Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:2939

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11957433 \ CV EXPL 25-7468
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:81 BWArt. 6:82 BWArt. 6:87 BWArt. 6:83 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vervangende schadevergoeding wegens ondeugdelijk en onafgewerkt aannemerswerk

Partijen sloten in mei 2023 een aannemingsovereenkomst voor het verbouwen van een serre en het vervangen van twee buitendeuren. De werkzaamheden werden niet correct uitgevoerd en niet afgerond, wat leidde tot lekkage en onvoltooide vervanging van deuren. Eisers stelden gedaagde meerdere malen in gebreke en vorderden vervangende schadevergoeding.

Een deskundigenrapport van een bouwkundig bedrijf concludeerde dat het werk niet volgens de norm was uitgevoerd, met lekkages en onvoltooide werkzaamheden. De herstelkosten werden geraamd op ruim € 11.000 voor het serre-dak en bijna € 4.700 voor de deuren. Gedaagde betwistte deels de toerekenbaarheid van de lekkage.

De rechtbank oordeelde dat gedaagde tekort is geschoten, in verzuim is geraakt en dat eisers recht hebben op vervangende schadevergoeding. De gevorderde schadevergoeding, kosten deskundigenonderzoek en buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal € 14.784,80 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van vervangende schadevergoeding, kosten deskundigenonderzoek, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11957433 \ CV EXPL 25-7468
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1],2. [eiser 2],

beiden wonende te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
gemachtigde: mr. F.A.J.H. de Lugt,
tegen
[gedaagde],
tevens handelend onder de naam [bedrijf 1],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zaak in het kortPartijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor het verbouwen van de serre in de woning en de vervanging van twee buitendeuren in de zijgevel van de schuur in de achtertuin van [gedaagde]. Volgens [eisers] heeft [gedaagde] de werkzaamheden (1) niet correct uitgevoerd en (2) niet afgemaakt. [eisers] vordert vervangende schadevergoeding in plaats van nakoming. [gedaagde] heeft de stellingen van [eisers] deels betwist. De gevorderde schadevergoeding is toewijsbaar. De kosten voor het deskundigenonderzoek en de buitengerechtelijke incassokosten zijn tevens toewijsbaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 november 2025,
- de mondelinge conclusie van antwoord van 12 november 2025,
- het tussenvonnis van 26 november 2025,
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen is in mei 2023 een aannemingsovereenkomst tot stand gekomen op basis waarvan [gedaagde] in de woning van [eisers] blijkens een offerte van 8 mei 2023 tegen betaling van een bedrag van € 14.608,00 exclusief BTW de volgende werkzaamheden zou uitvoeren:
- het boren van gaten en zagen van een sparing in de tussenwand kelder en keuken;
- het slopen en afvoeren van de kunststof dakplaten van de serre;
- het vernieuwen van de onderste balk van het serre dak;
- het nazien van de lekkage sporen in de keukenwand betimmering;
- het aanbrengen van gelaagde ruiten op het serre dak;
- het vervangen van twee stuks buitendeuren in de zijgevel van de schuur.
2.2.
Op 10 mei 2023 heeft [eisers] een eerste termijn van € 4.353,25 inclusief BTW betaald. [gedaagde] is op of omstreeks 9 oktober 2023 begonnen met de werkzaamheden. Op 10 en 11 oktober 2023 heeft [eisers] de tweede en derde termijn van € 4.353,25 betaald.
2.3.
Kort nadat [gedaagde] de ruiten ten behoeve van de serre heeft aangebracht, werd [eisers] geconfronteerd met lekkage als gevolg van het feit dat de ruiten te kort waren. [gedaagde] heeft vervolgens met ducttape een noodvoorziening aangebracht, waarbij [gedaagde] te kennen heeft gegeven dat er in een later stadium een definitieve deugdelijke oplossing zou worden getroffen.
2.4.
De werkzaamheden wilden niet vlotten. In navolging van meerdere schriftelijke en mondelinge verzoeken, heeft [eisers] in een bespreking in augustus 2024 laten weten dat het geduld op is.
2.5.
Partijen hebben in de periode augustus 2024 tot en met november 2024 via Whatsapp gecorrespondeerd over de afronding van de werkzaamheden.
2.6.
Omdat [gedaagde] na herhaalde verzoeken van [eisers] het werk niet gebrekenvrij had opgeleverd, stelt [eisers] [gedaagde] per brief van 22 november 2024 in gebreke en verzoekt hij hem alle werkzaamheden uiterlijk 24 januari 2025 volledig en volgens offerte te hebben afgerond. Daarnaast verzoekt [eisers] [gedaagde] om uiterlijk 28 november 2024 te laten weten wanneer hij zal starten met de werkzaamheden. De brief is zowel per e-mail, per post en per Whatsapp verzonden.
2.7.
Na verzending van de ingebrekestelling van 22 november 2024 werd [eisers] opnieuw geconfronteerd met lekkage in/aan de woning.
2.8.
Per brief van 21 februari 2025 is [gedaagde] opnieuw in gebreke gesteld, waarbij een bouwkundig onderzoek wordt aangekondigd. [gedaagde] wordt hierbij op voorhand uitgenodigd om het onderzoek bij te wonen.
2.9.
Per e-mail van 3 maart 2025 heeft [gedaagde] kenbaar gemaakt het bouwkundig onderzoek bij te willen wonen.
2.10.
[eisers] heeft vervolgens [bedrijf 2] b.v. & [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3]) gevraagd om de werkzaamheden te beoordelen. Op 28 maart 2025 heeft dit onderzoek plaatsgevonden. [gedaagde] is per e-mail en brief van 5 maart 2025 uitgenodigd om het bouwkundig onderzoek bij te wonen. [gedaagde] was hierbij aanwezig.
2.11.
[bedrijf 3] heeft op 21 mei 2025 een rapport uitgebracht waarin onder meer staat:
“ (…)
1. Welke gebrek(en) is/zijn door u waargenomen en wat is/zijn de oorza(a)k(en) van die gebreken?Alleen het serre-dak is door [bedrijf 3] beoordeeld. De werkzaamheden betreffende de buitendeuren worden behandeld bij de beantwoording van vraag 5.
Na sloop van het bestaande dak is door aannemer een houten balk vervangen aan het einde van het serre-dak. Een middenbalk zou niet vervangen zijn. Het dak is opgebouwd door middel van aluminium profielen waarin glas is aangebracht. Aan beide zijden is een opstand/aansluiting gemaakt van hout. Er is zonwering aanwezig, maar deze niet is geplaatst door aannemer volgens eigenaren.
Aan de beide zijkanten zijn leksporen aanwezig (zie foto 3). In de woning, aan de bovenzijde van de pui vlak onder het serre dak zijn ook leksporen aanwezig. Op plaatsen waar de leksporen aanwezig zijn heeft [bedrijf 3] verhoogde vochthaltes gemeten, wat duidt op actieve lekkages.
(…)
Onderzijde serre-dak:Het glas is vrij kort uitgevoerd, aannemer heeft ook verklaard dat dit te kort zou zijn. Hierdoor is de aansluiting met de dakgoot niet goed te maken en zeker niet onder alle omstandigheden waterdicht.Ook komt er water tussen het glas en de houten balk. Dit is te zien aan de vervuiling onder het glas, zie foto 14.
2. Voldoen de tot op heden uitgevoerde werkzaamheden aan de eisen van goed en deugdelijk werk? Zo nee, kunt u dit nader motiveren?
De werkzaamheden zijn niet volgens de norm goed en deugdelijk werk. De werkzaamheden zijn niet duurzaam en matig uitgevoerd met veel kitwerk, wat ook niet netjes is uitgevoerd
(...)
3. Als er sprake is van een gebrek en het niet deugdelijk zijn van het werk, welke herstelwijzigingen en werkzaamheden zijn naar uw oordeel noodzakelijk om tot een algeheel en deugdelijk werk herstel te komen?
Om te komen tot een duurzaam serre-dak (dat wil zeggen met een redelijke levensduur) en waterdichte aansluitingen dient het dak te worden gedemonteerd en dienen de opstanden te worden vervangen. Betreffende de aansluiting met de gevel dient vrijwel zeker een waterdichte aansluiting te worden gemaakt. Het glas moet worden vervangen omdat dit te kort is.
