Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- € 500,00 en € 5.211,95 aan herstel van het schilderwerk respectievelijk herstelkosten van de schade;
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert de verhuurder betaling van achterstallige huur, herstelkosten van schilderwerk en schade aan bedrijfspanden na beëindiging van de huurovereenkomst met de huurders. De huurovereenkomsten betroffen twee bedrijfspanden met een looptijd van 8 augustus 2022 tot 8 augustus 2027, waarbij de huurders in oktober 2024 aangaven te willen stoppen met exploitatie en de huurovereenkomsten tussentijds wilden beëindigen. De verhuurder stemde hiermee in onder de voorwaarde dat de panden correct worden opgeleverd.
De huurders erkenden in hun conclusie van antwoord dat zij nog geld verschuldigd waren, maar verschenen niet op de zitting, waardoor zij geen vragen konden beantwoorden. De kantonrechter stelde vast dat de huurders tekortgeschoten zijn in de nakoming van de huurovereenkomst door niet tijdig de huur te betalen, de panden niet in goede staat op te leveren en schade aan de gevel te veroorzaken zonder herstel.
De verhuurder vorderde € 1.944,76 aan huurachterstand, € 500,00 aan herstelkosten voor schilderwerk en € 5.211,95 aan schadevergoeding voor de gevelschade. Deze bedragen werden toegewezen, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 1 juli 2025. De huurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten van € 979,43. De vordering tot teruggave van de brievenbussleutel werd ingetrokken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurachterstand, herstelkosten, schadevergoeding en proceskosten met wettelijke rente.