De huurder huurt sinds november 2022 een woning van Stichting Bewaring en heeft sinds maart 2025 een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd van €17.579,66. Stichting Bewaring vordert ontruiming en betaling van de achterstallige huur. De huurder stelt dat hij de huur mocht opschorten vanwege lekkage en vordert schadevergoeding en reiniging van de woning.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder geen geslaagd beroep kan doen op opschorting of verrekening, omdat hij zelf in verzuim is door de huur niet te betalen. De lekkage is na melding verholpen en er is recent preventief onderhoud gepleegd. De huurder heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor de schadevergoeding. De gevorderde ontruiming is gerechtvaardigd vanwege de langdurige huurachterstand.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen twee weken na betekening, betaling van de huurachterstand met rente en een gebruiksvergoeding tot ontruiming. De vorderingen tot schadevergoeding en reiniging worden afgewezen. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.