepteert dat de minderjarige voorlopig bij de pleegouders blijft wonen. De pleegouders en moeder onderhouden goede onderlinge relaties en er is systeemtherapie ingezet.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De zorgen uit de eerdere beschikking zijn nog aanwezig, en de GI blijft betrokken om regie te voeren op de hulpverlening. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd omdat de minderjarige niet bij de moeder kan wonen en stabiliteit bij de pleegouders ervaart.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verlenging geldt tot 26 februari 2027. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders voor de duur van een jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/373498 / JU RK 26-44
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Velserbroek,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de pleegouder 1] en [de pleegouder 2],
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 31 december 2025 met bijlagen, ontvangen op 6 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder;
  • de pleegouders;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont sinds 31 augustus 2024 (volledig) bij de pleegouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 februari 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 26 februari 2026, en een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een netwerkpleeggezin (te weten de grootouders moederszijde) tot 26 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt onderbouwd. [de minderjarige] is een jong en kwetsbaar meisje dat al veel heeft meegemaakt in haar leven. Het is daarom nodig dat de stabiliteit, rust en veiligheid in haar thuissituatie blijft zoals die nu is. Sinds [de minderjarige] bij de pleegouders (de grootouders moederszijde) woont, zijn de zorgen over haar ontwikkeling afgenomen. De moeder en de pleegmoeder voeren bij de systeemtherapeut van Parlan gesprekken en hebben duidelijke afspraken met elkaar gemaakt, en dit verloopt goed. De moeder heeft aangegeven dat het voor [de minderjarige] beter is dat zij in ieder geval tot en met groep acht bij de pleegouders blijft wonen en accepteert daarmee de situatie zoals die nu is. Om die reden wordt nu ook niet ingezet op een terug naar huis onderzoek (TNHO).

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met het verzoek. Zij is op zoek naar een vaste woonplek en bezig met het behalen van haar rijbewijs, zodat zij vrachtwagenchauffeur kan worden. Wanneer zij een stabiele basis heeft, wil zij starten met hulpverlening vanuit de GGZ.
4.2.
De pleegouders hebben op de zitting aangegeven dat zij instemmen in met het verzoek. De pleegmoeder geeft aan dat de moeder ook los van de afgesproken begeleide omgang, bij de pleegouders thuis komt en [de minderjarige] daar ziet. Dat verloopt goed. De pleegouders en de moeder hebben aan hun onderlinge relatie gewerkt en hebben daarin stappen gezet.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
ondertoezichtstelling
5.1.
De zorgen zoals beschreven in de beschikking van 26 februari 2025 zijn nog steeds aanwezig. De moeder heeft aangegeven dat zij zich inzet voor een baan en op zoek is naar woonruimte en een stabiele basis. Van daaruit is zij voornemens de hulpverlening voor zichzelf aan te gaan. Positief is dat er het afgelopen jaar gewerkt is aan de onderlinge relaties tussen alle volwassenen en de samenwerking tussen zowel de moeder en de pleegouders als tussen de moeder, de pleegouders en de GI inmiddels goed verloopt. Duidelijk is dat iedereen het belang van [de minderjarige] voor ogen heeft. De GI heeft systeemtherapie vanuit Parlan ingezet en daarnaast is Juno Jeugdhulp betrokken voor omgangsbegeleiding, zodat de begeleide omgang tussen de moeder en [de minderjarige] geëvalueerd kan worden en zicht kan komen op de opvoedvaardigheden van de moeder. De betrokkenheid van de GI is nog nodig om regie te voeren op de hulpverlening en zicht te houden op de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] .
uithuisplaatsing
5.2.
[de minderjarige] woont al ruim anderhalf jaar volledig bij de pleegouders en ervaart bij hen de stabiliteit en veiligheid die zij nodig heeft. Duidelijk is dat [de minderjarige] op dit moment niet bij de moeder kan wonen. Zowel de moeder als de pleegouders staan achter het verzoek van de GI. De moeder heeft aangegeven dat het voor [de minderjarige] beter is dat zij in ieder geval voorlopig bij de pleegouders blijft wonen. Het is van belang dat de plaatsing van [de minderjarige] bij de pleegouders geborgd wordt.
5.3.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt beide maatregelen voor de verzochte duur van een jaar.
5.4.
De beslissing tot ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 26 februari 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin (te weten de grootouders moederszijde) tot 26 februari 2027;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 11 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.