ECLI:NL:RBNHO:2026:3228

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
K/4101/11865155
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder veroordeeld huurders tot betaling huurachterstand, herstelkosten en schade na beëindiging huurovereenkomst

In deze zaak vordert de verhuurder betaling van achterstallige huur, herstelkosten van schilderwerk en schade aan bedrijfspanden na beëindiging van de huurovereenkomst met de huurders. De huurovereenkomsten betroffen twee bedrijfspanden met een looptijd van 8 augustus 2022 tot 8 augustus 2027, waarbij de huurders in oktober 2024 aangaven te willen stoppen met exploitatie en de huurovereenkomsten tussentijds wilden beëindigen. De verhuurder stemde hiermee in onder de voorwaarde dat de panden correct worden opgeleverd.

De huurders erkenden in hun conclusie van antwoord dat zij nog geld verschuldigd waren, maar verschenen niet op de zitting, waardoor zij geen vragen konden beantwoorden. De kantonrechter stelde vast dat de huurders tekortgeschoten zijn in de nakoming van de huurovereenkomst door niet tijdig de huur te betalen, de panden niet in goede staat op te leveren en schade aan de gevel te veroorzaken zonder herstel.

De verhuurder vorderde € 1.944,76 aan huurachterstand, € 500,00 aan herstelkosten voor schilderwerk en € 5.211,95 aan schadevergoeding voor de gevelschade. Deze bedragen werden toegewezen, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2025. De huurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten van € 979,43. De vordering tot teruggave van de brievenbussleutel werd ingetrokken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurachterstand, herstelkosten, schadevergoeding en proceskosten met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11865155 \ CV EXPL 25-3135 (SJ)
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M. Heimensem,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2],
beiden wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een verhuurder onder meer betaling van de huurachterstand, de herstelkosten en schade na einde van de huurovereenkomst. De kantonrechter wijst de vordering van de verhuurder toe. Daarbij weegt mee dat de huurders erkennen dat zij de verhuurder geld zijn verschuldigd en dat zij niet op de zitting zijn verschenen. Hierdoor hebben de huurders de vragen van de kantonrechter niet kunnen beantwoorden.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 24 september 2025,
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. [gedaagde 2] zijn, zonder afbericht, niet op de zitting verschenen.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde 2] , in hun hoedanigheid van vennoten van de (voormalige)
[V.O.F.] , en [eiser] hebben op 6 augustus 2022 overeenkomsten gesloten met [gedaagde 2] als huurders en [eiser] als verhuurder, betreffende de huur van het bedrijfspand aan [adres 1] en het bedrijfspand aan [adres 2] te [plaats 1] voor een huurprijs van laatstelijk € 874,68 respectievelijk € 1.112,36.
2.2.
De huurovereenkomsten zijn aangegaan voor de periode van 8 augustus 2022 tot 8 augustus 2027 en op de huurovereenkomsten zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst kantoor- en bedrijfsruimten van toepassing. [gedaagde 2] hebben een borgsom van € 1.500,00 per pand betaald.
2.3.
In de door partijen opgemaakte en getekende processen-verbaal van de oplevering van 1 augustus 2022 staat dat de staat van onderhoud van de panden als nieuw opgeleverd is.
2.4.
Omstreeks oktober 2024 hebben [gedaagde 2] aan [eiser] doorgegeven te stoppen met het exploiteren van hun bedrijf en dat zij de huurovereenkomsten willen beëindigen. [eiser] is akkoord gegaan met een tussentijdse opzegging van de huurovereenkomsten, mits de panden correct worden opgeleverd.
2.5.
In een e-mail van 9 oktober 2024 heeft [eiser] aan [gedaagde 2] geschreven dat er schade is aan de gevel van de panden en dat hij wil weten wie dat heeft gedaan en hoe het is verzekerd.
2.6.
In een brief van 10 maart 2025 heeft [eiser] aan [gedaagde 2] geschreven dat de veranderingen die zij aan de panden hebben aangebracht moeten herstellen. Dit verzoek is herhaald in de brief van 17 april 2025, de e-mails van 22 mei 2025, 30 mei 2025 en 3 juni 2025.
2.7.
