Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 maart 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., uit [plaats 1] , verzoekster
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer om een omgevingsvergunning voor de bouw van een hotel te weigeren. Het college baseerde de weigering op het ontbreken van een maximale bouwhoogte in het bestemmingsplan en strijd met redelijke eisen van welstand.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is. Er is geen sprake van een spoedeisend belang, omdat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Ook is het besluit niet evident onrechtmatig; het is niet zonder diepgaand onderzoek duidelijk dat het ontbreken van een maximale bouwhoogte een misslag is.
Omdat de gevraagde voorziening verstrekkend is en geen voorlopig karakter heeft, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.