Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
AFBEELDING 1
AFBEELDING 2
AFBEELDING 3
Hoewel de hiervoor omgeschreven camerabeelden beslist te denken geven, valt niet te verwachten dat deze de aangifte in voldoende mate ondersteunen om tot veroordeling van beklaagde wegens vernieling te komen. Op grond van de enkele waarneming dat beklaagde bij het passeren van klagers auto zijn arm uit het portierraam steekt kan immers niet worden vastgesteld dat beklaagde de auto van klager heeft bekrast. Aanknopingspunten voor relevant nader onderzoek waaruit alsnog voldoende steunbewijs zou kunnen voortkomen, ontbreken.”
het zou gaan om een achter schade, dan zou er iemand achterop zijn gereden.” [betrokkene] heeft later aan [eiser] verklaard: “
De schade aan de auto gaat om LINKS ACHTER, per abuis is er alleen ACHTER verstuurd”
3.Het geschil
4.De beoordeling
overtuigdzijn dat een feit is begaan. [1] In het civiele recht wordt algemeen aangenomen dat een
redelijke mate van zekerheidvoldoende is. [2] In deze procedure is bovendien nieuwe informatie ingebracht die de officier van justitie en het gerechtshof Amsterdam niet hebben betrokken in hun bewijsafweging.
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op: