Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2925

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11921102 \ CV EXPL 25-6946
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling tandartsfactuur toegewezen, incassokosten afgewezen wegens onvoldoende bewijs ontvangst aanmaning

Gedaagde sloot een medische behandelingsovereenkomst met een tandarts en ontving een factuur van €28,83 voor een periodieke controle. Deze factuur werd niet betaald, waarna Infomedics de vordering incasseerde en een bedrag van €69,66 vorderde, inclusief incassokosten en rente.

Gedaagde erkende de hoofdsom en was bereid deze te betalen, maar betwistte ontvangst van herinneringen en aanmaningen, mede vanwege haar moeilijke persoonlijke omstandigheden en adreswijzigingen. Infomedics kon niet voldoende aantonen dat de zogenoemde veertiendagenbrief, een noodzakelijke aanmaning voor incassokosten, daadwerkelijk door gedaagde was ontvangen.

De rechtbank oordeelde dat gedaagde de factuur en rente moest betalen, maar de incassokosten werden afgewezen. Ook werden de proceskosten aan Infomedics opgelegd, omdat zij zonder voorafgaande waarschuwing had gedagvaard. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde moet de tandartsfactuur en wettelijke rente betalen, maar niet de incassokosten wegens onvoldoende bewijs van ontvangst aanmaning.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11921102 \ CV EXPL 25-6946
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
INFOMEDICS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft een medische behandelingsovereenkomst gesloten met [betrokkene], tandarts in [plaats] (hierna: de zorgverlener).
2.2.
De overeengekomen behandeling is uitgevoerd door de zorgverlener.
2.3.
De zorgverlener heeft een factuur voor de behandeling aan [gedaagde] gestuurd met een te betalen bedrag van € 28,83.
2.4.
[gedaagde] heeft niet betaald.
2.5.
De zorgverlener heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan Infomedics Finance B.V. Infomedics Finance B.V. heeft Infomedics last en opdracht gegeven om de vordering op eigen naam te incasseren.

