ECLI:NL:RBNHO:2026:313

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
11864120 \ CV EXPL 25-5766
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding in het kader van een aannemingsovereenkomst

In deze zaak vorderen eisers, [eiser 1] en [eiser 2], dat gedaagde, [gedaagde], hen een bedrag van € 4.023,25 aan vervangende schadevergoeding betaalt. De eisers stellen dat de gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, omdat het opgeleverde dakwerk gebreken vertoonde, zoals het ontbreken van een dakafschot en een verkeerd uitgevoerde afvoer. De kantonrechter heeft echter geoordeeld dat de eisers de gedaagde niet in de gelegenheid hebben gesteld om de gebreken binnen een redelijke termijn te herstellen, wat hen in schuldeisersverzuim heeft gebracht. Hierdoor kon de gedaagde niet in verzuim raken en was de verbintenis tot nakoming van de aannemingsovereenkomst niet omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. De kantonrechter heeft de vordering van de eisers afgewezen en hen veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde op nihil zijn begroot.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11864120 \ CV EXPL 25-5766
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1]2. [eiser 2]

beide wonende te [plaats]
eisers
hierna samen te noemen: [eisers]
gemachtigde: mr. M. Van der Veen
tegen
[gedaagde], mede handelend onder de naam
[bedrijf],
wonende te [plaats]
gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]
verschenen in persoon.

