ECLI:NL:RBNHO:2026:364

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
C/15/372656/ HA RK 25-188
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:23c BWArt. 6:143 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening vereffening en doorhaling hypotheek na volledige aflossing geldlening

In oktober 2019 zijn verzoeker en een medeverzoeker een hypothecaire geldlening aangegaan bij Roe Holding B.V. voor de aankoop van een recreatiewoning. De vorderingsrechten zijn eind 2019 overgedragen aan een open fonds voor gemene rekening (OFGR), waarvan Stichting [de stichting] beheerder en bewaarder was. Roe Holding B.V. is per 30 december 2019 opgehouden te bestaan en de geldlening is vanaf januari 2020 volledig afgelost aan het OFGR.

Ondanks volledige aflossing is de hypothecaire inschrijving op de recreatiewoning niet doorgehaald, waardoor verkoop van de woning wordt belemmerd. Stichting [de stichting] is per 16 april 2025 opgehouden te bestaan. Verzoeker verzoekt daarom de heropening van de vereffening van Stichting [de stichting] en de benoeming van een vereffenaar om de doorhaling van de hypotheek te realiseren.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker als belanghebbende kan worden beschouwd en dat de heropening van de vereffening analoog kan worden toegepast om uitvoering van een rechtshandeling mogelijk te maken. Gezien de volledige aflossing en het belang bij doorhaling van de hypotheek wordt het verzoek toegewezen en wordt mevrouw C. van Westen-Pool benoemd tot vereffenaar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank heropent de vereffening van Stichting [de stichting] en benoemt een vereffenaar om de doorhaling van de hypotheek mogelijk te maken.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: C/15/372656 / HA RK 25-188
Beschikking van 15 januari 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[verzoeker],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. J.P. Groen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- de e-mail namens [verzoeker] van 16 december 2025,
- de e-mail, met bijlagen, namens [verzoeker] van 13 januari 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] is samen met de heer [naam] (hierna: [naam] ) in oktober 2019 een hypothecaire geldlening (hierna: de geldlening) aangegaan met Roe Holding B.V. (hierna: Roe). [verzoeker] en [naam] hebben een bedrag geleend van € 160.000,- voor de aankoop van een recreatiewoning. Ter zekerheid voor terugbetaling van het geleende bedrag is ten behoeve van Roe een hypotheek gevestigd op de recreatiewoning.
2.2.
De vorderingsrechten van Roe, waaronder die uit hoofde van de geldlening op [verzoeker] en [naam] , zijn op 31 december 2019 overgedragen aan het open fonds voor gemene rekening [OFGR] (hierna: het OFGR). Stichting [de stichting] (hierna: [de stichting] ) was op dat moment beheerder en bewaarder van het OFGR.
2.3.
Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat op 31 december 2019 is geregistreerd dat Roe is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 30 december 2019.
2.4.
[verzoeker] en [naam] hebben vanaf januari 2020 de over de geldlening maandelijks verschuldigde rente aan het OFGR voldaan. Zij hebben aan het OFGR ook aflossingen voldaan van in totaal € 160.000,-.
2.5.
Bij brief van 2 februari 2022 is door het OFGR aan [verzoeker] bevestigd dat de geldlening volledig is afgelost.
2.6.
De aan de geldlening verbonden hypothecaire inschrijving op de recreatiewoning is niet doorgehaald.
2.7.
Uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat op 30 april 2025 is geregistreerd dat [de stichting] is opgehouden te bestaan omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn met ingang van 16 april 2025.
2.8.
[verzoeker] en [naam] willen de recreatiewoning verkopen. Er is een conceptovereenkomst opgesteld en de beoogde leveringsdatum is 30 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
In het verzoekschrift verzoekt [verzoeker] heropening van de vereffening van Roe en [de stichting] en benoeming van een vereffenaar als bedoeld in artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW). In de e-mail van 13 januari 2026 heeft [verzoeker] dit verzoek beperkt tot enkel heropening van de vereffening van [de stichting] en benoeming van een vereffenaar.
3.2.
Aan het verzoek legt [verzoeker] het volgende ten grondslag. [verzoeker] heeft er recht en belang bij dat de hypothecaire inschrijving op de recreatiewoning wordt doorgehaald. De geldlening is volledig afbetaald en de hypothecaire inschrijving is daardoor waardeloos geworden. Door de hypothecaire inschrijving kan de recreatiewoning niet worden geleverd. De vereffening van [de stichting] moeten worden heropend omdat zij de partij is op wie, in haar hoedanigheid van beheerder en bewaarder van het OFGR, de geldlening op grond van artikel 6:143 BW Pro is overgegaan. Bij toewijzing van het verzoek kan vanuit [de stichting] een verklaring van waardeloosheid worden afgegeven en verder het nodige worden gedaan om de hypothecaire inschrijving door te halen. [verzoeker] verzoekt mevrouw C. van Westen-Pool (hierna Pool) tot vereffenaar van [de stichting] te benoemen. Zij is als voormalig bestuurder van [de stichting] en als bewaarder van de boeken en bescheiden van [de stichting] de meest aangewezen persoon.

4.De beoordeling

4.1.
[verzoeker] kan als belanghebbende bij het verzoek worden beschouwd omdat hij samen met [naam] eigenaar in van de recreatiewoning die hij heeft verkocht en wenst te leveren aan een derde.
4.2.
Indien na het tijdstip waarop de rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of een gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen en indien nodig een vereffenaar benoemen (artikel 2:23c lid 1 BW). De heropening van de vereffening kan naar het oordeel van de rechtbank met een analoge toepassing van artikel 2:23c lid 1 BW ook worden bevolen in het geval de heropening vereist is om de uitvoering van een bepaalde rechtshandeling mogelijk te maken.
4.3.
[verzoeker] heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat geldlening, die aan hem door Roe is verstrekt en is overgedragen aan het OFGR, volledig is voldaan. Uit de uitdraai van het kadaster van de recreatiewoning blijkt dat de hypothecaire inschrijving ten behoeve van de recreatiewoning op naam van Roe staat. Om doorhaling van de hypotheek alsnog te kunnen realiseren is heropening van de vereffening van [de stichting] als beheerder en bewaarder van het OFGR noodzakelijk.
4.4.
[verzoeker] heeft de noodzaak om de vereffening van [de stichting] te heropenen voldoende onderbouwd. Ook is gebleken van de noodzaak tot het benoemen van een vereffenaar. De rechtbank zal het verzoek ook toewijzen en zoals verzocht Pool tot vereffenaar benoemen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
heropent de vereffening van het vermogen van Stichting [de stichting] , laatstelijk gevestigd te Hoorn,
5.2.
benoemt tot vereffenaar mevrouw C van Westen-Pool, [adres] , [postcode] Hoorn,
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.D.M. Hazeu en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.
MKG/DH