AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in aansprakelijkheidszaak na verkeersongeval
ASR Schadeverzekering heeft de rechtbank verzocht om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten in verband met een verkeersongeval op 15 februari 2025 waarbij een BMW X5 tegen een veerpont is aangereden. De bestuurder van de auto was onduidelijk, terwijl ASR aansprakelijk wordt gehouden voor de schade aan de veerpont en de zorgkosten van een gewonde passagier. ASR wil de getuigen horen om vast te stellen wie de bestuurder was en of er sprake was van rijden onder invloed en roekeloosheid.
Tijdens de mondelinge behandeling op 13 maart 2026 verschenen de wederpartij en diens advocaat niet en werd geen verweer gevoerd. De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 197 lid 2 RvPro en concludeerde dat aan de formele eisen was voldaan en geen afwijzingsgronden aanwezig waren. Het verzoek werd daarom toegewezen.
De rechtbank bepaalde dat de advocaat van ASR de getuigen zal oproepen en wees op de maximale duur van 60 minuten per getuige. Tevens werd de wederpartij veroordeeld in de proceskosten vanwege het niet verschijnen en het onnodig laten plaatsvinden van de zitting. De beschikking werd op 26 maart 2026 bij vervroeging uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toegewezen en verweerder veroordeeld in proceskosten.
Uitspraak
ECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/371914 / HA RK 25-176
Beschikking van 26 maart 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
te Utrecht,
verzoekende partij,
hierna te noemen: ASR,
advocaat: mr. F. van Toorn,
tegen
[verweerder],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. E.G.S. Roethof.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen 1-11;
- de mondelinge behandeling van 13 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten tijde van de zitting heeft mr. Roethof telefonisch laten weten dat [verweerder] en hij niet zullen verschijnen en geen verweer te zullen voeren. Dit is de rechtbank en ASR pas na de mondelinge behandeling bekend geworden.
1.3.
Vervolgens is bepaald dat over zes weken na de mondelinge behandeling een beschikking zal worden gewezen. Partijen hebben op 13 maart 2026 per e-mail laten weten geen bezwaar te hebben tegen het bij vervroeging uitspreken van de beschikking.
2.De feiten
2.1.
Op 8 januari 2025 heeft [vader van verweerder] (vader van verweerder) bij ASR een autoverzekering afgesloten voor de BMW X5 met kenteken [kenteken] (hierna: de auto).
2.2.
Op 15 februari 2025 heeft te Aalst, gemeente Zaltbommel, een ongeval plaatsgevonden, waarbij de auto tegen een veerpont is aangereden. Volgens de pagina’s 2 en 3 van het proces-verbaal dat de politie van het ongeval heeft opgemaakt was [verweerder] bestuurder van de auto en waren [passagier 1] en [passagier 2] passagiers. In dit proces-verbaal is verder het volgende opgenomen:
“--betrokken voertuig/vaartuig--
1: [kenteken] , personenauto, BMW, ten naam gestelde [verweerder]
Bestuurder onbekend gebleven,
2: Veer, bedrijf Riveer
--betrokken personen--
[passagier 1]
[verweerder]
[passagier 2]
(…)
--verklaringen--
Er waren geen getuigen van het ongeval. Ter plaatse spraken rapps met een omstander die vertelde dat zij geholpen had om drie mannen uit het voertuig te halen. Deze drie inzittenden hadden verschillende verklaringen voor het ongeval en konden niet vertellen wie er had gereden.
(…)
--Rijden onder invloed--
[passagier 1] blies P/A,
[verweerder] blies A.
[passagier 2] blies A.
Geen PV opgemaakt inzake rijden onder invloed vanwege onduidelijkheid over bestuurder en het ontbreken van getuigen.
(…)
Door de afdeling forensische opsporing verkeer van de eenheid Oost Nederland is er naar aanleiding van de aanrijding een onderzoek gestart. Daarbij is de EDR van de voornoemde BMW uitgelezen. Uit deze informatie kwam dat de BMW op 5,0 seconden voor de aanrijding 104 km/h reed en dat op 1,0 seconde voor de aanrijding 109 km/h reed.
(…)”
2.3.
Op het aanrijdingsformulier staat onder het kopje ’bestuurder’ de naam ‘ [naam 1] ’ genoemd.
2.4.
Bij dit ongeval is de veerpont beschadigd geraakt en is [passagier 1] gewond geraakt. ASR wordt namens Riveer en de gemeente Gorinchem aansprakelijk gehouden voor de schade aan de veerpont, die blijkens rapporten van Sedgwick circa € 55.000,00 bedraagt. Univé houdt ASR aansprakelijk voor de zorgkosten van € 8.579,69 die zij aan [passagier 1] heeft vergoed.
3.Het verzoek
3.1.
