Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 18 maart 2026 heeft afgelegd;
- een proces-verbaal van aangifte van 8 december 2025 (dossierpagina’s 25 e.v.);
- een proces-verbaal van verhoor getuige van 8 december 2025 (dossierpagina’s 14 e.v.);
- een proces-verbaal van verhoor getuige van 8 december 2025 (dossierpagina’s 19 e.v.);
- de bekennende verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 18 maart 2026 heeft afgelegd;
- een proces-verbaal van aangifte van 19 augustus 2025 (dossierpagina’s 5 e.v.);
- een proces-verbaal van aangifte van 19 augustus 2025 (dossierpagina’s 36 e.v.);
- de bekennende verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 18 maart 2026 heeft afgelegd;
- een proces-verbaal van aangifte van 26 november 2025 (dossierpagina’s 5 e.v.).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
- een meldplicht bij de reclassering;
- opname in een zorginstelling;
- ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname);
- beheersing middelengebruik.
acht maandenmoet worden opgelegd,
waarvan vier maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van drie jaar. Het voorwaardelijk strafdeel is (mede) bedoeld de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van de proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank acht het noodzakelijk de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, beveelt de rechtbank dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
8 (acht) maanden;
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 3 (drie) jaren;
zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact opnemen met de verdachte voor de eerste afspraak;
nodig vindt, laat opnemen in, en behandelen door, FPA Heiloo of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk, nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op diagnostiek, psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, dan werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering en zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, terugvalpreventie en cognitieve vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven
medicatie zal gebruiken.
Indien sprake is van een terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie, stabilisatie, observatie, diagnostiek en/of crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs) en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
[benadeelde]gedeeltelijk toe tot een bedrag van
€ 1.000,-;