Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2026 in de zaken tussen
[belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Levering
Verklaren te zijn overeengekomen
- aan de wettelijke vereisten is voldaan om over te kunnen gaan tot het opleggen van respectievelijk de navorderingsaanslag Vpb en naheffingsaanslag Db;
- belanghebbende een verkapte winstuitdeling aan [naam 7] heeft gedaan;
- belanghebbende de vereiste aangifte voor de Vpb heeft gedaan, en
- de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingaanslag Vpb 2018 en de daarbij opgelegde boetebeschikking en beschikking belastingrente;
- vernietigt de naheffingsaanslag Db 2018 en de daarbij opgelegde boetebeschikking en beschikking belastingrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.600.
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 742 aan belanghebbende te vergoeden.