(…)
5. Tegen welke redelijke prijs kunnen de twee stuks buitendeuren in de zijgevel van de schuur worden vervangen?
In de zijgevel van de schuur zijn twee deuren aanwezig, zie foto 15. Overeenkomstig de offerte zouden deze worden vervangen, hetgeen niet is uitgevoerd. Tijdens de inspectie was het onduidelijk waarom deze werkzaamheden nog niet waren uitgevoerd. (…)”
2.12.
De herstelkosten ten behoeve van de serre raamt [bedrijf 3] op € 11.311,95 inclusief BTW. De kosten voor de vervanging van de buitendeuren raamt [bedrijf 3] op een bedrag van € 4.669,99 inclusief BTW.
2.13.
Per brief van 17 juni 2025 is het deskundigenrapport van [bedrijf 3] met [gedaagde] gedeeld. Daarbij heeft [eisers] [gedaagde] opnieuw in gebreke gesteld en verzocht de gebreken, zoals genoemd in het rapport van [bedrijf 3], alsmede de lekkage, binnen vier weken te herstellen. Daarnaast verzoekt [eisers] [gedaagde] om de twee deuren in de zijgevel van de schuur binnen vier weken te vervangen en de gemaakte kosten voor het deskundigenonderzoek van € 1.240,25 binnen veertien dagen te betalen. [eisers] heeft daarbij te kennen gegeven dat geen nakoming maar vervangende schadevergoeding zal worden gevorderd, indien aan de sommatie tot herstel geen gevolg wordt gegeven.
2.14.
Op 11 augustus 2025 heeft [bedrijf 5] een offerte “vervangen glas voor bestaande panelen” uitgebracht voor een bedrag van € 6.327,30. Op 22 augustus 2025 heeft [bedrijf 4] een offerte “schuurdeuren” uitgebracht voor een bedrag van € 6.322,25.
2.15.
Bij brief van 29 augustus 2025 heeft [eisers] [gedaagde] bericht dat hij niet aan de eerdere sommaties heeft voldaan en aangesproken tot betaling van € 12.074,80. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot:
- primair betaling van € 14.784,40,
- subsidiair betaling van € 18.117,19,
vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eisers] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst doordat hij ondeugdelijk werk heeft geleverd en het werk niet heeft afgerond. Ter onderbouwing verwijst [gedaagde] naar een rapport van [bedrijf 3]. [gedaagde] is meerdere malen in gebreke gesteld en heeft nagelaten om alsnog deugdelijk na te komen, waardoor hij in verzuim is komen te verkeren. Om die reden vordert [eisers] vervangende schadevergoeding in plaats van nakoming, vermeerderd met vergoeding van kosten van een deskundigenonderzoek. Doordat [gedaagde] dit bedrag niet heeft betaald, is hij ook buitengerechtelijke incassokosten en rente verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] heeft het volgende tot verweer gevoerd. [gedaagde] vindt het jammer dat het zo is gelopen. [gedaagde] heeft [bedrijf 6] glashandel een flink bedrag betaald (€ 7.500,00) om de bestaande platen te vervangen door nieuwe glazen ruiten die niet lang genoeg waren. Hierdoor werkte de bestaande goot niet meer goed. Het water liep niet meer weg via de goot, maar bleef op de balken staan, wat lekkage kon veroorzaken. [bedrijf 6] glashandel is vervolgens langsgekomen en heeft het opgelost door onder in het een raam een stalen verlenging te plaatsen, een strip van ongeveer 5 centimeter, zodat het water weer goed in de goot loopt. Eigenlijk hadden er nieuwe ruiten moeten worden geplaatst. [gedaagde] is het deels eens met wat er in het deskundigenrapport staat. De lekkage heeft echter niets met de uitgevoerde werkzaamheden te maken; die hangt samen met de bestaande constructie waaraan hij niets heeft gewijzigd, aldus [gedaagde].
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde] heeft bevestigd dat het geplaatste glas te kort is en nog vervangen moet worden en heeft niet betwist dat de twee deuren in de schuur nog niet zijn geplaatst. Dat betekent dat [gedaagde] de werkzaamheden die hij moest verrichten niet heeft afgerond.
4.2.
