Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3532

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/15/375234 / JU RK 26-329
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Brussel II terArtikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in jeugdhulpaccommodatie

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De minderjarige verblijft sinds zes maanden op een kamertrainingsplek met begeleiding en volgt een opleiding. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de minderjarige voelt zich bij hen niet veilig.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de vader, de advocaat van de ouders en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De moeder was verhinderd. De minderjarige gaf aan het eens te zijn met het verzoek en wil graag op de huidige plek blijven wonen.

De kinderrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat het Nederlands recht van toepassing is. Gezien de stabiliteit, begeleiding en het welzijn van de minderjarige op de huidige plek, en het belang van haar verzorging en opvoeding, is verlenging van de machtiging noodzakelijk. De machtiging wordt verlengd tot 14 juli 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 14 juli 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/375234 / JU RK 26-329
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ( [land] ),
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]en
[de vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader of de ouders,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. B. Kochheim-Bossink uit Aerdenhout.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de beschikking van 4 maart 2026 en het daarin genoemde stuk mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met de advocaat van de ouders en een tolk;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .
1.3.
De moeder is niet verschenen. De advocaat van de ouders heeft toegelicht dat de moeder vanwege werkverplichtingen niet kon verschijnen.
1.4.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 12 juni 2025 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden. Bij beschikking van de kinderrechter van 10 september 2025 is [de minderjarige] definitief onder toezicht gesteld tot 14 juli 2026.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van 12 juni 2025 is ook een (spoed)machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een pleeggezin (pleegzorg) tot 10 juli 2025. Bij beschikking van de kinderrechter van 24 juni 2025 is deze machtiging verlengd tot 12 september 2025, waarbij de machtiging is verleend voor in een pleeggezin (pleegzorg), gezinsgericht en accommodatie jeugdhulpaanbieder. Bij beschikking van de kinderrechter van 10 september 2025 is daarna een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 10 maart 2026.
2.5.
Bij beschikking van de kinderrechter van 4 maart 2026 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd voor zeer korte duur, te weten tot 24 maart 2026, waarbij de behandeling van het verzoek voor het overige is aangehouden tot de zitting van 23 maart 2026.

3.Het (resterende) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling (tot haar meerderjarigheid) en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI onderbouwt het verzoek mondeling en schriftelijk als volgt. [de minderjarige] verblijft sinds zes maanden op een kamertrainingsplek bij [jeugdhulpaanbieder] , waarbij zij een mentor en een begeleider heeft. [jeugdhulpaanbieder] is erg tevreden over [de minderjarige] . Soms vindt [de minderjarige] het alleen nog lastig zich aan de huisregels te houden. Er worden gesprekken met haar gevoerd over haar seksuele veiligheid. [de minderjarige] volgt een stewardessenopleiding en heeft verschillende baantjes. Zij wil graag op de huidige plek blijven wonen. Bij de ouders voelt zij zich niet veilig en zij was daar ongelukkig en depressief. Volgens [jeugdhulpaanbieder] kan [de minderjarige] niet bij de ouders wonen en zit [de minderjarige] nu op een voor haar passende plek. Er wordt onderzocht of [de minderjarige] ook na haar meerderjarigheid op deze plek kan blijven. De GI gaat een aanmelding doen bij beschermd wonen.

4.Het standpunt van de ouders

4.1.
De vader en de advocaat van de ouders hebben aangegeven dat de ouders het eens zijn met het verzoek, al geeft de vader ook aan dat hij het lastig vindt dat [de minderjarige] niet thuis woont. Bij de ouders thuis is er nu meer rust. Het gaat goed met [de minderjarige] op de plek bij [jeugdhulpaanbieder] en de ouders zien in dat het voor [de minderjarige] ’s toekomst goed is dat zij daar blijft wonen.

5.De mening van [de minderjarige]

5.1.
is het eens met het verzoek. Het gaat goed met haar bij de plek bij [jeugdhulpaanbieder] . [de minderjarige] houdt veel van de ouders, maar zij wil haar eigen weg gaan in het leven. Zij hoopt dat de ouders dat kunnen accepteren, al begrijpt zij dat dat moeilijk is voor hen.

6.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
6.1.
Omdat de vader de Eritrese nationaliteit heeft, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek. De gewone verblijfplaats van [de minderjarige] is in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. [1] Het Nederlands recht is van toepassing op het verzoek. [2]
Inhoudelijke beoordeling
6.2.
Op basis van wat tijdens de zitting naar voren is gekomen, heeft de kinderrechter geen aanleiding gevonden om het in genoemde beschikking van 4 maart 2026 geformuleerde oordeel te wijzigen. Die beschikking wordt dan ook gehandhaafd.
6.3.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de (verdere) verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [3] [de minderjarige] verblijft nu op een plek bij [jeugdhulpaanbieder] , waar het goed met haar gaat en waar voldoende beschermende factoren voor haar aanwezig zijn. Zo heeft zij daar stabiliteit, zelfstandigheid, begeleiding en toezicht. [de minderjarige] wil graag op deze plek blijven wonen. Ook de ouders geven aan dat het voor [de minderjarige] het beste is om op deze plek te blijven wonen. Het is nu dan ook niet in [de minderjarige] ’s belang om bij de ouders te wonen. Daarbij komt dat [de minderjarige] in de afgelopen maanden tijdelijk weinig contact heeft gehad met de ouders. Dit contact wordt nu weer opgebouwd. Het is daarom in [de minderjarige] ’s belang dat zij op de huidige plek kan blijven wonen en dat onderzocht wordt waar zij na haar meerderjarigheid het best kan wonen.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige]in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 juli 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. J. Lintjer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier, en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 7 Brussel Pro II ter.
2.Artikel 15 Haags Pro Kinderbeschermingsverdrag 1996.
3.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.