Uitspraak
datum : 8 april 2026
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind omdat hij meent weer in staat te zijn zijn financiën zelfstandig te beheren en omdat het vertrouwen in de bewindvoerder is verdwenen door vermeende fouten en onvoldoende informatieverstrekking.
De bewindvoerder stelde dat de grondslag en noodzaak van het bewind onverminderd aanwezig zijn, mede vanwege de kwetsbaarheid van betrokkene en zijn gebrek aan inzicht in zijn financiële situatie. Het bewind was ingesteld vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de grondslag van het bewind is komen te vervallen. Daarnaast speelde mee dat betrokkene tijdens de zitting dreigende taal heeft geuit richting de bewindvoerder en boos de zaal heeft verlaten, wat duidt op onvoldoende besef van de consequenties van zijn handelen.
Gezien deze omstandigheden blijft het bewind in stand en wordt het verzoek tot opheffing afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open, uitsluitend via een advocaat.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bewind wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en gedragsaspecten.