ECLI:NL:RBNHO:2026:2793

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000096003:B001
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wijziging grond bewind en opheffing bewind met omzetting naar bewind voor bepaalde tijd

De bewindvoerder verzocht om wijziging van de grondslag van het bewind naar 'lichamelijke of geestelijke toestand' vanwege problematische schulden en andere omstandigheden. Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind, stellende dat zij met hulp van haar meerderjarige kinderen haar financiën weer zelfstandig kan beheren.

De kantonrechter oordeelde dat de bewindvoerder onvoldoende onderbouwing leverde voor de wijziging van de grondslag, omdat er geen medische stukken waren en een taalbarrière onvoldoende is om het beheer van de financiën onmogelijk te maken. Tevens bleek dat er opnieuw sprake was van problematische schulden, waardoor de oorspronkelijke grondslag voor het bewind nog steeds aanwezig is.

Het verzoek tot opheffing van het bewind werd afgewezen omdat het gezien de omvang van de schulden te vroeg was om het bewind te beëindigen. Wel werd het bewind omgezet van onbepaalde tijd naar een bewind voor bepaalde tijd van drie jaar vanaf de datum van de beschikking.

Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, uitsluitend via een advocaat, bij het gerechtshof te Amsterdam.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de grondslag en opheffing van het bewind afgewezen, bewind omgezet naar bepaalde tijd van drie jaar.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer
:
NL:TZ:0000096003:B001 SZ
dossiernummer
:
BM16629
datum
:
beschikking op een verzoek tot wijziging van de grondslag van de onderbewindstelling
op verzoek van:
C.J. Steen-Smidt,
handelend onder de naam Gravitas Administratie Beheer,
Postbus 64, 1606 ZH Venhuizen,
Kamer van Koophandel-nummer 72345519,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
met betrekking tot:

[betrokkene],geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],[adres],hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek met bijlagen, ontvangen op 23 oktober 2025;
  • de brieven van betrokkene, ontvangen op 9 januari 2026;
  • het digitale bericht van de bewindvoerder, ontvangen op 20 januari 2026;
  • de brief van betrokkene, ter zitting overhandigd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 27 november 2025 en 20 januari 2026.

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 16 juni 2015 zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene onder bewind gesteld als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden. De bewindvoerder vraagt de grond van het bewind te wijzigen in ‘lichamelijke of geestelijke toestand’ voor onbepaalde tijd.
Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Hoewel er geen problematische schulden meer zijn, zijn er nog wel schulden. Wegens inwonende meerderjarige kinderen wordt betrokkene gekort op haar uitkering en zijn er toeslagen teruggevorderd. De inwonende kinderen dragen niet bij aan de vaste lasten waardoor het lastig is het budget stabiel te krijgen en te houden en betrokkene heeft andere prioriteiten bij het doen van uitgaven. Daarnaast is er sprake van een taalbarrière, leunt betrokkene veel op haar minderjarige dochter en is zij niet in staat om contact te houden met instanties. Ter zitting van 27 november 2025 heeft de bewindvoerder verklaard dat de schulden door een terugvordering van toeslagen weer zijn opgelopen tot ongeveer € 10.000. Bij bericht van 20 januari 2026 heeft de bewindvoerder laten weten dat de schulden € 15.505,96 bedragen, vanwege nog een bijkomende schuld aan [schuldeiser]. De bewindvoerder is het niet eens met de door betrokkene gevraagde opheffing van het bewind vanwege de schulden en bijkomende problematiek en de aanwezigheid van een minderjarige dochter in het huis van betrokkene.
Betrokkene voert verweer en verzoekt de kantonrechter om het bewind op te heffen. Zij stelt dat zij – met hulp van haar meerderjarige kinderen – haar financiën weer zelf kan beheren.
De kantonrechter oordeelt als volgt met betrekking tot het verzoek van de bewindvoerder om de grond van het bewind te wijzigen in ‘lichamelijke of geestelijke toestand’. Dit verzoek wordt afgewezen. De bewindvoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat betrokkene haar financiën niet kan beheren wegens haar geestelijke of lichamelijke toestand. Een taalbarrière is daarvoor onvoldoende en er zijn bijvoorbeeld geen medische stukken die het verzoek onderbouwen.
Het verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind wordt ook afgewezen. Nadat de bewindvoerder heeft verzocht om wijziging van de grond van het bewind is gebleken dat er (weer) sprake is van problematische schulden. De grondslag voor het bewind is daarom nog steeds aanwezig. Betrokkene heeft aangegeven dat zij met hulp van haar meerderjarige kinderen in staat zal zijn om haar vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te beheren. De kantonrechter is echter van oordeel dat het gelet op de hoogte van de problematische schulden nog te vroeg is om het bewind op te heffen. De kantonrechter zal het bewind voor onbepaalde tijd wel omzetten in een bewind voor bepaalde tijd, namelijk met een termijn van drie jaar vanaf de datum van deze beschikking.
Gelet op voorgaande zal de kantonrechter het verzoek van de bewindvoerder om de grond te wijzigen en het verzoek van betrokkene om het bewind op te heffen afwijzen. Verder zal het bewind voor onbepaalde tijd worden omgezet in een bewind voor bepaalde tijd.

beslissing

De kantonrechter:
  • wijst het verzoek tot wijziging van de grond van het bewind af;
  • wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af;
  • wijzigt de duur van het bewind in die zin dat het bewind eindigt na drie jaar na verzending van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. de Jong, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.