Op 6 januari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 25 september 2025 op Schiphol werd aangehouden met 12 kilogram cocaïne in zijn koffer. De verdachte, geboren in 1998 en zonder vaste woon- of verblijfplaats, was gedetineerd en werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.H. van Dijk. De officier van justitie, mr. M. Sobering, vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, terwijl de verdediging pleitte voor vrijspraak van het medeplegen van de invoer van de cocaïne. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk de cocaïne had ingevoerd, mede op basis van de omstandigheden van de reis en de instructies van een derde partij, [naam]. De rechtbank achtte het medeplegen bewezen, gezien de nauwe samenwerking tussen de verdachte en [naam]. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 26 maanden op, rekening houdend met de nieuwe uitgangspunten voor strafmaat in drugszaken. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de schadelijkheid van cocaïne voor de gezondheid, en weegt de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee in de strafmaat.