Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [eiser];
- de pleitnota van [gedaagde].
2.De feiten
3.Het geschil
- te bepalen dat [eiser], met uitsluiting van [gedaagde], gerechtigd is tot het gebruik van de huurwoning aan de [adres] ([postcode]) [plaats], met bevel dat [gedaagde] met afgifte van de sleutels aan [eiser] de woning dient te verlaten en deze niet mag betreden op straffe van een dwangsom
- te bepalen dat aan [gedaagde] een contact- en locatieverbod wordt opgelegd, op straffe van een dwangsom;
- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van onderhavig geding, gebruikelijk salaris van gemachtigde en de nakosten inbegrepen.
- [eiser] heeft de zorg voor haar kinderen, van wie één minderjarig is. Haar jongste zoon van dertien jaar zit op school in [plaats];
- [eiser] heeft een grotere binding met [plaats] dan [gedaagde]. Dit blijkt onder meer uit haar woonhistorie.
- De werklocaties van [gedaagde] als evenementenbouwer bestrijken het hele land en hij is om die reden niet gebonden aan [plaats]. Daar komt bij dat [gedaagde] pas sinds 6 december 2025 staat ingeschreven in de gemeente [plaats];
- [eiser] betaalt de vaste lasten, waaronder de huur, verzekeringen, water en energie. [gedaagde] betaalt slechts mondjesmaat en onregelmatig mee aan de huur.
- [eiser] kan gelet op haar inkomen geen duurdere woning huren;
- [eiser] heeft geen alternatieve woning om in te verblijven met haar kinderen. [gedaagde] kan een leegstaande woning van zijn zus in Wassenaar betrekken;
- De huidige huurwoning is weliswaar op grond van de inschrijfduur aan [gedaagde] toegewezen door Stichting Woonopmaat, maar dat kon alleen vanwege de aanwezigheid van [eiser] en haar kinderen worden gerealiseerd.