1.De zaak in het kort

1.1.
Overeenkomst van aanneming van werk. [eisers] vorderen dat [gedaagde] een bedrag van € 4.023,25 aan vervangende schadevergoeding aan hen betaalt. [eisers] leggen daaraan ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, (onder andere) doordat het door hem opgeleverde dakwerk geen dakafschot bevat en er een verkeerd uitgevoerde afvoer aanwezig is. De vordering wordt afgewezen omdat [eisers] [gedaagde] geen gelegenheid hebben gegeven om binnen een redelijke termijn, zo nodig, tot herstel van de gestelde gebreken over te gaan. Dit maakt dat niet [gedaagde], maar [eisers] in verzuim zijn. [eisers] kunnen daarom geen vervangende schadevergoeding vorderen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 september 2025,
- de e-mail van de zijde van [eisers] van 22 november 2025, waarmee zij de producties 8 en 9 in het geding hebben gebracht,
- de mondelinge behandeling van 4 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
In de brief die [gedaagde] op 20 augustus 2015 naar [eisers] heeft gestuurd, is het volgende te lezen:
“(..) Hierbij doe ik u de offerte toekomen voor de volgende te verrichte werkzaamheden op bovenstaande adres.
Nokvorsten nagezien en deze zitten nog zo vast dat aansmeren niet nodig is.
Het vervangen van de dakbedekking plat dak aan achterzijde van woning.
Verwijderen en afvoeren van het bestaande dakgrint en dakbedekking.
Het aanbrengen van een eenlaagse dakbedekking type Universal.
Deze wordt op een brandveilige manier aangebracht.
Het maken van twee aanhelingen naar de buren.
Aanbrengen van een nieuwe 25 ponds loden uitwatering.
Randafwerking dmv zinken deklijsten.
Op het geheel een garantie van 10 jaar. (..)
Totaal offerte € 1379,40(..)”
3.2.
In de factuur van [gedaagde] voor [eisers] van 13 november 2015, met een totaalbedrag van € 1379,40, is onder meer het volgende opgenomen:
“(..) Hierbij doe ik u de rekening toekomen voor de volgende verrichte werkzaamheden op bovenstaand adres
Het vervangen van de dakbedekking op plat achterzijde woning.
Verwijderen en afvoeren van de oude materialen.
Aanbrengen van een eenlaagse dakbedekking type Universal.
Uitwatering 25 ponds lood, randafwerking d.m.v. zinken deklijsten. (..)”
3.3.
In de nacht van 2 op 3 juli 2024 is een lekkage opgetreden bij [eisers] Op 3 juli 2024 heeft [betrokkene] Dakwerken hiertoe reparatiewerkzaamheden verricht.
3.4.
In een e-mail van 8 juli 2024 heeft I. de Buck het volgende aan [gedaagde] geschreven:
“(..) Eerder heeft u bij ons werkzaamheden uitgevoerd. Het ging onder andere om het vervangen van dakbedekking op een plat dak aan de achterzijde van ons huis (..). Onlangs is er een ernstige lekkage ontstaan. De spoed was dusdanig hoog dat we snel maatregelen moesten treffen, anders zou de schade alleen maar erger worden. Nu blijkt dat het dak vervangen moet worden en daarom doe ik een beroep op de door u geboden garantie van 10 jaar. Kunnen we hier binnen enkele dagen een afspraak over maken?”
3.5.
[gedaagde] heeft op 12 juli 2024 een inspectie van het dak van [eisers] uitgevoerd.
3.6.
Op 11 oktober 2024 heeft dhr. A. l’Amie van VEBIDAK een beoordeling van het dak van [eisers] uitgevoerd. In het rapport van 20 november 2024 dat hij hierover heeft opgesteld, is onder andere het volgende opgenomen:
“(..)Informatie
De dakbedekking op de aanbouw is circa 6 jaar oud. Er hebben zich enkele ernstige lekkages voorgedaan.
(..)
Uitvoering volgens
Voor VEBIDAK onbekende contractstukken.
(..)
Waarnemingen
Dakbedekkingsconstructie
Afschot Het afschot is slecht. Er staat gemiddeld 20 mm water op het gehele dakvlak.
Dakbedekkingssysteem Er zijn enkele reparaties uitgevoerd aan het dakbedekkingssysteem.
De aansluiting met het naastgelegen dakvlak is uitgevoerd met bitumen dakbedekking verkleefd op de
POCB dakbedekking. (..)
Detaillering
Opgaand werk De dakbedekking is circa 100 mm opgezet onder de dakpannen.
