Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de akte vermindering van eis van [eiser]
- het tussenvonnis waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Noord-Holland
Eiser vordert betaling van €8.000 wegens onrechtmatig beslag op zijn woning, stellende dat hij al aan een eerder vonnis had voldaan. Gedaagde had in 2010 beslag gelegd op de woning wegens onbetaalde factuur. Eiser kon niet aantonen dat hij daadwerkelijk had betaald, ondanks dat hij stelde contant te hebben voldaan aan een deurwaarder in 2012. De kantonrechter oordeelde dat eiser niet aan zijn stelplicht had voldaan en dat het niet vaststond dat hij aan het vonnis had voldaan.
Gedaagde werkte mee aan opheffing van het beslag, waardoor de woning geleverd kon worden. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde niet onrechtmatig had gehandeld. In reconventie vorderde gedaagde betaling van de hoofdsom, rente en kosten, waarvan de kantonrechter het bedrag van €7.075,09 toekende, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De machtiging aan de notaris om het depotbedrag uit te keren werd afgewezen omdat de depotovereenkomst voldoende duidelijk was. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten in conventie, terwijl de proceskosten in reconventie nihil werden begroot. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering eiser afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betaling; gedaagde 1 krijgt betaling van €7.075,09 plus rente en proceskosten toegewezen.