24.2.1Gebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde verblijfsrecreatieve bedrijf worden gebouwd;
gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend een bouwvlak worden gebouwd;
het aantal recreatie woningen mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan het aantal aangegeven ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal recreatiewoningen";
het aantal gebouwen voor onderhoud en centrale voorzieningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak;
het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak;
een gebouw of een overkapping mag uitsluitend worden gebouwd indien de maatvoering voldoet aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
Functie van een gebouw
Maximale oppervlakte in m²
Goothoogte in m
Dakhelling in o
Bouwhoogte in m
gezamenlijk
maximaal
min
max
maximaal
bedrijfsgebouw of overkapping
100
3,00
-
-
6,00
bedrijfswoning
-
3,00*
-
-
6,00*
bijgebouwen bij de bedrijfswoning
150
3,00
-
-
6,00
recreatiewoningen
60
3,00
-
-
6,00
bijgebouwen en bergingen bij recreatiewoningen
(…)
10 (per recreatiewoning)
3,00
-
-
6,00
Artikel 54.1 Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.