Hemelwaterdoorvoeren Bij de hemelwaterafvoer is een reparatie uitgevoerd. De plakplaat is te hoog aangebracht waardoor de afvoer van het hemelwater wordt belemmerd. (..)
Beoordeling
Uitvoering De dakbedekkingswerkzaamheden zijn voor zover waarneembaar niet geheel uitgevoerd conform
dakbedekkingswerkzaamheden Vakrichtlijn “Gesloten Dakbedekkingssystemen” en verwerkingsvoorschrift fabrikant/leverancier
(zie waterdichtheid details)
Waterdichtheid Goed. Er zijn aan het dakbedekkingssysteem zelf geen gebreken aangetroffen.
Dakbedekkingssysteem
Waterdichtheid details Matig. Bij een aansluiting met de buren is een niet volledig verkleefde overlap aangetroffen. Daarnaast is de opstandafwerking onder de dakpannen zeer beperkt in de hoogte. Conform bovengenoemde Vakrichtlijn dient de opstandhoogte onder dakpannen circa 400 mm te bedragen. (..)
Risico op wateraccumulatie Hoog risico. Doordat er veel water op het dak staat kan de onderconstructie verder doorbuigen.
(..)
AcceptatieGebaseerd op de bovengenoemde waarnemingen en beoordeling kunnen de uitgevoerde werkzaamheden worden geaccepteerd. De te verwachten resterende levensduur wordt door de hoeveelheid water op het dak wel beperkt. Er dienen enkele maatregelen genomen te worden om lekkages te voorkomen.
(..)Aanbevelingen- De niet volledig verkleefde overlap herstellen.
-
De hemelwaterafvoer aanpassen zodat deze het water beter afvoert.
-
De opstand bij de dakpannen voorzien van extra opstandstroken tot minimaal 400 mm onder de dakpannen.
Gelet op de grote hoeveelheid water op het dak, adviseren wij u om het afschot van het betreffende dakvlak aan te (laten) passen door het aanbrengen van afschot isolatie en een nieuw dakbedekkingssysteem. (..)”
3.7.
Bij e-mail van 4 maart 2025 heeft de gemachtigde van [eisers] [gedaagde] onder verwijzing naar het rapport van VEBIDAK in gebreke vanwege het toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de uit de met [eisers] gesloten overeenkomst. [gedaagde] wordt verzocht binnen 7 dagen over te gaan tot herstel conform voornoemd rapport.
3.8.
[gedaagde] heeft bij e-mail van 11 maart 2025 gereageerd op de hierboven genoemde e-mail. Hij schrijft onder meer het volgende aan de gemachtigde van [eisers]:
“(..) Op 22 mei hebben uw cliënten mij een e-mail gestuurd. Naar aanleiding daarvan ben ik naar de woning gegaan om het dak te bekijken. Daar aangekomen bleek dat uw cliënten reeds een ander bedrijf hadden ingeschakeld die werkzaamheden aan het dak hebben uitgevoerd. Zoals u weet is daarmee de garantie vervallen. Om deze reden acht ik de garantie niet langer van toepassing en ben ik niet aansprakelijk voor eventueel geleden schade.
Ik wil toch reageren op de inhoud van het rapport.
Het afschot waar in de rapportage naar wordt verwezen is niet door mij aangelegd.Zoals u op de offerte kunt zien was dat ook geen onderdeel van de werkzaamheden.
Ik ben hier niet voor aansprakelijk.
De uitgevoerde reparaties die niet deugdelijk zouden zijn uitgevoerd zijn niet door mij uitgevoerd, maar door het bedrijf dat door uw cliënten is ingeschakeld.
De aansluiting met het naastgelegen dakvlak zou niet akkoord zijn en niet juist verkleefd. Dit is niet door mij aangelegd en is mogelijk aangelegd door de buren.
Kortom, doordat uw cliënte andere personen dan wel bedrijven werkzaamheden heeft laten uitvoeren op het dak (..) is de garantie vervallen en is de firma [gedaagde] niet langer gehouden reparatiewerkzaamheden uit te voeren. (..)”
3.9.
Bij e-mail van 18 juni 2025 heeft de gemachtigde van [eisers] [gedaagde] als volgt bericht:
“(..) Op 4 maart 2025 heb ik u namens cliënten in gebreke gesteld. U bent niet tot herstel / correcte nakoming overgegaan. Bij deze zet ik de vordering tot nakoming dan ook om in een vordering tot vervangende schadevergoeding. De herstelkosten zijn vastgesteld op € 4.023,25. Cliënten ontvangen graag binnen 7 dagen heden betaling van dit bedrag op het bij u bekende bankrekeningnummer. (..)”
3.10.
[gedaagde] heeft het onder 3.9 genoemde bedrag niet aan [eisers] betaald.

