Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3372

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
HAA 25/3079
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetArt. 4:17 lid 3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sluiting woning wegens hennepplantage en afwijzing beroep tegen bestuursdwang

Op 16 december 2024 trof de politie in de woning van eiser een omvangrijke hennepplantage aan met honderden planten, stekken en henneptoppen, alsmede 2,8 kg hasj en professionele kweekapparatuur. Naar aanleiding hiervan besloot de burgemeester op 23 januari 2025 de woning voor zes maanden te sluiten.

Eiser verzocht om een voorlopige voorziening, welke op 25 februari 2025 werd afgewezen, waarna de woning daadwerkelijk werd gesloten. Het bezwaar van eiser tegen de sluiting werd op 7 juli 2025 door de burgemeester ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was en onder de gegeven omstandigheden terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot sluiting. De sluiting is geschikt en noodzakelijk om herhaling te voorkomen, een signaal af te geven en het pand uit het criminele circuit te halen. De ernst, omvang en professionaliteit van de hennepkwekerij en de kwetsbaarheid van de buurt rechtvaardigen de maatregel.

Hoewel eiser persoonlijke gevolgen ondervindt, waaronder het verlies van zijn woning en stress, zijn deze inherent aan de maatregel en wegen de algemene belangen zwaarder. De rechtbank wijst ook het beroep af dat de burgemeester een dwangsom had moeten verbeuren wegens niet tijdig beslissen, omdat de beslissing binnen de wettelijke termijn is genomen.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de sluiting van de woning voor zes maanden in stand blijft en eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens de hennepplantage.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/3079
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. S. Meijer),
en

de burgemeester van de gemeente Zaanstad, verweerder

(gemachtigde: mr. S.E.H. van Thoor).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over de sluiting van de woning van eiser aan [adres] in [plaats] voor zes maanden. Op 16 december 2024 heeft de politie in deze woning een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Er zijn in drie verschillende (kweek-)ruimtes 100 gedroogde hennepplanten, 140 stekken, 127 hennepplanten in groeifase en 688 gram henneptoppen aangetroffen. In de schuur is 2,8 kg hasj aangetroffen. Daarnaast is allerlei apparatuur aangetroffen, zoals koolstoffilters, schakelborden, lampen, ventilatoren en pompen. Dit was voor de burgemeester aanleiding om de woning bij besluit van 23 januari 2025 te sluiten voor zes maanden. Op 25 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank uitspraak [1] gedaan over de voorlopige voorziening die eiser heeft gevraagd in afwachting van de beslissing op bezwaar. Dit verzoek is afgewezen. De woning is direct na deze uitspraak daadwerkelijk gesloten op 25 februari 2025.
Met het bestreden besluit van 7 juli 2025 op het bezwaar van eiser is de burgemeester bij zijn besluit gebleven. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en namens de burgemeester zijn gemachtigde, [naam 1] en [naam 2] .
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Beoordeling door de rechtbank

