ECLI:NL:RBNHO:2026:2632
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht tussen woningcorporaties toegekend
De zaak betreft een geschil over de toepassing van de vrijstelling overdrachtsbelasting bij de verkrijging van 509 woningen door een woningcorporatie van een andere woningcorporatie, op basis van een Overeenkomst Taakoverdracht. Belanghebbende had overdrachtsbelasting betaald over 314 woningen en maakte bezwaar tegen de weigering van de inspecteur om vrijstelling toe te kennen.
De rechtbank stelt vast dat de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel h, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV) en artikel 5d van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer van toepassing is bij taakoverdracht tussen algemeen nut beogende instellingen, mits aan voorwaarden wordt voldaan. De inspecteur betwistte dat sprake was van een overdracht van een zelfstandige taak of een voldoende substantieel deel daarvan.
De rechtbank oordeelt dat het begrip 'zelfstandig onderdeel' niet in de wet of toelichting voorkomt en dat de door de inspecteur gestelde beperkingen niet stroken met het doel van de vrijstelling. Uit de overeenkomst blijkt dat een deel van de volkshuisvestelijke taak inclusief activa en passiva is overgedragen, met voldoende substantie. De vrijstelling is daarom van toepassing.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, en gelast restitutie van de betaalde overdrachtsbelasting met rente. Tevens veroordeelt zij de inspecteur in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vrijstelling overdrachtsbelasting wegens taakoverdracht van toepassing is en gelast restitutie van de betaalde belasting met rente.