Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
opzettelijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen
een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht
bij een pand (woning), gelegen aan de [adres]
door bij voornoemd pand [zwaar] vuurwerk [een Cobra], in elk geval een explosief tot ontsteking en/of ontbranding te brengen,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen,
te weten dat pand gelegen aan de [adres] en/of
aangrenzende panden en/of
de in voornoemde panden aanwezige goederen, en/of
de in de directe nabijheid van dat/die pand[en] geparkeerd staande voertuigen
te duchten was;
opzettelijk
tezamen en in vereniging met een of meer anderen
een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand heeft gesticht
bij een pand (woning), gelegen aan de [adres]
door bij voornoemd pand [zwaar] vuurwerk [een Cobra], in elk geval een explosief
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen,
te weten dat pand gelegen aan de [adres] en/of
aangrenzende panden en/of
de in voornoemde panden aanwezige goederen, en/of
de in de directe nabijheid van dat/die pand[en] geparkeerd staande voertuigen
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,
door
- vuurwerk [een cobra] voor die [de benadeelde partij 1] te regelen en/of
- er herhaaldelijk bij die [de benadeelde partij 1] op aan te dringen dat hij bovenomschreven misdrijf moest plegen en/of
- met die [de benadeelde partij 1] mee te gaan naar de [adres] en/of
- die [de benadeelde partij 1] aanwijzingen te geven omtrent de uitvoering van voormeld misdrijf.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
opzettelijk
tezamen en in vereniging met anderen
een ontploffing teweeg heeft gebracht
door bij voornoemd pand zwaar vuurwerk, een Cobra, tot ontsteking te brengen,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen,
te weten dat pand gelegen aan de [adres] en
het in de directe nabijheid van dat pand geparkeerd staande voertuig te duchten was.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
100 (honderd) uren, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen jeugddetentie, met bevel dat een gedeelte groot
40 (veertig) uren, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van
2 (twee) jaren.
[de benadeelde partij 1]geleden materiële schade tot een bedrag van
€ 41,96, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[de benadeelde partij 1]niet-ontvankelijk in het meer of anders als immateriële schade gevorderde.
0 dagengijzeling.
[de benadeelde partij 2]niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.