Sluiting van de woning
1. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester de woning mocht sluiten. Hiervoor geeft de rechtbank de volgende motivering.
2. De rechtbank stelt voorop dat de bevoegdheid tot sluiting van de woning op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet niet langer ter discussie staat. De beroepsgronden hierover zijn door de gemachtigde van eiser tijdens de zitting ingetrokken. Het gaat in deze zaak nog wel om de vraag of de burgemeester onder de gegeven omstandigheden gebruik mocht maken van zijn bevoegdheid. De rechtbank vindt dat dit zo is.
3. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester de sluiting van de woning een geschikt en noodzakelijk middel heeft kunnen achten. Dat de hennepkwekerij direct na het aantreffen zou zijn ontmanteld en de woning twee maanden daarna is gesloten, maakt niet dat de sluiting niet meer geschikt of – zoals door de gemachtigde van eiser op de zitting werd benadrukt – niet meer noodzakelijk is. Hierbij neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat een zorgvuldige besluitvorming vooraf moet gaan aan een ingrijpend middel als een woningsluiting. Degene tot wie de last tot sluiting is gericht, moet voldoende in de gelegenheid zijn gesteld om zijn of haar visie daarover naar voren te brengen. Daar komt bij dat de burgemeester in dit geval het voorlopig oordeel van de rechtbank heeft willen afwachten voordat hij daadwerkelijk tot sluiting overging. Dat acht de rechtbank niet onredelijk. Zelfs als de hennepkwekerij direct na constatering helemaal zou zijn ontmanteld, draagt de sluiting daarnaast nog altijd bij aan de daarmee te dienen doelen, te weten het voorkomen van herhaling, het geven van een signaal aan de omgeving en het onttrekken van het pand aan de bekendheid in het criminele circuit.
4. De burgemeester heeft verder terecht de ernst en omvang van de situatie meegewogen. De schaal waarop is geproduceerd, de inrichting van de teeltlocatie en de hoeveelheid aangetroffen drugs wijzen op een hoge mate van professionaliteit. Dat er geen feitelijke loop naar de woning is geconstateerd voor de verkoop van drugs, doet daaraan niet af. Juist (ook) een grote, professionele teeltlocatie moet bekend hebben gestaan in het criminele en/of drugscircuit. De rechtbank volgt de burgemeester daarom in zijn standpunt dat deze teeltlocatie een rol heeft vervuld binnen de keten van de drugshandel en het nodig was om die schakel eruit te halen. Daar komt bij dat de buurt waarin de woning van eiser zich bevindt volgens de burgemeester al vaker te maken heeft gehad met drugscriminaliteit en mede om die reden als kwetsbaar is aan te merken. Onder deze omstandigheden is de noodzaak van de woningsluiting ter bescherming van het woon- en leefklimaat en herstel van de openbare orde gegeven.
5. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat de burgemeester de sluiting evenwichtig heeft kunnen achten. De rechtbank begrijpt van eiser dat hij zich onder druk gesteld voelde om derden in zijn woning een hennepkwekerij te laten oprichten en gebruiken. Dat doet echter niet af aan het feit dat hij als huurder van de woning verantwoordelijk is voor wat er in zijn woning gebeurt. Om die reden is het niet zo dat hem geen verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank ziet verder in dat de woningsluiting persoonlijke gevolgen heeft gehad voor eiser. Hij heeft zijn woning moeten verlaten, het huurcontract is ontbonden, hij heeft kosten gemaakt en veel stress gehad, vooral ook vanwege zijn hond. Hoewel de rechtbank dit inziet, zijn deze gevolgen tegelijkertijd wel inherent aan een woningsluiting. De burgemeester heeft mogen besluiten dat deze nadelige gevolgen niet opwegen tegen de algemene belangen die met de sluiting zijn gediend. Daarbij betrekt de rechtbank dat de burgemeester met eiser heeft meegedacht over alternatieve woonruimte en het wijkteam heeft ingeschakeld.
6. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de burgemeester de woning heeft mogen sluiten en niet met een mindere maatregel heeft hoeven volstaan, zoals de door eiser voorgestelde waarschuwing of last onder dwangsom.
Dwangsom wegens niet tijdig beslissen
7. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester geen dwangsom heeft verbeurd wegens het niet tijdig beslissen op eisers bezwaar. Daarvoor bestaat alleen aanleiding als de burgemeester niet binnen twee weken op een na afloop van de beslistermijn ontvangen ingebrekestelling heeft beslist [2] . Dat doet zich hier niet voor. Eiser heeft de burgemeester op 23 juni 2025 schriftelijk in gebreke gesteld en vervolgens is binnen twee weken, op 7 juli 2025, de beslissing op bezwaar genomen en op 8 juli 2025 per e-mail aan eisers gemachtigde gestuurd.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit om de woning te sluiten voor de duur van zes maanden in stand blijft. Ook heeft eiser geen recht op een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2026 door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van mr. I.W. Neleman, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Dit staat in artikel 4:17, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht.