Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3630

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
C/15/372369 / FA RK 25-6161
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen aangehouden wegens afwachting inspanningen vader

De moeder verzoekt de rechtbank het gezamenlijk gezag over drie minderjarige kinderen te wijzigen zodat zij het gezag alleen krijgt. Zij stelt dat de vader zich de afgelopen anderhalf jaar afzijdig heeft gehouden, niet bereikbaar is voor gezagsbeslissingen en dat de verstandhouding ernstig verstoord is. De kinderen hebben traumatherapie nodig vanwege de onduidelijke rol van de vader.

De vader erkent het gebrek aan communicatie, maar stelt dat hij bereikbaar is via zijn werktelefoon en dat de moeder daar geen gebruik van maakt. Hij is het niet eens met het verzoek, maar staat open voor beëindiging van het gezamenlijk gezag als dat beter is voor de kinderen.

De rechtbank constateert gewijzigde omstandigheden en een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Tegelijkertijd ziet de rechtbank nog enige ruimte voor verbetering, mede omdat de vader sinds december 2025 enkele omgangsmomenten heeft gehad en openstaat voor mediation. De vader moet de communicatie met de moeder verbeteren en samen met haar omgangsafspraken maken.

De rechtbank houdt het verzoek aan voor acht maanden en verzoekt partijen schriftelijk te rapporteren over de voortgang. Daarna zal een definitieve beslissing worden genomen. De vader wordt aangespoord zijn rol als ouder te verduidelijken en verantwoordelijkheid te nemen in het belang van de kinderen.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging gezag aangehouden voor acht maanden in afwachting van inspanningen vader om communicatie en omgang te verbeteren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
verzoek gezagswijziging
zaak-/rekestnr.: C/15/372369 / FA RK 25-6161
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 7 april 2026
in de zaak van:
[de moeder],
hierna mede te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
in deze zaak domicilie kiezende op het kantooradres van haar advocaat,
advocaat: mr. S. Kuijs, kantoorhoudende te Heiloo,
--tegen--
[de vader],
hierna mede te noemen: de vader,
wonende te [plaats] .
hierna ook te noemen: de ouders.
De rechtbank merkt als informanten aan:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Haarlem
hierna te noemen: de Raad,
de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 1 december 2025.
1.2.
De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 maart 2026 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. S. Kuijs en de vader
.
1.3.
Tevens waren ter zitting aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad en [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI.
1.4.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt.
1.5.
Gelijktijdig met de behandeling van deze zaak is behandeld het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] (zaaknummer C/15/373850 / JU RK 26-120).

2.Feiten en omstandigheden

2.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
2.2.
Uit deze relatie zijn geboren de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , op [geboortedatum] te [plaats] ;
- [de minderjarige 2] , op [geboortedatum] te [plaats] ;
- [de minderjarige 3] , op [geboortedatum] te [plaats] .
2.3.
De vader heeft de kinderen erkend en ouders bekleden gezamenlijk het ouderlijk gezag.
2.4.
Bij beschikking van 23 november 2021 is door deze rechtbank een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld en bepaald dat het door partijen op 10 november 2021 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van die beschikking.
2.5.
Bij beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2025 zijn deze minderjarigen onder toezicht gesteld.
2.6.
Op 10 maart 2026 heeft de kinderrechter in de zaak met zaaknummer C/15/373850 / JU RK 26-120 mondeling uitspraak gedaan en is de ondertoezichtstelling verlengd met de duur van acht maanden, te weten tot 2 december 2026.

