Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3672

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
C/15/375755
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 438 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning na schikking en bruikleenovereenkomst bevestigd

Eiser woonde in een woning die VPS beheerde voor Ymere. Na een eerdere kort geding uitspraak tot ontruiming stelde eiser dat hij een huurovereenkomst had en dat VPS niet over een executoriale titel beschikte. Partijen sloten een schikking bij het gerechtshof Den Haag, waarin afspraken werden gemaakt over ontruiming en een bruikleenovereenkomst voor vervangende woonruimte.

VPS stelde dat de bruikleenovereenkomst een nadere uitwerking van de schikking was en geen zelfstandige overeenkomst. De voorzieningenrechter volgde dit standpunt en oordeelde dat de schikking een vaststellingsovereenkomst is met executoriale titel, waardoor VPS gerechtigd is tot ontruiming.

Eiser vorderde subsidiair uitstel wegens psychische problemen en het ontbreken van een nieuwe noodsituatie, maar dit werd niet aanvaard. VPS toonde aan dat de woning nodig is voor renovatie en huisvesting van andere huurders. De ontruiming op 7 april 2026 kan doorgaan en eiser is veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en bevestigt dat VPS beschikt over een executoriale titel voor ontruiming van de woning.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/375755 / KG ZA 26-130
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 3 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. J. Sprakel,
toevoeging aangevraagd bij de Raad voor Rechtsbijstand,
tegen
FMT BEHEER B.V., m.h.o.d.n.
VPS NEDERLAND,
te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: VPS,
advocaat: R. Willemsen.
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Haarlem.
De zaak wordt behandeld door mr. M.A.J. Berkers, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. D.P. Jansen als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser]
- mr. J. Sprakel, advocaat van [eiser],
- [betrokkene 1], begeleider [eiser],
- [betrokkene 2], regiomanager van VPS,
- mr. R. Willemsen, advocaat van VPS.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst de vorderingen van [eiser] af,
  • veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
  • verklaart deze uitspraak wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

