ECLI:NL:RBNHO:2026:2714

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
HAA 26/1458
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 111, derde lid, WvwArt. 124, eerste lid, aanhef en onder b, WvwArt. 8 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet-rechtmatig verblijf

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 4 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker een voorlopige voorziening vroeg tegen de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs per 5 maart 2026. De burgemeester van Haarlemmermeer had het rijbewijs ongeldig verklaard omdat verzoeker niet rechtmatig in Nederland verblijft volgens de Wegenverkeerswet 1994.

Verzoeker ontleent zijn verblijfsrecht aan een W-document, dat rechtmatig verblijf aantoont in afwachting van een beslissing op een aanvraag verblijfsvergunning asiel. Dit voldoet echter niet aan de vereisten van artikel 111, derde lid, Wvw, dat vereist dat vreemdelingen rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d en l van de Vreemdelingenwet 2000.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het rijbewijs abusievelijk is afgegeven en dat de ongeldigverklaring daarom terecht is. Het beroep op het evenredigheids- en vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat de verlening in strijd was met de wet. Het verzoek wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder zitting. De ongeldigverklaring gaat in op 5 maart 2026.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen omdat het rijbewijs abusievelijk is afgegeven aan een persoon zonder rechtmatig verblijf.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 26/1458

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats 2] , verzoeker

en

de burgemeester van de gemeente Haarlemmermeer, de burgemeester.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de ongeldigverklaring van verzoekers rijbewijs per 5 maart 2026. De burgemeester heeft deze ongeldigverklaring kenbaar gemaakt met het besluit van 26 februari 2026. Verzoeker heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht het besluit te schorsen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter schorst het besluit niet. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Het inhoudelijke oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt in een (eventueel) bodemgeding niet.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker ontleent zijn verblijfsrecht aan een W-document. Dit document toont het rechtmatig verblijf in Nederland aan, in afwachting van een beslissing op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel.
4. Op 12 februari 2024 heeft de burgemeester aan verzoeker een rijbewijs verstrekt. Met het besluit van 26 februari 2026 heeft de burgemeester dit rijbewijs per 5 maart 2026 ongeldig verklaard. Hij voert daartoe aan dat verzoeker in afwachting is van een verblijfsvergunning, zodat hij (nog) geen recht heeft op een Nederlands rijbewijs.
5. Op grond van artikel 111, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) wordt aan degene die vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) is, en geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, een rijbewijs slechts afgegeven indien hij rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d en l van die wet.
6. Op grond van artikel 124, eerste lid, aanhef en onder b, Wvw wordt een rijbewijs ongeldig verklaard indien na afgifte van het rijbewijs blijkt dat het kennelijk abusievelijk aan de houder is afgegeven.
7. De voorzieningenrechter stelt vast dat het rijbewijs is afgegeven in strijd met artikel 111, derde lid, Wvw. Verzoeker is nog in afwachting van een beslissing op zijn aanvraag om een verblijfsvergunning. Het W-document toont aan dat verzoeker
rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder f, Vw 2000. Hij verblijft dus niet rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met d, Vw 2000. Verzoeker ontleent zijn verblijfsrecht niet aan het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije, zodat hij ook niet rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder l, Vw 2000.
8. Het standpunt van verzoeker dat de ongeldigverklaring in strijd is met het evenredigheids- en vertrouwensbeginsel, volgt de voorzieningenrechter niet. De omstandigheid dat aan verzoeker een rijbewijs is afgegeven, maakt niet dat verzoeker daaraan het gerechtvaardigde vertrouwen mocht ontlenen dat zijn rijbewijs niet ongeldig zou worden verklaard, juist omdat de verlening in strijd is met de wet. Voorts kan de voorzieningenrechter geen rekening houden met de door verzoeker benoemde voor hem mogelijk nadelige gevolgen van de ongeldigverklaring, omdat artikel 111, derde lid, Wvw, noch artikel 124, eerste lid, aanhef en onder b, Wvw daarvoor ruimte biedt.
Conclusie en gevolgen
9. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. De ongeldigverklaring gaat 5 maart 2026 in. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Boon, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.