ECLI:NL:RBNHO:2026:365

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
C/15/373596 / KG RK 26-14
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindvonnis in hoofdzaak

Verzoekster heeft op 22 oktober 2025 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 15 oktober 2025 een eindvonnis in de hoofdzaak had gewezen. De hoofdzaak betreft een procedure tussen een eiser en verzoekster als gedaagde partij. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak is ingediend, voorziet de wet niet in de mogelijkheid om dit verzoek te honoreren. De zaak was na het eindvonnis niet langer in behandeling bij de rechter, waardoor het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is verklaard.

De wrakingskamer heeft op 14 januari 2026 besloten geen mondelinge behandeling te plannen en de beslissing in het openbaar uitgesproken. Tevens is bepaald dat een gewaarmerkt afschrift van de beslissing aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Het verzoek werd aanvankelijk als klacht aangemerkt, maar na behandeling door het gerechtsbestuur en handhaving van het verzoek bij e-mail is het alsnog door de wrakingskamer beoordeeld. De kern van de beslissing is dat wraking na een eindvonnis niet mogelijk is, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na het eindvonnis in de hoofdzaak is ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/373596 / KG RK 26-14
Beslissing van 14 januari 2026
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster],
wonende te Schagen,
verzoekster,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. P.J. Jansen,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1
Verzoekster heeft op 22 oktober 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind aanhangige zaak met als zaaknummer 11761060 CV EXPL 25-2372, hierna te noemen: de hoofdzaak. Destijds is dit aangemerkt als een klacht en niet als een wrakingsverzoek.
1.2
Nadat het gerechtsbestuur van de rechtbank op de klacht had beslist, heeft verzoekster bij de wrakingskamer geïnformeerd naar de stand van zaken van het wrakingsverzoek en dit bij e-mail van 8 januari 2026 gehandhaafd.
1.3
De wrakingskamer heeft vervolgens op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.

2.De beoordeling

2.1
De hoofdzaak betreft een procedure tussen [naam] als eisende partij en verzoekster als gedaagde partij. De rechter heeft op 15 oktober 2025 een eindvonnis in de hoofdzaak gewezen. Het wrakingsverzoek van 22 oktober 2025 is dus gedaan nadat de rechter al einduitspraak had gedaan in de hoofdzaak. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, nadat een einduitspraak in de zaak is gedaan, nog om wraking te verzoeken. Na de einduitspraak is de zaak namelijk niet langer in behandeling bij de rechter. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek,
3.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. D.D.M. Hazeu en mr. N.M.L Rogmans, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.