Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Beslissing
26 (zesentwintig) maanden.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 6 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die wordt verdacht van medeplegen van de opzettelijke invoer van 12 kilogram cocaïne via luchthaven Schiphol. De cocaïne werd aangetroffen in koffers van verdachte en een medeverdachte. De rechtbank acht bewezen dat verdachte wist van de inhoud en medepleegde met een derde partij die de reis regisseerde en financierde.
De rechtbank motiveert dat verdachte niet geloofwaardig was in zijn bewering dat hij niet wist dat er cocaïne in de koffers zat. De reis werd volledig door een derde betaald en georganiseerd, verdachte gaf valse informatie aan de douane en hield zijn medeverdachte onwetend. De omstandigheden van de reis, waaronder het tijdelijk wegbrengen van koffers door een onbekende man, ondersteunen het oordeel dat verdachte opzet had.
De strafmaat is vastgesteld op 26 maanden gevangenisstraf, waarbij rekening is gehouden met nieuwe uitgangspunten van de rechtbank Noord-Holland voor drugskoeriers. Deze uitgangspunten matigen de straffen ten opzichte van eerdere oriëntatiepunten, vanwege een disbalans met straffen voor georganiseerde drugshandelaren en de kwetsbare positie van koeriers. De rechtbank weegt ook het ontbreken van een strafblad mee. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van 12 kilogram cocaïne.