Op 27 september 2025 werd bij een controle op luchthaven Schiphol ruim 5,7 kilogram cocaïne aangetroffen in etenswaren in de koffer van de verdachte. De rechtbank achtte bewezen dat de verdachte wist van de aanwezigheid van cocaïne, gelet op de professionele verpakking en zijn eerdere veroordelingen voor drugssmokkel.
De verdediging stelde dat de verdachte niet wist van de drugs in zijn bagage, maar de rechtbank vond deze verklaring ongeloofwaardig gezien de omstandigheden en het verleden van de verdachte. De rechtbank verwierp het verzoek tot aanhouding van de zaak voor psychologisch onderzoek.
De rechtbank hanteerde nieuwe voorlopige uitgangspunten voor de strafmaat bij drugskoeriers, waarbij voor 5.000 tot 20.000 gram cocaïne een gevangenisstraf van 20 tot 36 maanden geldt. Gezien de recidive en ernst van het feit legde de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden op, met aftrek van voorarrest.