4.De vordering en het verweer

4.1.
[eisers] vorderen dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de (
de kantonrechter begrijpt: [gedaagde])tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen om aan [eisers] te voldoen een bedrag van € 4.023,25 zijnde herstelkosten en [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.
4.2.
[eisers] leggen, samengevat, het volgende aan deze vorderingen ten grondslag. [gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de met [eisers] gesloten overeenkomst. Hij is daardoor schadeplichtig jegens [eisers] De gebreken zien met name op het ontbreken van een afschot en een verkeerd uitgevoerde afvoer. Het realiseren van een afschot viel onder de opdracht. Dit is een essentieel onderdeel van professioneel dakwerk en op [gedaagde] rustte als professional de plicht om [eisers] daarover te waarschuwen. Door het ontbreken van een afschot blijft er structureel water op het dak staan, met een verhoogd risico op schade. Dit valt binnen de afgegeven tienjarige garantie en is onderdeel van het geleverde werk.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert, kort gezegd, aan dat hij een e-mail van de [eisers] heeft ontvangen dat er een lekkage was ontstaan met de vraag of hij deze wilde repareren, maar toen [gedaagde] bij [eisers] aankwam was er al een derde partij reparatiewerkzaamheden aan het verrichten. De garantie is daardoor vervallen en [eisers] kunnen de kosten niet op [gedaagde] verhalen. Zij hadden [gedaagde] in de gelegenheid moeten stellen om eventueel werkzaamheden te verrichten. [gedaagde] heeft geconstateerd dat de buren van [eisers] werkzaamheden aan hun dak hebben laten verrichten, waarbij het overlappend materiaal dat zij hebben gebruikt niet te combineren valt met het materiaal dat [gedaagde] heeft gebruikt bij de uitvoering van zijn werkzaamheden. Daardoor valt niet te controleren of de oorzaak van de lekkage aan [gedaagde] is toe te rekenen. Het probleem ligt in het dakafschot en het afvoer van regenwater en [gedaagde] heeft destijds alleen de bestaande dakbedekking vervangen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De vraag die moet worden beantwoord is of [gedaagde] verplicht is tot betaling van de door [eisers] gevorderde schadevergoeding, omdat de werkzaamheden zijn uitgevoerd door een ander bedrijf. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend. Dat wordt hierna uitgelegd.
5.2.
In artikel 7:759 BW is, voor zover hier van belang, bepaald dat indien het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, de aannemer in de gelegenheid moet stellen de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. Uit de wetsgeschiedenis van dit artikel kan worden afgeleid dat de wetgever met het begrip ‘wegnemen van de gebreken’ het oog heeft gehad op het door de aannemer verrichten van herstelwerkzaamheden.
5.3.
De wetgever heeft in artikel 7:759 BW voor de aannemer een aanspraak ten opzichte van de opdrachtgever gecreëerd om in de gelegenheid te worden gesteld de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. De gedachte hierachter is, zo blijkt uit de memorie van toelichting [1] , dat in het algemeen gewenst is dat de aannemer het betalen van vervangende (en aanvullende) schadevergoeding zoveel mogelijk kan ontgaan door de gebreken in een redelijke termijn zelf te herstellen. Het zelf herstellen zal voor de aannemer doorgaans minder kosten meebrengen dan het vergoeden van herstel verricht door een derde. Indien de aannemer geen gebruik maakt van de gelegenheid en weigert de gebreken te herstellen, kan de opdrachtgever de gebreken door een derde laten herstellen. Het is in beginsel aan de aannemer om te bepalen op welke wijze gebreken zullen worden hersteld, tenzij het zonneklaar is dat de door de aannemer voorgestane wijze van herstel ondeugdelijk is. Daarbij geldt dat ook herstelwerkzaamheden moeten (a) voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk en (b) worden uitgevoerd met inachtneming van hetgeen tussen partijen is overeengekomen.
5.4.
De kantonrechter stelt op grond van hetgeen op de mondelinge behandeling door beide partijen is aangedragen vast dat er in de nacht van 2 op 3 juli 2024 een lekkage is opgetreden bij [eisers] hebben in diezelfde nacht tevergeefs contact proberen op te nemen met [gedaagde], waarna zij, zonder [gedaagde] eerst (schriftelijk) in gebreke te stellen, [betrokkene] Dakwerken hebben ingeschakeld om (al) op 3 juli 2024 een (nood)reparatie te verrichten. Met deze handelwijze hebben [eisers] [gedaagde] niet in de gelegenheid gesteld om de (gestelde) gebreken binnen een redelijke termijn te beoordelen en, zo überhaupt nodig, weg te nemen, terwijl zij daartoe, zoals uit het voorgaande blijkt, wel gehouden waren.
5.5.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van voordeel dat [eisers] [gedaagde] ten onrechte niet in staat hebben gesteld om naar eigen inzicht de (gestelde) gebreken te beoordelen en, zo nodig, te herstellen, terwijl achteraf is gebleken dat [gedaagde] daar ontegenzeggelijk toe bereid was. [eisers] zijn daardoor op grond van artikel 6:58 BW in schuldeisersverzuim gekomen. Door het schuldeisersverzuim aan de zijde van [eisers] kan [gedaagde] op grond van artikel 6:61 lid 2 BW niet in verzuim zijn geraakt en is de verbintenis tot nakoming van de aannemingsovereenkomst niet omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding (artikel 6:87 lid 1 BW).
5.6.
Het voorgaande leidt ertoe dat de kosten die [eisers] in verband met die herstelwerkzaamheden hebben gemaakt niet ten laste van [gedaagde] kunnen komen. De overige verweren van [gedaagde] kunnen daarom onbesproken blijven.
5.7.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eisers] zal afwijzen.
5.8.
[eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eisers] af,
6.2.
veroordeelt [eisers] in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

Voetnoten

1.MvT, Kamerstukken II 1992/93, 23095, nr. 3, p. 29.