Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3275

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
11988509 EJ VERZ 25-390
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:235 BWArt. 1:237 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek handlichting minderjarige voor zelfstandig ondernemerschap

Een minderjarige van zeventien jaar heeft bij de kantonrechter verzocht om handlichting, zodat hij zelfstandig bepaalde bevoegdheden kan uitoefenen binnen de vennootschap onder firma, met een limiet van €5.000. Dit verzoek is besproken tijdens een zitting waarbij ook zijn ouders aanwezig waren en hun instemming bevestigden.

De kantonrechter overweegt dat handlichting op grond van artikel 1:235 BW Pro kan worden verleend aan minderjarigen vanaf zestien jaar, mits dit in het belang van de minderjarige is en met instemming van de ouders. De minderjarige heeft toegelicht dat hij het agrarisch bedrijf samen met zijn familie wil exploiteren en momenteel een mbo-opleiding veehouderij volgt.

De kantonrechter acht het verzoek verantwoord en wijst het toe. Tevens wordt bepaald dat de publicatie van de beschikking niet in de Staatscourant hoeft te geschieden, maar volstaat met publicatie op de website van de Rechtspraak. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de handlichting geldt vanaf het moment van publicatie.

Uitkomst: Verzoek handlichting aan minderjarige wordt toegewezen met bevoegdheid tot vertegenwoordiging tot €5.000.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11988509 \ EJ VERZ 25-390
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [plaats 1]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker] ,
met als belanghebbenden, zijn ouders:
[belanghebbende 1]en
[belanghebbende 2]
beiden wonende te [plaats 1]

1.Het verzoek

1.1.
[verzoeker] is minderjarig en verzoekt de kantonrechter om hem zogenoemde handlichting te verlenen. De bedoeling van dat verzoek is dat [verzoeker] als minderjarige bepaalde bevoegdheden krijgt om de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen tot een bedrag van € 5.000,00. De handlichting is onder andere nodig voor het aangaan van rechtshandelingen en het mede bepalen van het ondernemersbeleid.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 18 maart 2026. Daarbij waren [verzoeker] en zijn ouders aanwezig.

2.De beoordeling

2.1.
De kantonrechter zal het verzoek van [verzoeker] om hem handlichting te verlenen, toewijzen, om de volgende reden.
2.2.
Handlichting betekent dat aan een minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend (artikel 1:235 van Pro het Burgerlijk Wetboek). Handlichting kan, wanneer de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek door de kantonrechter worden verleend.
2.3.
Handlichting kan niet worden verleend tegen de wil van de ouders. Bij het verlenen van handlichting moet de kantonrechter bepalen welke bevoegdheden van een meerderjarige aan de minderjarige worden toegekend.
2.4.
Bij de beoordeling van het verzoek om handlichting moet de kantonrechter zich laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord is.
2.5.
[verzoeker] heeft bij de zitting verteld dat hij van plan is om het agrarisch bedrijf van de vennootschap onder firma samen met zijn vader, zijn moeder en zijn broer te exploiteren. Het betreft een melkveehouderij in [plaats 1] waar ook nevenactiviteiten plaatsvinden in de vorm van groepsactiviteiten. [verzoeker] is momenteel ook bezig met een mbo-opleiding voor veehouderij. De ouders van [verzoeker] hebben als blijk van instemming het verzoek medeondertekend en hun instemming nogmaals ter zitting bevestigd.
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] goed heeft uitgelegd waarom hij de handlichting nodig heeft. De kantonrechter heeft ook vastgesteld dat [verzoeker] de leeftijd van zeventien jaar heeft bereikt en dat zijn ouders met het verzoek hebben ingestemd. De kantonrechter vindt het net als de ouders verantwoord om het verzoek toe te wijzen. De handlichting zal worden verleend zoals hieronder bij de beslissing staat.
2.7.
Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het
volgende overwogen. In artikel 1:237 BW Pro is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet, is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er namelijk sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplagen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl (door de griffier), anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te initiëren) publicatie op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Volstaan wordt daarom met de publicatie op www.rechtspraak.nl.
2.8.
Overigens moet [verzoeker] er rekening mee houden dat de verleende handlichting niet eerder geldt dan dat de publicatie een feit is.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verleent aan [verzoeker] , geboren te [plaats 2] op [geboortedatum] , handlichting tot het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf en alle daarmee in verband staande handelingen in de meest ruime zin van het woord, met inachtneming van artikel 1:235 BW Pro, waarbij de bevoegdheid van [verzoeker] om het bedrijf van de vennootschap zelfstandig te vertegenwoordigen beperkt zal blijven tot een bedrag van
€ 5.000,00,
3.2.
verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.3
bepaalt dat publicatie van deze handlichting in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat, in plaats daarvan, deze beschikking (door de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.