ECLI:NL:RBNHO:2026:3585
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en toedeling onroerend goed in Polen bij echtscheiding
De rechtbank Noord-Holland heeft op 3 april 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man met de Nederlandse nationaliteit en een vrouw met de Poolse nationaliteit. De rechtbank verklaart het huwelijk duurzaam ontwricht en spreekt de echtscheiding uit. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht en past Nederlands recht toe op het verzoek tot echtscheiding en de verdeling van het huwelijksvermogen.
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen, zonder huwelijkse voorwaarden, waardoor alle goederen en schulden in de gemeenschap vallen. De rechtbank bepaalt dat de man het recht heeft om de echtelijke woning in Nederland exclusief te gebruiken tot zes maanden na inschrijving van de echtscheiding, mits hij de woning bewoont. De woning wordt aan de man toegewezen onder de voorwaarde dat hij de vrouw ontslaat van hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en dat over- of onderwaarde wordt gedeeld.
Een geschil bestond over onroerend goed in Polen dat de vrouw via schenking en erfenis verkreeg. De rechtbank oordeelt dat dit onroerend goed in de gemeenschap valt, omdat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat het onaanvaardbaar is dit buiten de gemeenschap te houden. De waarde van het Poolse onroerend goed wordt vastgesteld door een gezamenlijke taxatie. Verder worden de activa van de eenmanszaak van de man aan hem toegewezen, met een vergoeding aan de vrouw wegens overbedeling. Diverse schulden en bankrekeningen worden verdeeld volgens de helft-regel. Het verzoek van de man tot vergoeding van hypotheekrente door de vrouw wordt afgewezen omdat de man het exclusieve gebruik van de woning had zonder gebruiksvergoeding te betalen.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en bepaalt dat het Poolse onroerend goed in de gemeenschap valt en regelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap en woninggebruik.