In een e-mail van 19 juni 2025 hebben [gedaagde 2] aan [eiser] geschreven dat zij op 1 april 2025 het pand [nummer 1] leeg hebben opgeleverd en de bovenverdieping hebben gewit en dat zij op 1 juni 2025 het pand [nummer 2] leeg hebben gemaakt en de beneden vloer in de week erop in de verf gezet.
2.8.
In een brief van 8 juli 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagde 2] verzocht om betaling van de schade aan de gevel, de herstelkosten van het schilderwerk en de huurachterstand. Verder is verzocht om teruggave van de brievenbussleutel.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat [gedaagde 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst die ziet op de bedrijfspanden aan [adres 1] respectievelijk [adres 2] te [plaats 1] . Verder vordert [eiser] om [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:
- € 500,00 en € 5.211,95 aan herstel van het schilderwerk respectievelijk herstelkosten van de schade;
- € 2.624,04 en € 2.320,72 aan achterstallige huur die ziet op het bedrijfspand aan [adres 1] respectievelijk [adres 2] te [plaats 1] ;
- een en ander te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 1 juni 2025 tot de dag van algehele betaling.
Daarnaast vordert [eiser] om [gedaagde 2] te veroordelen om de brievenbussleutel binnen zeven dagen na de datum van het te wijzen vonnis aan [eiser] te retourneren, op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag met een maximum van € 5.000,00. [eiser] vordert ook dat [gedaagde 2] in de proceskosten worden veroordeeld. [eiser] wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
3.2.
In de conclusie van antwoord erkennen [gedaagde 2] dat [eiser] nog geld van hun tegoed heeft.
3.3.
Op de standpunten van partijen zal hierna – voor zover nodig voor de beoordeling van de zaak – verder worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde 2] zijn op juiste wijze opgeroepen om op de zitting te verschijnen maar zij zijn zonder afbericht niet op de zitting verschenen. Hierdoor hebben zij geen informatie gegeven en geen vragen kunnen beantwoorden van de kantonrechter. De gevolgen daarvan komen voor rekening en risico van [gedaagde 2]
Huurachterstand
4.2.
[eiser] stelt dat [gedaagde 2] ten aanzien van het pand [nummer 1] de huur voor de maanden maart tot en mei 2025 van in totaal € 2.624,04 niet hebben betaald. Ten aanzien van het pand [nummer 2] hebben [gedaagde 2] de huur voor de maanden maart 2025 en juni 2025 van in totaal € 2.224,76 en de rente van een lening van € 96,00 niet betaald.
4.3.
Op de zitting heeft [eiser] toegelicht dat moet worden uitgegaan van 1 juli 2025 als de einddatum van de huurovereenkomsten. Ook heeft [eiser] toegelicht dat partijen een eerdere huurachterstand hebben omgezet in een lening. [gedaagde 2] hebben nagelaten de rente over deze lening te betalen en daarom is dit bedrag bij de huurachterstand betrokken. Daarnaast heeft [eiser] op de zitting verklaard dat de door [gedaagde 2] betaalde borgsom van € 1.500,00 per pand nog niet is verrekend. Om die reden heeft [eiser] zijn vordering ten aanzien van de huurachterstand met € 3.000,00 verminderd.
4.4.
Doordat [gedaagde 2] niet op de zitting zijn verschenen, houdt de kantonrechter het ervoor zij dit alles niet weerspreken. Ook overigens hebben [gedaagde 2] de hoogte van de gevorderde huurachterstand niet betwist. Dit betekent [gedaagde 2] zullen worden veroordeeld tot betaling van € 1.944,76. [1]
Schilderwerk
4.5.
[eiser] stelt dat [gedaagde 2] in de panden muren hebben geplaatst en de muren en de plafonds zwart hebben geverfd. Hiervoor heeft hij toestemming gegeven onder de voorwaarde dat de veranderingen aan het einde van de huurovereenkomst ongedaan moesten worden gemaakt. Dat hebben [gedaagde 2] niet gedaan want de zwarte verf is niet goed overgeschilderd. [eiser] heeft het herstel daarom op kosten van [gedaagde 2] laten doen. [eiser] vordert € 77,46 voor de kosten voor de verf en muurvuller en € 422,54 aan arbeidsloon voor het herstel.
4.6.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde 2] niet hebben betwist dat zij de panden niet netjes hebben opgeleverd. De hoogte van de door [eiser] gevorderde herstelkosten hebben zij ook niet weersproken en dit bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor. [gedaagde 2] zullen daarom worden veroordeeld tot betaling van € 500,00 aan herstelkosten.
Schade
4.7.
