Uitspraak
1.De procedure
2.Het geschil en de beoordeling
- vaststelling van de huurprijs voor de woonruimte [adres] te [plaats 2] met ingang van 1 november 2022 op € 660,00 per maand en het voorschot leveringen en diensten op € 300,00 per maand;
- vaststelling van de afrekening van bijkomende leveringen en diensten op € 1.575,00 over de periode 1 november 2022 tot en met 31 juli 2024;
- veroordeling van Stichting FMR GOG tot betaling aan [eisers] van € 9.765,00 aan onverschuldigd betaalde huur en servicekosten, vermeerderd met de wettelijke rente, over de periode 1 november 2022 tot en met 31 juli 2024;
- veroordeling van Stichting FMR GOG in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
“- de huurprijs”; “- de vergoeding in verband met de levering van elektriciteit, gas, en water (…)” en “- de vergoeding voor de overige zaken en diensten”. Artikel 4.5. bepaalt “Per betaalperiode van één maand bedraagt (…) de huurprijs inclusief 15% beschermd stadsgezicht € 1200,00”. Partijen zijn geen servicekosten of andere vergoedingen overeengekomen; bij de posten staat immers telkens “€ 0,00”, en [eisers] moesten zelf zorgdragen voor de gas, water en elektra (zie artikel 6 van Pro de huurovereenkomst). De huurovereenkomst moet worden beschouwd als de schriftelijke vastlegging van wat partijen zijn overeengekomen. Dat de huurprijs ook betrekking had op meubilair en apparatuur kan daaruit niet worden afgeleid. Het had op de weg van [eisers] gelegen om hun standpunten nader toe te lichten en te onderbouwen door bijvoorbeeld het overleggen van het proces-verbaal van oplevering, de inventarislijst en gegevens waaruit afgeleid zou kunnen worden dat het de bedoeling van partijen was dat de overeengekomen huurprijs tevens betrekking had op andere zaken dan de woonruimte. De twee overgelegde foto’s (productie 5 bij dagvaarding) zijn in dit verband niet voldoende. De woning is immers gestoffeerd (dus niet gemeubileerd) aan [eisers] opgeleverd (artikel 1.1 van de huurovereenkomst), zodat het ook logisch is dat keukenapparatuur en laminaat reeds bij aanvang van de huurovereenkomst aanwezig was. Met de enkele aanwezigheid van een combi magnetron/oven en koelkast kan dus niet worden gezegd dat de huurovereenkomst meer omvatte dan het enkele gebruik van de woning. De kantonrechter gaat daarom ervan uit dat partijen een huurprijs (geen all-in prijs) zijn overeengekomen en zal dus niet overgaan tot splitsing.