2.De gronden van de beslissing

2.1.
[eiser] woonde in een woning aan de [adres 1] te [adres 1] die hem in 2023 door VPS in gebruik is gegeven. VPS beheerde deze woning voor Ymere.
2.2.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft [eiser] bij vonnis in kort geding van 10 oktober 2025 (zaaknummer C/09/692083 / KG ZA 25-951) veroordeeld die woning te ontruimen.
2.3.
[eiser] heeft tegen dit vonnis turbospoedappel ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. [eiser] heeft zich in die procedure onder meer op het standpunt gesteld dat hij de woning gebruikte op grond van een huurovereenkomst met VPS.
2.4.
Op de mondelinge behandeling van dat hoger beroep op 17 oktober 2025 hebben [eiser] en VPS een schikking getroffen die is vastgelegd in een door de rechter-raadsheer ondertekend proces-verbaal (hierna: de schikking).
2.5.
Daarin staat onder meer dat [eiser] de woning aan de [adres 1] op 31 oktober 2025 zal ontruimen en [eiser] en VPS een bruikleenovereenkomst zullen sluiten over het gebruik door [eiser] van de woning gelegen aan het [adres 2] te [plaats 1] (hierna: de woning) voor de periode 28 oktober 2025 tot 2 februari 2026 tegen betaling door [eiser] aan VPS van € 200,00 per maand en € 50,00 aan servicekosten.
2.6.
Partijen zijn in de schikking verder overeengekomen dat [eiser] de woning op uiterlijk 2 februari 2026 leeg en ontruimd zal opleveren. Ook zijn partijen overeengekomen dat zij na nakoming van de in de schikking gemaakte afspraken “niets meer van elkaar te vorderen zullen hebben ter zake van de in het geding zijnde kwesties.”
2.7.
Daarna hebben VPS en [eiser] een door VPS opgestelde overeenkomst gesloten, getiteld ‘Bruikleenovereenkomst woonruimte’ voor het gebruik van de woning. [eiser] heeft de overeenkomst op het kantoor van VPS ondertekend.
2.8.
In die overeenkomst staat dat deze voor onbepaalde tijd geldt en opzegbaar is. Het door [eiser] aan VPS te betalen bedrag is bepaald op € 175,00 per maand als ‘bruikleenvergoeding’, waarbij [eiser] zelf verantwoordelijk is voor het afsluiten van een contract voor de levering van gas, water en elektriciteit.
2.9.
VPS beheert de woning voor Ymere.
2.10.
VPS heeft de overeenkomst opgezegd en daarover op 18 november 2025 een e-mail aan [eiser] gestuurd en telefonisch contact met hem gehad.
2.11.
[eiser] heeft de woning op 2 februari 2026 niet vrijwillig ontruimd.
2.12.
VPS heeft op 2 februari 2026 de deurwaarder een in executoriale vorm uitgegeven grosse van de schikking aan [eiser] laten betekenen en hem de ontruiming van de woning aangezegd.
2.13.
[eiser] heeft hierna een executie kort geding aanhangig gemaakt bij de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.
2.14.
Bij vonnis van 20 februari 2026 (zaaknummer: 12087186 \ VV EXPL 26-22) heeft de kantonrechter de zaak verwezen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank.
2.15.
De ontruiming van de woning staat gepland voor 7 april 2026 om 10.00 uur.
2.16.
[eiser] wil in de eerste plaats dat de voorzieningenrechter VPS verbiedt de woning te doen ontruimen omdat VPS niet over een executoriale titel beschikt. [eiser] stelt dat de overeenkomst een nieuwe overeenkomst is die voorgaat op de schikking en dat VPS nog niet over een ontruimingstitel beschikt. Ook stelt [eiser] dat de schikking zelf geen executoriale titel oplevert. Hierin volgt de voorzieningenrechter [eiser] niet.
2.17.
Er zijn tussen partijen in de schikking duidelijke afspraken gemaakt over een na de schikking nog op te stellen overeenkomst voor het gebruik van de woning. Er bestaan naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen tegenstrijdigheden tussen de schikking en de overeenkomst. De daartussen bestaande afwijkingen brengen niet met zich dat van een nieuwe, op zichzelf staande overeenkomst sprake is. De overeenkomst is een uitvloeisel van de in de schikking gemaakte afspraken ter beëindiging van een bestaand geschil.
2.18.
Weliswaar staat in de overeenkomst een lagere vergoeding dan in de schikking en staat daarin dat deze is aangegaan voor onbepaalde tijd, maar de tussen partijen gemaakte afspraken moeten aan de hand van het Haviltex-criterium worden uitgelegd. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang.
2.19.
Nadat partijen in de schikking hadden afgesproken dat [eiser] en VPS een bruikleenovereenkomst zouden sluiten over het gebruik door [eiser] van de woning , heeft VPS de bruikleenovereenkomst opgesteld. Voor [eiser] was redelijkerwijs duidelijk dat dit een uitvloeisel was van de schikking waarbij [eiser] de woning in [adres 1] zou ontruimen en VPS het mogelijk maakte dat [eiser] nog beperkte tijd over vervangende woonruimte kon beschikken, met finale kwijting over en weer.
2.20.
[eiser] heeft tijdens de zitting desgevraagd beaamd dat hij begreep dat de gebruiksovereenkomst werd opgesteld in verband met de afspraken die hij op 17 oktober 2025 met VPS had gemaakt. [eiser] heeft zich ook zo gedragen. VPS heeft gesteld dat zij [eiser] korte tijd voor 2 februari 2026 heeft gebeld over de oplevering van de woning en dat [eiser] toen kenbaar heeft gemaakt de woning vrijwillig te zullen verlaten. Pas daarna heeft [eiser] een beroep op huurbescherming gedaan. [eiser] heeft deze stellingen van VPS niet weersproken.
2.21.
De schikking is te kwalificeren als vaststellingsovereenkomst die is vastgelegd in een proces-verbaal. Dit is een authentieke akte. De in executoriale vorm opgemaakte en aan [eiser] betekende grosse daarvan heeft dezelfde kracht als een grosse van een vonnis van een rechter tot ontruiming. VPS beschikt dus over een executoriale titel tot ontruiming van de woning.
2.22.
[eiser] vordert subsidiair dat hem meer tijd moet worden gegeven om de woning te ontruimen. De voorzieningenrechter begrijpt [eiser] aldus, dat hij zich op het standpunt stelt dat, gelet op de belangen over en weer, VPS misbruik maakt van haar bevoegdheid de woning op 7 april 2026 te ontruimen.
2.23.
[eiser] heeft onweersproken gesteld en toegelicht dat hij al jarenlang probeert een vaste woonplek te krijgen, dit niet lukt en het steeds maar weer nieuw onderdak moeten vinden heeft geleid tot een – door een psycholoog vastgesteld – psychisch trauma. Deze voor [eiser] zeer belastende situatie bestond echter ook al toen [eiser] met VPS een schikking trof. Die situatie is, helaas voor [eiser], onveranderd gebleven. Hij heeft geen nieuwe woning kunnen vinden, maar van een na de schikking ontstane (nieuwe) noodsituatie is geen sprake.
2.24.
VPS heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat Ymere de woning nodig heeft om huurders te huisvesten van wie de woning wordt afgebroken of gerenoveerd. VPS heeft daarmee ook een voldoende belang om tot ontruiming te kunnen overgegaan. Van misbruik van executierecht is geen sprake. De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat [eiser] zelf uitdrukkelijk met VPS heeft afgesproken de woning op 2 februari 2026 leeg en ontruimd op te leveren en er inmiddels al ruimschoots langer heeft verbleven.
2.25.
Het voorgaande betekent dat de ontruiming van de woning op 7 april 2026 doorgang kan vinden.
2.26.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van FMT worden begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101,00
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.