ECLI:NL:RBNHO:2026:365
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindvonnis in hoofdzaak
Verzoekster heeft op 22 oktober 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 15 oktober 2025 een eindvonnis in de hoofdzaak had gewezen. De hoofdzaak betreft een procedure tussen een eiser en verzoekster als gedaagde partij. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak is ingediend, voorziet de wet niet in de mogelijkheid om dit verzoek te honoreren. De zaak was na het eindvonnis niet langer in behandeling bij de rechter, waardoor het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is verklaard.
De wrakingskamer heeft op 14 januari 2026 besloten geen mondelinge behandeling te plannen en de beslissing in het openbaar uitgesproken. Tevens is bepaald dat een gewaarmerkt afschrift van de beslissing aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Het verzoek werd aanvankelijk als klacht aangemerkt, maar na behandeling door het gerechtsbestuur en handhaving van het verzoek bij e-mail is het alsnog door de wrakingskamer beoordeeld. De kern van de beslissing is dat wraking na een eindvonnis niet mogelijk is, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na het eindvonnis in de hoofdzaak is ingediend.