Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 2.500,00, wettelijke handelsrente tot 4 juni 2025 van € 170,46 en buitengerechtelijke incassokosten van € 375,00.
4.De beoordeling
€ 50,00. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
€
Rechtbank Noord-Holland
Tussen partijen is een aannemingsovereenkomst gesloten waarbij de onderaannemer werkzaamheden aan een zolder heeft uitgevoerd tegen een prijs van €2.500 exclusief btw. De onderaannemer stuurde een factuur die door de hoofdaannemer onbetaald bleef ondanks meerdere aanmaningen.
De hoofdaannemer voerde verweer dat het werk gebrekkig was uitgevoerd, wat extra kosten en reputatieschade zou hebben veroorzaakt. Zij stelde echter geen rechtsmiddelen zoals opschorting, ontbinding of verrekening in en stuurde geen ingebrekestelling met hersteltermijn.
De onderaannemer leverde bewijs in de vorm van een video en een WhatsApp-bericht, en stelde dat het werk eerder door een ander bedrijf was mislukt. De hoofdaannemer verscheen niet op de zitting, waardoor haar verweer onbeantwoord bleef.
De rechtbank oordeelde dat de betalingsverplichting niet vervalt door een ondeugdelijk geleverde prestatie zonder geldige rechtsmiddelen. De vordering tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen. De hoofdaannemer werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de hoofdaannemer tot betaling van de factuur, rente, incassokosten en proceskosten.