ECLI:NL:RBNHO:2026:3660

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
HAA 26/405
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen aanleg kabels en leidingen en locatie transformatorhuisje

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende omgevingsvergunning aan Liander voor de aanleg van kabels en leidingen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het transformatiehuisje al is gebouwd en geen omgevingsvergunning behoeft, zodat schorsing van de vergunning niet leidt tot verwijdering van het huisje. Verzoeker heeft daardoor geen spoedeisend belang.

Daarnaast is de vergunning voor de aanleg van kabels en leidingen niet onrechtmatig, omdat Liander een archeologisch rapport heeft overlegd dat voldoet aan het omgevingsplan en verzoeker geen concrete bezwaren heeft tegen deugdelijkheid daarvan.

De vergunning is niet in strijd met het omgevingsplan en het college had geen ruimte voor belangenafweging. Het verzoek wordt afgewezen, de werkzaamheden mogen worden voortgezet en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Tenslotte is gewezen op het voorlopige karakter van de uitspraak en het ontbreken van hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de aanleg van kabels en leidingen mag worden voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 26/405
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 maart 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit Haarlem, verzoeker

(gemachtigde: mr. R.M. Rensing),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem

(gemachtigde: mr. A.L. Verhoek).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Liander N.V., uit Arnhem

(gemachtigde: mr. S.G.C. Haarbosch).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker betreffende een door het college aan Liander verleende omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning is verleend voor het aanleggen van leidingen en kabels ten behoeve van elektravoorzieningen ter hoogte van de Zuider Tuindorpslaan en omgeving in Haarlem.
Het college heeft deze vergunning met het besluit van 6 januari 2026 verleend. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om de verleende vergunning bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van Liander. Tevens waren aan de zijde van het college aanwezig: [naam 1] en [naam 2] ; en aan de zijde van Liander: [naam 3] en [naam 4] .
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Gronden van de beslissing

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Zoals verzoeker ter zitting heeft bevestigd, heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening niet zozeer gedaan om te voorkomen dat kabels en leidingen worden aangelegd, maar om de locatie van het bij de kabels en leidingen horende transformatorhuisje gewijzigd te krijgen. Door deze locatiekeuze verdwijnt volgens verzoeker het uitzicht op buitenplaats Elswout. Er had daarom volgens verzoeker gekozen moeten worden voor een andere locatie.
3. Met het bestreden besluit is alleen de aanleg van leidingen en kabels vergund, en niet de locatie van het transformatorhuisje. Ook staat vast dat het transformatorhuisje al is gebouwd en dat daarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. Met schorsing van de omgevingsvergunning kan dus niet worden bereikt dat het transformatorhuisje van de huidige locatie moet verdwijnen. Verzoeker heeft daarom geen spoedeisend belang bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening.
4. Bovendien is de verleende vergunning naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet onrechtmatig. Op grond van het omgevingsplan moet de vergunning immers worden verleend als de aanvrager aan de hand van een archeologisch rapport heeft aangetoond dat de aanwezige archeologische waarden voldoende zijn vastgesteld. Liander heeft een archeologisch rapport laten opstellen, op grond waarvan het college de vergunning heeft verleend. Verzoeker heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die aanleiding geven voor twijfel aan de deugdelijkheid van dat rapport. Voor het overige is niet in geschil dat de vergunde activiteiten niet in strijd zijn met het omgevingsplan. Dit betekent dat het college bij de vergunningverlening geen ruimte had voor een belangenafweging.
5. Omdat het verzoek wordt afgewezen, mag de vergunde aanleg van kabels en leidingen worden voortgezet. Om dezelfde reden bestaat geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling.
6. Partijen zijn bij de mondelinge uitspraak erop gewezen dat daartegen geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026 door mr. drs. J. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.