[eisers] heeft [gedaagde] meermaals in gebreke gesteld en hem gelegenheid gegeven zijn werkzaamheden alsnog af te ronden. Omdat [gedaagde] in de gegeven omstandigheden ten onrechte geen gevolg heeft gegeven aan de ingebrekestellingen is hij in verzuim komen te verkeren [1] .
[eisers] heeft recht op vervangende schadevergoeding
4.3.
Met de omzettingsverklaring van [eisers] is de verbintenis van [gedaagde] uit hoofde van de aannemingsovereenkomst omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding [2] .
De omvang van de vervangende schadevergoeding wordt bepaald aan de hand van de bepalingen van afdeling 10 van titel 1 van boek 6 BW. Aangezien de vervangende schadevergoeding in de plaats van de prestatie treedt, gaat het in beginsel om vergoeding van de waarde van de prestatie. Die waarde wordt in het algemeen bepaald aan de hand van een objectieve waarderingsmethode, waarbij wordt uitgegaan van de vervangingswaarde in het economisch verkeer. In dit geval gaat het om schadevergoeding wegens gedeeltelijke niet-nakoming door [gedaagde] van zijn verbintenis en stelt [eisers] de door hem geleden schade op het bedrag van de kosten van herstel en het afronden van het werk. In een dergelijk geval moet de schade worden begroot op basis van de vermogensvermindering die ten tijde van de niet-nakoming door [gedaagde] is geleden ten opzichte van de situatie waarin hij zou zijn geraakt bij behoorlijke nakoming van de verbintenis. [3]
4.4.
Ter onderbouwing van de schade heeft [eisers] offertes overgelegd van twee bedrijven voor het vervangen van de ruiten van de serre en van de schuurdeuren. [gedaagde] heeft de begroting van de schade met zijn betoog dat de lekkage niet aan zijn werkzaamheden kan worden toegerekend niet voldoende weersproken. De gevorderde vergoeding heeft immers betrekking op herstel en afronding van de werkzaamheden, en niet op schade die het gevolg is van de opgetreden lekkage. [gedaagde] heeft overigens niets gesteld waaruit afgeleid zou kunnen worden dat bij de begroting werkzaamheden zijn meegenomen die buiten beschouwing behoren te blijven. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de primair gevorderde schadevergoeding van € 12.649,55 (€ 6.327,30 + 6.322,25) toewijsbaar is. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 16 juli 2025 omdat vast staat dat [gedaagde] vanaf dat moment in verzuim verkeert ten aanzien van de verbintenis tot vervangende schadevergoeding [4] .
Kosten deskundigenonderzoek
4.5.
[eisers] maakt verder aanspraak op betaling van de kosten voor het rapport van [bedrijf 3]. Vereist is dat de verrichte werkzaamheden noodzakelijk waren ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en dat de gemaakte kosten naar hun omvang redelijk zijn [5] . Dat is hier het geval. Bovendien heeft [gedaagde] hiertegen geen verweer gevoerd. Gelet op het voorgaande komen de hiervoor genoemde kosten dan ook voor vergoeding in aanmerking. [eisers] heeft niet gesteld wanneer de nota van de deskundige is betaald. De over deze kosten gevorderde wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf de datum van dagvaarding (3 november 2025).
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6.
[eisers] heeft verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Hij heeft in dat kader gesteld en onderbouwd dat deze werkzaamheden zijn verricht, hetgeen door [gedaagde] ook niet is betwist. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 895,00 zal dan als onweersproken worden toegewezen. [eisers] heeft niet gesteld wanneer deze kosten zijn betaald. De over deze kosten gevorderde wettelijke rente zal daarom worden toegewezen vanaf de datum van dagvaarding (3 november 2025).
Proceskosten
4.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
Totaal
1.884,47.
Een en ander te vermeerderen met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 14.784,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 12.649,55, vanaf 16 juli 2025, en over € 2.135,25 vanaf 3 november 2025, telkens tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten inclusief de nakosten van € 1.884,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:81 en Pro artikel 6:82 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Artikel 6:87 BW Pro.
3.HR 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9339.
4.Vgl. artikel 6:83 aanhef Pro en sub b en artikel 6:119 lid 1 BW Pro.
5.Artikel 6:96 lid 2 BW Pro.