[eiser] stelt dat [gedaagde 2] schade hebben veroorzaakt aan het gehuurde door in oktober 2024 tegen de gevel aan te rijden met een voertuig. Verder stelt [eiser] dat [gedaagde 2] op grond van de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden verplicht zijn om deze schade te herstellen. [gedaagde 2] zijn hiertoe voldoende in de gelegenheid gesteld maar zijn hiertoe niet overgegaan. [gedaagde 2] hebben aannemingsbedrijf [naam] om een offerte gevraagd. Deze offerte van € 5.211,95 hebben zij niet geaccordeerd. Daarvoor hadden zij eerst instemming van hun autoverzekering nodig. Volgens [eiser] hebben [gedaagde 2] deze instemming gekregen want de autoverzekering heeft aan [gedaagde 2] een bedrag ter hoogte van het geoffreerde bedrag uitgekeerd. [eiser] stelt dat [gedaagde 2] dit bedrag in hun eigen zak hebben gestoken. Hieruit leidt [eiser] af dat [gedaagde 2] niet voornemens zijn om de schade te herstellen, waardoor hij met de schade achterblijft.
4.8.
Uit het feit dat [gedaagde 2] niet op de zitting zijn verschenen, leidt de kantonrechter af dat [gedaagde 2] niet hebben betwist dat zij bovengenoemde schade aan het gehuurde hebben veroorzaakt, dat zij aansprakelijk zijn voor het herstel hiervan en dat zij hiertoe niet zijn overgegaan. Verder stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde 2] de hoogte van de schade ook niet hebben weersproken. Evenmin is betwist dat zij een bedrag ter hoogte van de schade van hun autoverzekering hebben ontvangen en dat zij dit zelf hebben gehouden, terwijl dit was bedoeld om de schade van [eiser] te herstellen. De conclusie is dat [gedaagde 2] deze schade moeten vergoeden aan [eiser] . [gedaagde 2] zullen dan ook tot betaling van € 5.211,95 worden veroordeeld.
Brievenbussleutel
4.9.
Op de zitting heeft [eiser] verklaard dat [gedaagde 2] de brievenbussleutel inmiddels hebben teruggegeven. De vordering tot teruggave van de brievenbussleutel op straffe van een dwangsom heeft [eiser] op de zitting ingetrokken. Dit onderdeel van de vordering kan daarom verder onbesproken blijven.
Rente
4.10.
De door [eiser] gevorderde handelsrente over de hiervoor toegewezen bedragen zal eveneens worden toegewezen, als navolgt. Vast staat immers dat [gedaagde 2] deze bedragen niet hebben betaald.
Verklaring voor recht
4.11.
De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomsten door, onder meer, het niet betalen van de huur, door de panden niet in goede staat op te leveren en door schade aan de gevel van het pand te veroorzaken en niet te herstellen, komt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, eveneens voor toewijzing in aanmerking. Tegen dit deel van de vordering hebben [gedaagde 2] overigens (ook) geen verweer gevoerd.
Proceskosten
4.12.
[gedaagde 2] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
432,00
(1 punt × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
979,43
Hoofdelijke veroordeling
4.13.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
4.14.
Tot slot voeren [gedaagde 2] aan dat zij geen inkomen hebben en dat zij bezig zijn om schuldhulpverlening op te starten omdat door ziekte meerdere schulden zijn ontstaan.
Voor zover [gedaagde 2] een betalingsregeling wensen dan moeten zij contact opnemen (de gemachtigde van) [eiser] . Het is niet aan de kantonrechter om een betalingsregeling vast te stellen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht van [gedaagde 2] zijn tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomsten, die zien op de panden aan [adres 1] en [nummer 2] te [plaats 1] ;
5.2.
veroordeelt [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van € 1.944,76 aan achterstallige huur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 1 juli 2025 tot de dag van algehele betaling;
5.3.
veroordeelt [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van € 500,00 aan herstelkosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 1 juli 2025 tot de dag van algehele betaling;
5.4.
veroordeelt [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van € 5.211,95 aan schade, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 1 juli 2025 tot de dag van algehele betaling;
5.5.
veroordeelt [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 979,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.

Voetnoten

1.€ 2.2624,04 + € 2.224,72 + € 96,00 = € 4.944,76 - € 3.000,00 = € 1.944,76