3.Verzoek

3.1.
Het verzoek van de moeder strekt tot wijziging van het gezag over voornoemde minderjarigen in die zin dat het gezag over de minderjarigen voortaan alleen aan haar toekomt.
3.2.
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek aangevoerd dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW). De vader is niet betrokken in, en niet bereikbaar voor haar bij de te nemen gezagsbeslissingen.
De verstandhouding tussen de ouders is nog altijd ernstig verstoord. Er is geen communicatie en geen samenwerking met de vader. Het contact vindt enkele plaats via de hulpverlening, alle overige kanalen zijn geblokkeerd. De vader heeft zich de afgelopen ruim anderhalf jaar volledig afzijdig gehouden, waardoor ook de hulpverlening die aan hem is aangeboden amper van de grond komt.
Voor de kinderen is niet duidelijk of en wat zij van hun vader kunnen verwachten en zij hebben traumatherapie nodig om daar mee om te gaan. De moeder is zich ervan bewust dat dit vanuit de vader niet zozeer onwil, maar eerder onmacht zal zijn. De moeder ziet niet in waarom en hoe zij de komende jaren gezamenlijk met de vader invulling zou moeten geven aan het ouderlijk gezag. Het is voor de vader in een situatie zonder omgang ook feitelijk niet goed mogelijk om een afweging te maken met het oog op te nemen beslissingen. De moeder acht het niet aannemelijk dat hierin uiteindelijk verbetering zal komen, nu de vader niet open staat om met de moeder om tafel te gaan.

4.Verweer

4.1.
De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij de moeder op zijn privételefoon en op zijn e-mail geblokkeerd heeft. Wel is de vader altijd bereikbaar op zijn werktelefoon. De moeder kan hem bellen als zij toestemming nodig heeft of iets wil mededelen over de kinderen. Hier maakt de moeder echter geen gebruik van. Het ligt dus niet aan de vader dat er geen communicatie is.
De vader vindt het lastig om op dit moment constructieve, sluitende afspraken te maken over omgang met de kinderen. Hij moet rekening houden met zijn eigen thuissituatie en er zijn grenzen aan wat hij zelf aankan. De vader is het niet eens met het verzoek van de moeder. De vader wil dat zijn kinderen een goede toekomst hebben en zo min mogelijk merken van de onderlinge conflicten tussen de ouders. De vader houdt heel veel van zijn kinderen en als het voor de kinderen beter is om het gezamenlijk gezag te beëindigen, dan zal de vader daarin meegaan.