3.Het geschil

3.1.
Infomedics vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 69,66, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Infomedics legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft een consult voor periodieke tandartscontrole gehad bij de zorgverlener. Zij heeft daarvoor een factuur gekregen van € 28,83. Zij heeft die factuur ondanks aanmaningen niet betaald. [gedaagde] is sinds het verstrijken van de betalingstermijn van de factuur in verzuim. Zij moet daarom de wettelijke rente betalen. Deze bedraagt tot 23 september 2025 € 0,83. [gedaagde] moet ook de buitengerechtelijke incassokosten van € 40,00 betalen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Infomedics, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Infomedics, met veroordeling van Infomedics in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] voert daartegen aan dat zij geen herinneringen of aanmaningen heeft ontvangen voordat zij werd gedagvaard. Zij bevond zich ten tijde van de controleafspraak bij de tandarts in een moeilijke levensfase. Haar ouders hadden haar uit huis gezet en zijn verbleef in een daklozenopvang voor jongeren. Sinds april 2025 woont zij in een beschermende woonvorm. Haar post wordt wekelijks samen met haar begeleider gecontroleerd en het lijkt haar daarom onwaarschijnlijk dat zij de betalingsherinnering die aan haar nieuwe adres is gestuurd, heeft gemist. [gedaagde] maakt daarom bezwaar tegen de kosten.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Infomedics heeft geen bepalingen van het consumentenrecht geschonden
4.1.
[gedaagde] is een consument. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, moet de rechter de bepalingen van het Europese recht die de consument beschermen, ook toepassen als daar niet om is gevraagd.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat Infomedics in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europese consumentenrecht heeft geschonden.
[gedaagde] moet de factuur van de tandarts betalen
4.3.
[gedaagde] erkent dat zij de oorspronkelijke factuur van de tandarts van € 28,83 moet betalen en zij is bereid dat te doen. De kantonrechter zal dit deel van de vordering daarom toewijzen.
[gedaagde] moet de wettelijke rente betalen
4.4.
[gedaagde] ontkent niet dat zij de tandartsfactuur van 3 maart 2025 van Infomedics heeft ontvangen. Zij stelt immers alleen dat zij geen herinneringen of aanmaningen heeft ontvangen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] de factuur heeft ontvangen. Op de factuur staat dat zij binnen dertig dagen moest betalen. [gedaagde] heeft niet binnen die termijn betaald. Daarmee is zij in verzuim. Daarom is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd. De kantonrechter zal daarom ook de gevorderde wettelijke rente van € 0,83 (berekend tot 23 september 2025) toewijzen, en de wettelijke rente over het oorspronkelijke bedrag van € 28,83 vanaf 23 september 2025 totdat [gedaagde] het bedrag volledig heeft betaald.
[gedaagde] hoeft de buitengerechtelijke incassokosten niet te betalen
4.5.
Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics kan aanspraak maken op die kosten, als zij [gedaagde] eerst een aanmaning heeft gestuurd waarin zij [gedaagde] de gelegenheid heeft gegeven binnen veertien dagen alsnog te betalen, zonder dat daarvoor kosten in rekening worden gebracht (de zogenoemde veertiendagenbrief). Die aanmaning heeft pas werking als die [gedaagde] ook heeft bereikt. Infomedics moet stellen, en zo nodig bewijzen dat [gedaagde] de veertiendagenbrief heeft ontvangen.
4.6.
Infomedics heeft betalingsherinneringen van 4 april 2025, 22 april 2025, 30 mei 2025 en 27 juni 2025 overgelegd. Hiervan is alleen de aanmaning van 4 april 2025 aan te merken als een veertiendagenbrief. Infomedics heeft deze aanmaning per e-mail gestuurd naar het emailadres [e-mailadres]. [gedaagde] heeft betwist dat zij deze email heeft ontvangen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat dit het emailadres van haar ouders is. Volgens [gedaagde] had zij in die periode een moeilijke verstandhouding met haar ouders. Haar ouders hadden haar uit huis gezet en zij verbleef in een daklozenopvang. Sinds april 2025 woont zij in een beschermde woonvorm. Volgens [gedaagde] hebben daarom haar ouders het bericht van Infomedics niet aan haar doorgegeven.
4.7.
Gelet op het verweer van [gedaagde] had het op de weg van Infomedics gelegen om nader te onderbouwen dat [gedaagde] haar bericht van 4 april 2025 met de veertiendagenbrief heeft ontvangen. Dat heeft Infomediscs niet voldoende gedaan. De stelling van Infomedics dat zij een leesbevestiging van het bericht van 4 april 2025 heeft ontvangen, is onvoldoende. Daarmee kan immers niet worden vastgesteld dat (ook) [gedaagde] kennis heeft genomen van het bericht, omdat de email was gericht aan het adres van haar ouders. Infomedics had overigens ook uit de tenaamstelling van het emailadres kunnen afleiden dat dit niet het adres van [gedaagde] zelf was. De stellingen van Infomedics dat [gedaagde] dit emailadres zelf heeft opgegeven bij de zorgverlener, en dat zij de factuur naar dit zelfde adres heeft gestuurd en [gedaagde] de ontvangst daarvan niet heeft betwist, zijn ook onvoldoende. Dit neemt namelijk niet weg dat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] (ook) het emailbericht met de veertiendagenbrief heeft ontvangen.
4.8.
Infomedics stelt dat zij op 1 september 2025 per post nogmaals een veertiendagenbrief aan [gedaagde] heeft gestuurd, nadat zij bekend was geworden met haar nieuwe adres. Ook de ontvangst van die brief heeft [gedaagde] betwist. Haar post wordt wekelijks samen met haar begeleider van beschermd wonen gecontroleerd en het lijkt haar daarom onwaarschijnlijk dat zij de betalingsherinnering die aan haar nieuwe adres is gestuurd, heeft gemist.
4.9.
Gelet op dat verweer van [gedaagde], heeft Infomedics ook niet voldoende onderbouwd dat [gedaagde] de veertiendagenbrief van 1 september 2025 heeft ontvangen. Het enkele standpunt van Infomedics dat [gedaagde] nalatig is geweest een adreswijziging door te geven, terwijl zij stelt sinds april 2025 op een ander adres te wonen, is onvoldoende. Infomedics was immers inmiddels zelf bekend met het nieuwe adres van [gedaagde]. Zij stelt de brief ook naar dat adres te hebben gestuurd. Maar Infomedics heeft niets aangevoerd waaruit kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] de veertiendagenbrief van 1 september 2025 heeft ontvangen.
4.10.
Omdat niet vast staat dat [gedaagde] een veertiendagenbrief heeft ontvangen, zal de kantonrechter de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten afwijzen.
De conclusie
4.11.
De eindconclusie is dat de kantonrechter de vordering van Infomedics zal toewijzen tot een bedrag van (28,83 + 0,83 =) € 29,66, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 28,83 vanaf 23 september 2025.
De proceskosten komen voor rekening van Infomedics en worden begroot op nihil
4.12.
Met haar verweer dat zij geen herinneringen of aanmaningen heeft ontvangen, maar alleen een dagvaarding, voert [gedaagde] ook het verweer dat zij zonder voorafgaande waarschuwing is gedagvaard. Dit verweer ziet niet alleen op de veertiendagenbrieven van 4 april 2025 en 1 september 2025, maar ook op de aanmaningen van 22 april 2025, 30 mei 2025 en 27 juni 2025. De aanmaning van 22 april 2025 heeft Infomedics naar hetzelfde mailadres gestuurd ([e-mailadres]). De aanmaningen van 30 mei 2025 en 27 juni 2025 van het incassobureau zijn per post naar het adres van de ouders van [gedaagde] gestuurd. Voor dit verweer geldt hetzelfde als hiervoor: Infomedics heeft onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] de aanmaningen heeft ontvangen.
4.13.
De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat [gedaagde] de aanmaningen van Infomedics en het incassobureau niet heeft ontvangen en dat Infomedics dus zonder voorafgaande waarschuwing [gedaagde] heeft gedagvaard. Dat betekent dat de proceskosten voor rekening van Infomedics komen. De kantonrechter vindt het redelijk om deze kosten aan de kant van [gedaagde] op nul te begroten, omdat zij in persoon procedeert zonder professionele gemachtigde voor wie zij heeft moeten betalen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 29,66, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 28,83 vanaf 23 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Infomedics tot betaling van de proceskosten en stelt die kosten aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag op nihil,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.