ASR heeft de rechtbank verzocht om een getuigenverhoor te bevelen, waarbij zij de volgende getuigen wil horen:
[getuige 1] ;
[getuige 2] ;
[getuige 3] ;
[passagier 2] ;
[passagier 1] ;
[verweerder] .
3.2.
Aan het verzoek heeft ASR het volgende ten grondslag gelegd. ASR overweegt een verhaalsvordering in te stellen op de bestuurder van de auto wat de betreft de kosten waarvoor ASR aansprakelijk wordt gehouden. Deze vordering is gebaseerd op rijden onder invloed en op roekeloosheid aan de zijde van bestuurder. Vooralsnog is onduidelijk wie de bestuurder was. Om opheldering daarover te krijgen en over de vraag wie bij het ongeval betrokken waren en wat de omstandigheden rondom de aanrijding waren (onder meer het rijden onder invloed) wil ASR (in ieder geval) de genoemde getuigen horen.
4.De beoordeling
4.1.
Het verzoekschrift voorlopige bewijsverrichtingen moet op grond van artikel 197 lid 2 WetboekPro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) inhouden:
a. een kernachtige omschrijving van het geschil of de gebeurtenis waarop het verzoek betrekking heeft en de gronden van het verzoek;
b. de aard en het beloop van de vordering;
c. de naam en woonplaats van de wederpartij of de redenen waarom de wederpartij onbekend is.
4.2.
ASR heeft aan de formele eisen van het verzoekschrift voldaan. In een dergelijk geval wordt het verzoek toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is:
- dat de informatie die wordt verlangd, niet voldoende is bepaald;
- er onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
- er sprake is van misbruik van bevoegdheid of
- als er andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
4.3.
Het verzoek voldoet aan de eisen van de wet en gesteld noch gebleken is dat sprake is van afwijzengsgronden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4.4.
De advocaat van ASR zal door de rechtbank worden belast met het oproepen van de getuigen.
4.5.
Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld circa 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen moeten ten minste tien dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank worden opgegeven.
4.6.
De rechtbank wijst ASR erop dat de rechtbank voor het verhoor in beginsel maximaal 60 minuten in totaal per getuige zal reserveren. Als ASR van mening is dat meer tijd noodzakelijk is, moet zij dit – binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking – gemotiveerd aan de rechter verzoeken.
4.7.
Omdat de advocaat van verweerder al in het bezit is van het verzoekschrift en een afschrift van deze beschikking ontvangt, is ASR niet gehouden verweerders een afschrift van deze stukken te verstrekken.
4.8.
Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank na afloop van een of meer voorlopige bewijsverrichtingen op verzoek van partijen of een van hen of ambtshalve een (nieuwe) mondelinge behandeling kan bevelen om een schikking te beproeven of tot het geven van inlichtingen aan de rechtbank. Tijdens deze mondelinge behandeling kan de rechtbank ook de verdere behandeling van geschillen over de vordering met partijen bespreken.
proceskosten
4.9.
De rechtbank veroordeelt [verweerder] op grond van artikel 289 RvPro ambtshalve in de proceskosten en licht dat als volgt toe.
4.9.1.
Er is een mondelinge behandeling gepland, omdat namens [verweerder] is bericht dat hij het niet eens was met het verzoek en dat hij een mondelinge behandeling wilde om dat toe te lichten. [verweerder] en zijn advocaat zijn niet verschenen en namens hem is uiteindelijk geen verweer gevoerd. Dit is echter zodanig laat meegedeeld, dat de zitting doorgang heeft gevonden. ASR is daarbij verschenen. Zo heeft ASR onnodig kosten moeten maken.
4.9.2.
De rechtbank zal [verweerder] daarom veroordelen in de kosten, die worden beperkt tot het salaris van haar advocaat voor de mondelinge behandeling. De kosten voor het griffierecht en het salaris voor het opstellen van het verzoek blijven voor rekening van ASR. Zij had deze kosten namelijk ook gemaakt als [verweerder] direct had laten weten geen verweer te voeren. De kosten aan de kant van ASR worden tot nu vastgesteld op € 653,00 (1 punt x tarief II). Ook wordt [verweerder] veroordeeld in de kosten die na deze beschikking ontstaan, te weten € 189,00 en de in de beslissing genoemde verhoging. De totale proceskosten tot nu toe bedragen daarmee € 842,00.
5.De beslissing
De rechtbank
5.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor,
5.2.
bepaalt dat de advocaat van ASR voor de oproeping van de getuigen zorgt,
5.3.
het getuigenverhoor zal worden gehouden door een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank,
5.4.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Alkmaar, Kruseman van Eltenweg 2,
5.5.
bepaalt dat ASR binnen twee wekenna de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met oktober 2026moet opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.6.
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten, aan de kant van ASR tot nu toe vastgesteld op € 842,00, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [verweerder] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en de beschikking daarna wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Auwerda en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026.