Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om maandelijks een bedrag van € 242,15 in te houden op haar AOW-uitkering vanwege een door een deurwaarder gelegd beslag. De voorzieningenrechter beoordeelt dat de SVB verplicht is medewerking te verlenen aan het executoriaal beslag en de geldigheid of hoogte van het beslag niet mag toetsen.
Uit de stukken blijkt dat de beslagvrije voet door de deurwaarder is vastgesteld op € 1.316,- en dat de SVB het bedrag zodanig heeft aangepast dat verzoekster netto dit bedrag ontvangt. Daarmee is de SVB binnen de grenzen van het beslag gebleven. Verzoekster kan de geldigheid van het beslag of de beslagvrije voet betwisten bij de deurwaarder of de burgerlijke rechter.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en kent geen proceskosten toe. Tevens is het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in het bodemgeding.