5.Beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.2.
Allereerst zal de rechtbank beoordelen of er sprake is van gewijzigde omstandigheden als bedoeld in artikel 1:253n, eerste lid, BW.
5.3.
Uit het dossier en wat op zitting is besproken komt naar voren dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] hun vader lange tijd niet hebben gezien en dat er geen uitvoering meer wordt gegeven aan het door de ouders overeengekomen ouderschapsplan. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden.
5.4.
Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW van overeenkomstige toepassing. Hierin is bepaald dat de rechter het gezamenlijk gezag kan beëindigen en één van beide ouders met het gezag over een kind kan belasten, indien:
- er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders, en
- niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt, of
- indien dit anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
5.5.
De rechtbank is van oordeel dat er een onaanvaardbaar risico is dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] klem en verloren raken tussen de ouders. Daar staat tegenover dat de rechtbank nog wel enige ruimte ziet dat hier binnen afzienbare tijd verbetering in kan komen. Om die reden is het nog te vroeg om een definitieve uitspraak te doen op het verzoek van de moeder. De rechtbank zal het verzoek daarom aanhouden. Hieronder legt de rechtbank uit waarom.
5.6.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de vader sinds december 2025 driemaal omgang heeft gehad met [de minderjarige 1] , waarvan eenmalig ook met [de minderjarige 2] . Met [de minderjarige 3] is nog geen omgang geweest. De omgangsmomenten zijn zonder overleg met de moeder en buiten medeweten van de GI tot stand gekomen. De vader heeft zich op het standpunt gesteld dat structurele omgangsafspraken niet mogelijk zijn. Zijn huidige gezinssituatie laat dat niet toe en de vader kan dat naar eigen zeggen niet veranderen.
De vader heeft verklaard dat hij het beste met de kinderen voorheeft. Hij kon desgevraagd ter zitting echter niet aangeven hoe hij zijn ouderlijk gezag wenst in te vullen. Niet duidelijk is geworden of de vader bereid is om de verantwoordelijkheid, die het ouderlijk gezag met zich meebrengt, ook wenst te dragen. De kinderrechter vindt dit verdrietig voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , temeer nu de vader deze verantwoordelijkheid wel wil dragen voor de dochter van zijn huidige vrouw en het zoontje dat zij samen hebben.
5.7.
Zoals hiervoor aangegeven zijn er voorzichtige positieve ontwikkelingen. De vader heeft aangegeven open te staan voor mediation en heeft de komende periode gesprekken met [naam] over hoe het contact met de kinderen weer kan worden opgestart en over hoe dit er uit moet zien. Inmiddels zijn er een paar omgangsmomenten geweest. Duidelijk is dat de kinderen hier veel behoefte aan hebben. Ook de moeder ziet dit en zij staat open voor omgang, mits dit in onderling overleg en voorspelbaar gebeurt. De rechtbank onderschrijft dit standpunt van de moeder. De kinderen zijn begonnen aan een hulpverleningstraject vanwege onder andere de trauma’s die zij hebben opgelopen door de onduidelijke rol van de vader in hun leven. Om de onderlinge contacten en omgang goed te laten verlopen is het nodig dat de ouders met elkaar kunnen overleggen. De rechtbank is van oordeel dat de vader zich op dit punt in het belang van zijn kinderen meer flexibel zal moeten opstellen. Zolang telefonisch overleg tussen de ouders nog te moeizaam verloopt, is e-mail of whatsapp daarvoor een geschikt medium. De vader zal dus de e-mailblokkade van de moeder moeten opheffen en de moeder ook de mogelijkheid moeten geven tot whatsapp contact.
5.8.
De rechtbank wil de vader meegeven dat in de komende maanden voor hem duidelijk moet worden welke rol hij wenst te spelen in het leven van zijn kinderen. De huidige invulling van het gezag door de vader is onvoldoende. De vader is op dit moment onvoldoende bereid of in staat om de verantwoordelijkheid over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te dragen. Zo heeft de GI tijdens de zitting verteld dat de vader geen initiatief neemt richting de school van de kinderen. Ook is de vader onvoldoende bereikbaar geweest voor de hulpverlening in de traumatherapie voor de kinderen. En tot slot weigert de vader afspraken te maken die de kinderen de duidelijkheid geven die zij zo hard nodig hebben. Verantwoordelijkheid brengt ook verplichtingen met zich mee. Deze verplichtingen houden in dat er meer overleg is met de moeder, dat de vader een stabiele basis en omgang biedt aan de kinderen en dat hij duidelijk is over zijn rol als vader van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Als het de vader niet lukt om zich aan deze verplichtingen te (gaan) houden, zal dat opnieuw en nog meer schade toebrengen aan de kinderen. Dit is, vanzelfsprekend, niet in hun belang.
5.9.
Gelet op het bovenstaande verwacht de rechtbank van de vader de volgende concrete stappen:
  • de vader stelt de moeder in staat om via e-mail of whatsapp met elkaar te communiceren;
  • de vader maakt samen met de moeder en in samenspraak met de GI en de hulpverlening, omgangsafspraken over de kinderen, en
  • de vader houdt zich aan de gemaakte omgangsafspraken
In afwachting van de inspanningsresultaten van de vader zal de rechtbank de beslissing op het verzoek aanhouden voor de duur van acht maanden. De rechtbank zal de partijen verzoeken om schriftelijk te berichten over de dan actuele stand van zaken.

6.Beslissing

De rechtbank:
6.1.
houdt aan de beslissing over het gezag tot een
nader te bepalen zittingsdatum in november 2026;
6.2.
verzoekt de partijen de rechtbank schriftelijk te berichten omtrent hetgeen onder punt 5.9. wordt genoemd en de daaraan te verbinden gevolgen;
6.3.
bepaalt dat het schriftelijk bericht
uiterlijk twee wekenvoor de nader te bepalen zittingsdatum door de rechtbank ontvangen dient te zijn;
6.4.
bepaalt dat daarna zal worden beslist over de verdere voortgang van de procedure.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.D. de Jong, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. van Lede-Terhaar sive Droste als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.