Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
zij op of omstreeks 23 januari 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- ongeveer 16.000 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC en/of
- ongeveer 62,85 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
- ongeveer 480,4 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
zij op of omstreeks 23 januari 2024 te Alkmaar een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 bussen pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
zij op 23 januari 2024 te Alkmaar tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- ongeveer 16.000 pillen van een materiaal bevattende MDMA en
- 62,85 gram van een materiaal bevattende MDMA en
- 480,4 gram, van een materiaal bevattende amfetamine.
zij op 23 januari 2024 te Alkmaar een wapen van categorie II, onder 6 van de Wet wapens en munitie, te weten 3 bussen pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende en soortgelijke stoffen voorhanden heeft gehad.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten:
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vermogensmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
6 (zes) MAANDENmet bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
180 (honderdtachtig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.